Marnix Brandes

Paardentandarts

Group 12

Gecertificeerd Paardentandarts

Group 14

Paardvriendelijke Werkwijze

Group 13

Duidelijke
Uitleg

Group 11

Zorgvuldige Behandelingen

Over Mij

Marnix Brandes

Paarden aan een goed gebit helpen is mijn grote passie. Mijn aanpak draait helemaal om rust en comfort. Ik weet dat een paard een omgeving nodig heeft waarin het zich ontspannen en op zijn gemak voelt en dat is precies wat ik bied. Daarom neem ik de tijd om een vertrouwensband op te bouwen met ieder paard voordat de behandeling begint. Mijn missie is eenvoudig maar essentieel: het bevorderen van een gezonde mond en een gelukkig paard, één glimlach per keer.

Group 10 1

Over Mij

Marnix Brandes

Paarden aan een goed gebit helpen is mijn grote passie. Mijn aanpak draait helemaal om rust en comfort. Ik weet dat een paard een omgeving nodig heeft waarin het zich ontspannen en op zijn gemak voelt en dat is precies wat ik bied. Daarom neem ik de tijd om een vertrouwensband op te bouwen met ieder paard voordat de behandeling begint. Mijn missie is eenvoudig maar essentieel: het bevorderen van een gezonde mond en een gelukkig paard, één glimlach per keer.

Group 10 1

Paardentandarts: Waarom is het belangrijk?

Veel mensen denken bij een paardengebit nog altijd vooral aan “even de tanden laten doen”. Alsof het iets is wat af en toe moet gebeuren, ergens tussen de hoefsmid en de entingen door. Maar in de praktijk is een goed functionerend gebit veel meer dan alleen een nette mond.

Het gebit van een paard staat namelijk niet op zichzelf.

Het heeft direct invloed op hoe een paard eet, hoe het kauwt, hoe het voer verwerkt, hoe het spanning vasthoudt of loslaat, en bij veel paarden ook op hoe het zich gedraagt onder het zadel. Juist daarom vind ik gebitsverzorging geen losse handeling, maar een belangrijk onderdeel van de algehele gezondheid van het paard.

Een paardengebit is gebouwd op slijtage

Van nature is het gebit van een paard gemaakt om heel veel uren per dag te werken. Een paard hoort van oorsprong langdurig te grazen en daarbij vrijwel onafgebroken maalbewegingen te maken. Niet tien minuten hier en een portie daar, maar urenlang rustig opnemen, malen en verwerken van ruw, vezelrijk materiaal.

En precies daar zit een belangrijk verschil met hoe veel paarden vandaag de dag leven.

Veel paarden staan een groot deel van de dag op stal of in kleinere paddocks, grazen minder lang en krijgen voer dat al voor een groot deel is geselecteerd en aangeboden in een vorm die minder natuurlijke slijtage geeft dan waar het gebit oorspronkelijk voor bedoeld is. Ook wanneer paarden goed gevoerd worden, blijft het feit dat de manier van eten vaak anders is dan in de vrije natuur.

Dat betekent niet automatisch dat er direct problemen ontstaan. Maar het betekent wél dat het gebit minder vanzelf in balans blijft dan veel mensen denken.

Waar vroeger langdurige, gelijkmatige slijtage een groot deel van het onderhoud als het ware zelf regelde, zie je nu veel vaker dat er oneffenheden, disbalans of overbelasting ontstaat. En juist omdat paarden meesters zijn in aanpassen, blijft dat vaak langer onder de radar dan eigenaren verwachten.

Gebitsproblemen beginnen lang niet altijd groot

Dat is misschien ook meteen het lastige aan dit onderwerp.

Veel mensen verwachten bij gebitsproblemen duidelijke signalen. Slecht eten. Proppen maken. Kwijlen. Afvallen. Echt zichtbaar ongemak. En natuurlijk: soms zie je dat ook. Maar eerlijk gezegd kom ik veel vaker paarden tegen waarbij het veel subtieler begint.

