Bruin paard eet hooi uit een houten voerbak in een paddock.

Boem tegen de staldeur: heeft mijn paard voernijd?

Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Eigenaar & misverstanden

Je loopt de stal in. Er rammelt een emmer. Er schuift een deksel van de voerton.

Boem.

Daar gaat de eerste hoef tegen de deur. Voor je de eerste voerbak hebt gevuld, heeft één paard de catering al drie keer gebeld.

“Hij heeft voernijd”, zegt de eigenaar.

Dat kan. Maar wat bedoelen we daar precies mee? Is hij zijn eten aan het verdedigen? Kan hij moeilijk wachten? Of loopt de spanning al een hele tijd op voordat wij met die emmer verschijnen?

Ik begin liever met kijken dan met een etiket plakken.

Voernijd of spanning vóór het voeren?

Een paard dat zijn voer verdedigt, kan zijn oren platleggen, dreigen te bijten of zijn achterhand naar een ander paard draaien. Soms richt dat gedrag zich ook op mensen die bij de voerbak komen.

Een paard dat vóór het voeren tegen de deur trapt, laat niet noodzakelijk hetzelfde zien. Daarbij kunnen verwachting, frustratie en aangeleerd gedrag een rol spelen.

Het verschil zie je onder andere ná het voeren. Gaat hij ontspannen eten zodra zijn bak gevuld is? Of blijft hij dreigen zodra iemand in de buurt komt?

Het ene paard raakt vooral gespannen tijdens het wachten; het andere verdedigt zijn maaltijd. Beide kunnen ook samengaan. Goed kijken helpt om de aanpak daarop af te stemmen.

De maaltijd begint al bij jouw voetstappen

Wij denken misschien dat het voeren begint wanneer de brokken in de bak vallen. Voor een paard kan het veel eerder beginnen.

De deur van de voerkamer. De kruiwagen. Dezelfde voetstappen, iedere middag. Hij heeft de hele voorstelling al herkend voordat jij bij de eerste stal bent.

Dat paarden rondom vaste voertijden anticipatiegedrag kunnen laten zien, is ook in onderzoek beschreven. Onrust rond voeren betekent overigens niet automatisch dat een paard te weinig krijgt. De routine en het wachten kunnen óók meespelen.

Maar de vraag of hij nog ruwvoer heeft, hoort er wel bij. Een volle voerbak om zes uur vertelt niet hoelang zijn hooi daarvoor al op was.

Moet je dan meteen voeren?

“Gewoon laten wachten. Hij moet het maar leren.”

Dat klinkt overzichtelijk. In de praktijk kan het ook betekenen dat een paard steeds harder staat te trappen en een eigenaar steeds bozer wordt.

Tegelijk kun je onbedoeld iets aanleren. Als op het trappen telkens direct eten volgt, kan dat gedrag sterker worden. Het Merck Veterinary Manual beschrijft zowel dit leermechanisme als het belang van het verminderen van frustratie.

Mijn uitgangspunt zou daarom zijn: probeer de spanning vóór te zijn.

Het voer alvast klaarzetten kan helpen. De wachttijd beperken ook. Soms is dit paard eerder voeren, voordat hij begint te trappen, een praktische aanpassing. Dat is iets anders dan na iedere klap haastig naar zijn stal rennen.

Rustig wachten kun je daarnaast in kleine stapjes oefenen, op een moment dat hij nog ontspannen is. Een kort moment met de hoeven op de grond kun je direct belonen door het voer te geven. Bouw de duur pas geleidelijk op als dat ontspannen lukt.

Het gaat erom dat je begint vóór het trappen. Anders kan ongemerkt een nieuw ritueel ontstaan: trappen, heel even stoppen en vervolgens eten krijgen. Loopt de spanning toch op? Maak de situatie bij een volgende oefening eenvoudiger en laat zo nodig een deskundige meekijken. Maak van de dagelijkse maaltijd geen lange geduldproef en stel noodzakelijk voer niet uit als straf.

En als hij zijn voer verdedigt?

Dan verdient ook de ruimte rondom de voerbak aandacht. Kan hij ongestoord eten? Of staat er een buurpaard te dreigen, of kan een ander paard zijn voer afpakken?

Zorg voor voldoende afstand en een voerplek waar hij zich veilig kan voelen. Ga niet telkens de voerbak weghalen om te testen of hij dat toestaat. Daarmee maak je van iedere maaltijd een moment waarop er mogelijk iets wordt afgepakt.

Bij dreigen naar mensen of gevaarlijk gedrag schakel je een deskundige in paardengedrag in, zo nodig samen met de dierenarts. Houd zelf afstand en gebruik een veilige manier van voeren. Ga niet met een emmer tussen een gespannen paard en zijn voer staan om te bewijzen wie de baas is.

En zijn tanden en kiezen dan?

Als paardentandarts krijg ik natuurlijk ook die vraag.

Van alleen met een hoef tegen de deur trappen verwacht je geen rechtstreekse slijtage aan tanden of kiezen. Uit dat geluid kun je evenmin afleiden dat het paard zijn kiezen op elkaar klemt.

Kijk wel wat hij verder doet. Bijt hij in de deur? Trekt hij met zijn tanden aan tralies? Of vertoont hij kribbenbijten? Vooral bij dat laatste is abnormale slijtage van de snijtanden bekend.

Andersom verdient het eten zelf aandacht. Laat hij voer vallen, maakt hij proppen, kauwt hij moeilijk of stopt hij steeds tijdens het eten? Dan is gebitsonderzoek verstandig.

Een gebitsbehandeling is geen algemene oplossing voor voernijd. Eerst moet duidelijk zijn wat er werkelijk speelt.

Wat kun je morgen al doen?

Begin klein en kijk wat er verandert:

  1. Observeer het begin. Wanneer wordt hij onrustig: bij de klok, de voerton of zodra de buurman eten krijgt? Kijk vanaf een veilige afstand.
  2. Controleer het ruwvoer. Is er vóór het voeren nog hooi, en kan hij daar rustig bij? Stem hoeveelheid en verdeling af op zijn gezondheid en gewicht.
  3. Bereid het voeren voor. Zet emmers vooraf klaar en beperk onnodig wachten terwijl het voer al zichtbaar is.
  4. Geef ruimte tijdens het eten. Voorkom dat andere paarden hem bij zijn maaltijd bedreigen of verdringen.
  5. Verander één ding tegelijk. Noteer kort wat je aanpast en of de onrust afneemt. Zo ontdek je beter wat bij dit paard helpt.

Is het gedrag plotseling begonnen, neemt het duidelijk toe of verandert zijn eetlust of manier van kauwen? Laat dan ook de dierenarts meekijken naar mogelijk lichamelijk ongemak. Alleen op basis van voergerelateerde onrust kun je bijvoorbeeld geen maagzweren vaststellen.

Een rustige maaltijd begint eerder

Ik kijk graag naar het hele paard. Daar hoort ook bij hoe zijn dag eruitziet, hoe hij eet en wat er om hem heen gebeurt.

Soms zit een eerste verbetering in het hooi, de buurman of de manier waarop we met de emmers door de stal lopen. Soms is er meer onderzoek of begeleiding nodig.

Die hoef tegen de deur horen we vanzelf. De kunst is om ook te zien wat eraan voorafgaat.

;