Kribbenbijten en luchtzuigen: wat gebeurt er met die tanden?
Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Eigenaar & misverstanden
Daar staat hij. Snijtanden op de rand van de voerbak, hals aangespannen, even naar achteren trekken en dan dat kenmerkende geluid. Nog een keer. En nog een keer.
Die voerbak heeft het zwaar. Maar voordat we alleen medelijden krijgen met het houtwerk, kijken we eerst eens naar het paard. Wat doet hij precies? Waarom doet hij het? En wat betekent dat herhaalde getrek voor zijn tanden?
Want achter het zinnetje ‘hij is een luchtzuiger’ zit meer dan je op het eerste gezicht zou denken.

Kribbenbijten, luchtzuigen of gewoon aan het hek knagen?
De woorden worden vaak door elkaar gebruikt. Bij kribbenbijten pakt een paard met zijn snijtanden een vast voorwerp, zoals een voerbak, staldeur of hek. Hij spant de hals aan en trekt terug, vaak met een karakteristiek knorrend of slokkend geluid.
Bij luchtzuigen maakt hij een vergelijkbare beweging zonder een voorwerp vast te pakken. Dat onderscheid is voor mij als paardentandarts interessant: de tanden hebben dan geen rand om zich aan vast te zetten.
Hout knagen is weer iets anders. Een paard dat een hapje uit de omheining probeert te nemen, is niet automatisch aan het kribbenbijten. Voor het hek maakt dat misschien weinig verschil. Voor het begrijpen van het gedrag wel.
Zuigt hij zijn maag dan vol lucht?
De naam doet vermoeden dat er bij iedere beweging een flinke hap lucht richting maag verdwijnt. Toch ligt dat anders. Met röntgenbeelden en een kijkonderzoek hebben onderzoekers gezien dat vooral het bovenste deel van de slokdarm kort met lucht wordt gevuld. Veel van die lucht gaat weer terug richting keel; het is geen gewone slikbeweging waarbij de maag telkens wordt opgepompt.
Dat maakt het gedrag niet zonder risico. Het betekent vooral dat de bekende uitleg ‘hij slikt lucht en krijgt dáárdoor koliek’ te eenvoudig is. Er is een verband gevonden tussen kribbenbijten en een verhoogd koliekrisico, maar dat verklaart nog niet precies hoe dat verband ontstaat.
Waarom begint een paard ermee?
Was daar maar één duidelijk antwoord op. Dan waren we snel klaar en kon ik hier een bijzonder korte blog van maken.
Voeding, mogelijkheden om te foerageren, spanning, huisvesting en individuele aanleg kunnen allemaal meespelen. In een onderzoek waarin jonge paarden vier jaar werden gevolgd, hing krachtvoer na het spenen samen met een grotere kans op het ontstaan van kribbenbijten. Ook de omstandigheden rond spenen en huisvesting waren van belang voor het ontstaan van afwijkend herhalingsgedrag.
We noemen kribbenbijten een stereotypie: een herhalend gedragspatroon. Er zijn aanwijzingen dat het sommige paarden helpt om met spanning om te gaan. Eenmaal ontstaan kan het bovendien blijven bestaan, ook wanneer hun leefomstandigheden inmiddels verbeterd zijn.
Dat laatste vind ik belangrijk. Een paard kan nu een betrokken eigenaar, goed voer en prettig gezelschap hebben en tóch blijven kribbenbijten. Daarmee is het dus geen rapportcijfer voor de huidige eigenaar.
En die maagzweren dan?
Die verdienen aandacht, maar we moeten zorgvuldig blijven. Onderzoek bij jonge paarden die pas waren begonnen met kribbenbijten liet meer maagbeschadigingen zien dan bij controlepaarden. Ander onderzoek laat geen eenvoudig verhaal zien waarin ieder kribbenbijtend paard maagzweren heeft.
Je kunt aan een beschadigde voerbak dus geen maagdiagnose aflezen. Net zo min als aan één afgesleten snijtand.
Begint een paard ermee, neemt het gedrag duidelijk toe of zijn er daarnaast veranderingen in eetlust, conditie of gedrag? Dan is een beoordeling door de dierenarts verstandig. Het gebit hoort eveneens bij het onderzoek naar mogelijke klachten.
De snijtanden zijn geen handvatten
Een snijtand die telkens op dezelfde rand wordt gezet, krijgt ander werk te doen dan gras afbijten. Bij kribbenbijten worden de tanden steeds opnieuw tegen een hard oppervlak geplaatst en belast. Vooral de bovenste snijtanden kunnen daardoor extra afslijten.
Die extra slijtage is ook daadwerkelijk gemeten. In een kleine studie bij zestien gestalde volbloeden sleten de onderzochte bovenste snijtanden bij de kribbenbijters aanzienlijk meer dan bij de controlepaarden. Hoeveel slijtage ontstaat, verschilt per paard.
Bij ernstige slijtage kan het afbijten van gras moeilijker worden. Daarom wil ik weten hoe een paard zijn tanden gebruikt, hoe de snijtanden op elkaar aansluiten en of hij zijn voer goed kan opnemen en verwerken. Alleen naar de lengte van de tanden kijken is niet genoeg.
Bij luchtzuigen zonder steunpunt ontbreekt diezelfde slijtage door het vastpakken van een rand. Het onderscheid tussen de twee gedragingen maakt voor het gebit dus uit.
Dan maar een band om?
Een luchtzuigband kan het gedrag verminderen. Dat is iets anders dan weten waarom het paard ermee begon of wat hem nu helpt.
De onderzoeken naar het blokkeren van kribbenbijten geven verschillende uitkomsten over stress en het gedrag na het verwijderen van een hulpmiddel. Daarom zou ik geen grote belofte doen over één oplossing die voor ieder paard werkt.
Kijk samen met de dierenarts naar eventuele lichamelijke klachten en naar het dagelijks leven: krijgt het paard passende hoeveelheden ruwvoer, hoe lang staat hij zonder voer, heeft hij sociaal contact en voldoende vrije beweging?
Je kunt zelf alvast bijhouden wanneer hij het vooral doet. Rond het voeren? Tijdens wachten? Wanneer een stalgenoot vertrekt? Een kort filmpje en een paar aantekeningen helpen om het patroon te bespreken. Je hoeft er geen avondvullende documentaire van te maken; een herkenbaar moment vastleggen is al nuttig.
Blijft het gedrag bestaan, dan betekent dat niet automatisch dat je inspanningen voor niets zijn geweest. Ook zonder volledige verdwijning van het kribbenbijten kunnen verbeteringen in zijn dagelijks leven waardevol zijn.
Voor het gebit geldt hetzelfde: aanwezige problemen beoordelen en waar nodig behandelen is zinvol. Beloven dat een gebitsbehandeling het luchtzuigen laat stoppen, gaat te ver.
Leert de buurman het hem?
Ook dat hoor je vaak. Toch is niet overtuigend aangetoond dat paarden kribbenbijten simpelweg van elkaar afkijken. In een onderzoek onder eigenaren hing de hoeveelheid contact met andere paarden niet aantoonbaar samen met het risico. Dat bewijst niet dat beïnvloeding onmogelijk is, maar het geeft weinig steun aan de stellige uitspraak dat één kribbenbijter de hele stal aansteekt.
Dat is toch prettig voor die buurman. Die had nog nergens om gevraagd.
Wat ik vooral wil meegeven: kijk verder dan het geluid, het etiket en de aangevreten staldeur. Kijk naar het paard, zijn omstandigheden, zijn eetgedrag en zijn gebit.
De voerbak kunnen we vervangen. Met de tanden zijn we liever zuinig.