Een paard dat iets schever gaat kauwen.
Een paard dat wat meer spanning rond de mond houdt.
Een paard dat nét niet lekker nageeft.
Een paard dat onder het rijden onrustiger wordt in de aanleuning.
Een paard dat wel braaf blijft, maar toch niet helemaal loslaat.

Dat zijn vaak geen signalen waar meteen alarmbellen van afgaan. En toch kunnen ze veel zeggen.

Want een mond die niet prettig functioneert, werkt door. Niet alleen lokaal, maar in het hele systeem. Een paard dat ergens in de mond ongemak ervaart, gaat compenseren. Soms in de kaak. Soms in de hals. Soms in de manier van kauwen. Soms in gedrag. En soms merk je het vooral terug tijdens het rijden, zonder dat iemand direct aan het gebit denkt.

De gevolgen zijn vaak groter dan mensen beseffen

Wanneer het gebit uit balans raakt, heeft dat gevolgen die verder gaan dan “een scherp puntje” of “een haakje”.

Een paard moet zijn voer goed kunnen malen. Dat is geen detail, maar de basis van de vertering. Als ruwvoer onvoldoende wordt vermalen, heeft dat invloed op wat er verder in het spijsverteringskanaal gebeurt. De opname en verwerking worden minder optimaal, en dat kan uiteindelijk bijdragen aan conditieverlies, een doffere uitstraling, mestveranderingen, slechter benut voer of een verhoogd risico op verstoppingen en koliek.

En dan hebben we het alleen nog maar over het eten.

Bij paarden in training of in de sport zie je daarnaast vaak dat een minder goed functionerend gebit ook invloed heeft op de rijdbaarheid. Niet altijd spectaculair. Juist vaak niet. Maar wel merkbaar.

Een paard dat niet prettig in contact komt met het bit.
Een paard dat zich moeilijker laat ontspannen in de kaak.
Een paard dat zwaarder wordt in de hand, onrustiger in het hoofd, of juist wat stiller en terughoudender.
Een paard dat het werk wel doet, maar niet echt vrij door het lijf beweegt.

Dat zijn allemaal dingen die meerdere oorzaken kunnen hebben. Maar het gebit hoort wat mij betreft altijd serieus meegewogen te worden.

Want als de mond niet goed functioneert, kun je daar training tegenaan zetten wat je wilt — maar dan blijf je werken om iets heen wat eigenlijk eerst begrepen moet worden.

Een paard zegt het vaak eerder dan mensen het zien

Wat ik zelf interessant vind aan dit werk, is dat paarden vaak al informatie geven voordat je überhaupt in de mond kijkt.

In hoe ze hun hoofd dragen.
In de spanning van de kauwspieren.
In de reactie op aanraking rond de kaak.
In kleine asymmetrieën.
In hoe ze aanwezig zijn in hun lijf.

Dat is ook de reden dat ik een gebitsbehandeling nooit zie als alleen “even vijlen”. Voor mij begint het veel eerder. Eerst kijken. Eerst voelen. Eerst waarnemen. Eerst begrijpen wat een paard al laat zien, nog vóórdat ik iets corrigeer.

Want de mond vertelt veel. Maar het paard zelf vaak ook.

En juist die combinatie maakt het verschil tussen alleen iets technisch uitvoeren, of echt proberen te begrijpen wat er speelt.

Waarom regelmatige controle belangrijk is

Een paardengebit verandert geleidelijk. Problemen ontstaan zelden van de ene op de andere dag. Juist daarom is regelmatige controle zo belangrijk. Niet pas op het moment dat een paard duidelijk last laat zien, maar liever eerder — wanneer signalen nog klein zijn en afwijkingen nog beperkt.

Daar zit voor mij de echte winst.

Niet wachten tot een paard afvalt, proppen maakt of onder het rijden echt protesteert. Maar eerder zien waar disbalans begint. Eerder voelen waar overbelasting ontstaat. Eerder ingrijpen voordat kleine ongemakken grotere problemen worden.

Dat is beter voor het paard, duidelijker voor de eigenaar en vaak uiteindelijk ook veel logischer in het hele plaatje van gezondheid en training.

Geen luxe, maar basiszorg

Ik denk dat daar uiteindelijk de kern zit.

Een paardentandarts is er niet voor de “extra’s”. Niet voor de luxe. Niet voor de buitenkant. Maar voor iets heel basaals: zorgen dat een paard zijn mond kan gebruiken zoals hij bedoeld is.

Goed kunnen eten.
Goed kunnen kauwen.
Goed kunnen verwerken.
En, waar van toepassing, ook goed en comfortabel kunnen functioneren in het werk.

Een goed gebit is dus niet zomaar een detail in de zorg voor een paard. Het is een voorwaarde voor comfort, gezondheid en in veel gevallen ook voor prestaties.

En misschien is dat wel precies waarom ik dit werk zo belangrijk vind.

Omdat je in de mond vaak meer tegenkomt dan alleen tanden.
Je komt er ook spanning tegen. Compensatie. Aanpassing. Soms al langere tijd.
En als je goed kijkt, vertelt een paard daar vaak meer over dan mensen denken.

Group 19

Paardentandarts: Waarom is het belangrijk?

Veel mensen denken bij een paardengebit nog altijd vooral aan “even de tanden laten doen”. Alsof het iets is wat af en toe moet gebeuren, ergens tussen de hoefsmid en de entingen door. Maar in de praktijk is een goed functionerend gebit veel meer dan alleen een nette mond.

Het gebit van een paard staat namelijk niet op zichzelf.

Het heeft direct invloed op hoe een paard eet, hoe het kauwt, hoe het voer verwerkt, hoe het spanning vasthoudt of loslaat, en bij veel paarden ook op hoe het zich gedraagt onder het zadel. Juist daarom vind ik gebitsverzorging geen losse handeling, maar een belangrijk onderdeel van de algehele gezondheid van het paard.

Een paardengebit is gebouwd op slijtage

Van nature is het gebit van een paard gemaakt om heel veel uren per dag te werken. Een paard hoort van oorsprong langdurig te grazen en daarbij vrijwel onafgebroken maalbewegingen te maken. Niet tien minuten hier en een portie daar, maar urenlang rustig opnemen, malen en verwerken van ruw, vezelrijk materiaal.

En precies daar zit een belangrijk verschil met hoe veel paarden vandaag de dag leven.

Veel paarden staan een groot deel van de dag op stal of in kleinere paddocks, grazen minder lang en krijgen voer dat al voor een groot deel is geselecteerd en aangeboden in een vorm die minder natuurlijke slijtage geeft dan waar het gebit oorspronkelijk voor bedoeld is. Ook wanneer paarden goed gevoerd worden, blijft het feit dat de manier van eten vaak anders is dan in de vrije natuur.

Dat betekent niet automatisch dat er direct problemen ontstaan. Maar het betekent wél dat het gebit minder vanzelf in balans blijft dan veel mensen denken.

Waar vroeger langdurige, gelijkmatige slijtage een groot deel van het onderhoud als het ware zelf regelde, zie je nu veel vaker dat er oneffenheden, disbalans of overbelasting ontstaat. En juist omdat paarden meesters zijn in aanpassen, blijft dat vaak langer onder de radar dan eigenaren verwachten.

Gebitsproblemen beginnen lang niet altijd groot

Dat is misschien ook meteen het lastige aan dit onderwerp.

Veel mensen verwachten bij gebitsproblemen duidelijke signalen. Slecht eten. Proppen maken. Kwijlen. Afvallen. Echt zichtbaar ongemak. En natuurlijk: soms zie je dat ook. Maar eerlijk gezegd kom ik veel vaker paarden tegen waarbij het veel subtieler begint.

Een paard dat iets schever gaat kauwen.
Een paard dat wat meer spanning rond de mond houdt.
Een paard dat nét niet lekker nageeft.
Een paard dat onder het rijden onrustiger wordt in de aanleuning.
Een paard dat wel braaf blijft, maar toch niet helemaal loslaat.

Dat zijn vaak geen signalen waar meteen alarmbellen van afgaan. En toch kunnen ze veel zeggen.

Want een mond die niet prettig functioneert, werkt door. Niet alleen lokaal, maar in het hele systeem. Een paard dat ergens in de mond ongemak ervaart, gaat compenseren. Soms in de kaak. Soms in de hals. Soms in de manier van kauwen. Soms in gedrag. En soms merk je het vooral terug tijdens het rijden, zonder dat iemand direct aan het gebit denkt.

De gevolgen zijn vaak groter dan mensen beseffen

Wanneer het gebit uit balans raakt, heeft dat gevolgen die verder gaan dan “een scherp puntje” of “een haakje”.

Een paard moet zijn voer goed kunnen malen. Dat is geen detail, maar de basis van de vertering. Als ruwvoer onvoldoende wordt vermalen, heeft dat invloed op wat er verder in het spijsverteringskanaal gebeurt. De opname en verwerking worden minder optimaal, en dat kan uiteindelijk bijdragen aan conditieverlies, een doffere uitstraling, mestveranderingen, slechter benut voer of een verhoogd risico op verstoppingen en koliek.

En dan hebben we het alleen nog maar over het eten.

Bij paarden in training of in de sport zie je daarnaast vaak dat een minder goed functionerend gebit ook invloed heeft op de rijdbaarheid. Niet altijd spectaculair. Juist vaak niet. Maar wel merkbaar.

Een paard dat niet prettig in contact komt met het bit.
Een paard dat zich moeilijker laat ontspannen in de kaak.
Een paard dat zwaarder wordt in de hand, onrustiger in het hoofd, of juist wat stiller en terughoudender.
Een paard dat het werk wel doet, maar niet echt vrij door het lijf beweegt.

Dat zijn allemaal dingen die meerdere oorzaken kunnen hebben. Maar het gebit hoort wat mij betreft altijd serieus meegewogen te worden.

Want als de mond niet goed functioneert, kun je daar training tegenaan zetten wat je wilt — maar dan blijf je werken om iets heen wat eigenlijk eerst begrepen moet worden.

Een paard zegt het vaak eerder dan mensen het zien

Wat ik zelf interessant vind aan dit werk, is dat paarden vaak al informatie geven voordat je überhaupt in de mond kijkt.

In hoe ze hun hoofd dragen.
In de spanning van de kauwspieren.
In de reactie op aanraking rond de kaak.
In kleine asymmetrieën.
In hoe ze aanwezig zijn in hun lijf.

Dat is ook de reden dat ik een gebitsbehandeling nooit zie als alleen “even vijlen”. Voor mij begint het veel eerder. Eerst kijken. Eerst voelen. Eerst waarnemen. Eerst begrijpen wat een paard al laat zien, nog vóórdat ik iets corrigeer.

Want de mond vertelt veel. Maar het paard zelf vaak ook.

En juist die combinatie maakt het verschil tussen alleen iets technisch uitvoeren, of echt proberen te begrijpen wat er speelt.

Waarom regelmatige controle belangrijk is

Een paardengebit verandert geleidelijk. Problemen ontstaan zelden van de ene op de andere dag. Juist daarom is regelmatige controle zo belangrijk. Niet pas op het moment dat een paard duidelijk last laat zien, maar liever eerder — wanneer signalen nog klein zijn en afwijkingen nog beperkt.

Daar zit voor mij de echte winst.

Niet wachten tot een paard afvalt, proppen maakt of onder het rijden echt protesteert. Maar eerder zien waar disbalans begint. Eerder voelen waar overbelasting ontstaat. Eerder ingrijpen voordat kleine ongemakken grotere problemen worden.

Dat is beter voor het paard, duidelijker voor de eigenaar en vaak uiteindelijk ook veel logischer in het hele plaatje van gezondheid en training.

Geen luxe, maar basiszorg

Ik denk dat daar uiteindelijk de kern zit.

Een paardentandarts is er niet voor de “extra’s”. Niet voor de luxe. Niet voor de buitenkant. Maar voor iets heel basaals: zorgen dat een paard zijn mond kan gebruiken zoals hij bedoeld is.

Goed kunnen eten.
Goed kunnen kauwen.
Goed kunnen verwerken.
En, waar van toepassing, ook goed en comfortabel kunnen functioneren in het werk.

Een goed gebit is dus niet zomaar een detail in de zorg voor een paard. Het is een voorwaarde voor comfort, gezondheid en in veel gevallen ook voor prestaties.

En misschien is dat wel precies waarom ik dit werk zo belangrijk vind.

Omdat je in de mond vaak meer tegenkomt dan alleen tanden.
Je komt er ook spanning tegen. Compensatie. Aanpassing. Soms al langere tijd.
En als je goed kijkt, vertelt een paard daar vaak meer over dan mensen denken.

Voorkomen en oplossen

Een behandeling van het gebit is minimaal een keer per jaar nodig. Hiermee kunnen gebitsproblemen bij het paard worden voorkomen. Tijdens een behandeling wordt het gebit van het paard uitgebalanceerd. Daarnaast worden de haken van de kiezen geveild en de snijtanden weer passend op elkaar gezet. Hierdoor is het hele gebit weer optimaal functionerend en belemmert dit het paard niet meer in het eten of de sportieve prestaties.

Group 8 2

Voorkomen en oplossen

Een behandeling van het gebit is minimaal een keer per jaar nodig. Hiermee kunnen gebitsproblemen bij het paard worden voorkomen. Tijdens een behandeling wordt het gebit van het paard uitgebalanceerd. Daarnaast worden de haken van de kiezen geveild en de snijtanden weer passend op elkaar gezet. Hierdoor is het hele gebit weer optimaal functionerend en belemmert dit het paard niet meer in het eten of de sportieve prestaties.

Group 8 2

Blog

12 – “Hij dit dit normaal nooit”- en andere klassiekers op stal

12 – “Hij dit dit normaal nooit”- en andere klassiekers op stal

Waar gaat deze blog over?

Er zijn zinnen die ik op bijna iedere stal wel een keer hoor. Maakt niet uit of ik op een grote sportstal kom of ergens achteraf op een erf waar de koffie uit een thermoskan komt. De paarden zijn anders, de mensen zijn anders, maar sommige uitspraken zijn bijna standaard geworden. En meestal zeggen die zinnen niet alleen iets over het paard — maar vooral over de spanning, verwachting of situatie eromheen.

11 – “De mond liegt niet”

11 – “De mond liegt niet”

Waar gaat deze blog over?

Knoeit je paard? Eet hij traag? Zie je proppen?
De mond liegt niet—maar hij fluistert. En vaak zie je het eerder bij de voerbak dan onder het zadel.
In deze blog leg ik uit wat eetgedrag, mest, conditie en vacht kunnen vertellen over het malen… en wanneer het wél (of juist níét) tand-gerelateerd is.

10 – “Waarom een paard soms beter luistert als ik niets zeg”

10 – “Waarom een paard soms beter luistert als ik niets zeg”

Waar gaat deze blog over?

Hoe minder ik zeg, hoe beter sommige paarden luisteren.
Geen truc. Geen methode. Gewoon rust.
Een praktijkverhaal over spiegelen, stilte en ontspanning.