
Hij wordt wat ouder. Maar waarom wordt hij schraler?
Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Eigenaar & misverstanden
Regelmatig kom ik bij een ouder paard waarvan de eigenaar zegt: “Hij wordt wat schraler. Kunnen we daar nog iets aan doen?”
En bijna in dezelfde adem: “Ja, hij is natuurlijk ook al op leeftijd.”
Dat laatste klopt. Maar op de eerste vraag wil ik toch graag wat beter kijken.
Natuurlijk speelt leeftijd mee. Een paard van dertig hoeft er niet uit te zien als een sportpaard van tien.
Maar wanneer we alles onder “hij wordt oud” schuiven, stoppen we soms net te vroeg met kijken.
Zijn verjaardag weten we precies. Maar wat is er sinds die verjaardag eigenlijk veranderd?
Wat bedoel je met schraal?
Dat is voor mij een belangrijke eerste vraag.
Zijn de ribben duidelijker geworden? Steekt de ruggengraat meer af? Is de achterhand minder gevuld? Of lijkt vooral de hals smaller?
We gebruiken één woord voor veranderingen die niet allemaal hetzelfde zijn.
Een paard kan vet verliezen, spieren verliezen of allebei. En een paard met een flinke buik kan toch weinig bespiering over zijn rug hebben. Een ronde buik is dus geen bewijs dat alles daarboven ook goed gevuld is.
Bij het beoordelen van de conditie en bespiering van oudere paarden verdient dat onderscheid aandacht. Een extra schep voer vertelt nog niet waarom de bovenlijn verandert.
Je hoeft als eigenaar niet meteen een complete beoordeling op papier te zetten. Maar “zijn ribben zijn sinds vorige maand duidelijker voelbaar” vertelt veel meer dan “hij oogt wat oud”.
Daar kunnen we iets mee.
Iedere dag kijken maakt vergelijken soms lastig
Wanneer je je paard iedere dag ziet, kunnen kleine veranderingen ongemerkt vertrouwd worden.
Een beetje minder hier. Een beetje holler daar. En voor je het weet, denk je: zo ziet hij er nu eenmaal uit.
In de herfst komt daar een wintervacht bij. Die kan veranderingen minder zichtbaar maken. Daarom is voelen zo nuttig.
Ga rustig met je handen langs de ribben en kijk naar de hals, rug en achterhand. Ribben mogen bij een gezonde conditie voelbaar zijn; het gaat niet om ze onder een dikke laag weg te stoppen. Let vooral op veranderingen en laat bij twijfel iemand met ervaring meekijken.
Maak daarnaast af en toe een foto van opzij, op een vlakke ondergrond en vanuit ongeveer dezelfde hoek. Dan kun je vergelijken.
Je hoeft er geen fotoshoot van te maken. Je paard hoeft ook niet met zijn goede kant naar de camera. Een paar vergelijkbare foto’s helpen je om veranderingen terug te zien.
Een gewichtsmeetlint kan daarnaast helpen om een verloop te volgen, al blijft het een schatting. Gebruik het steeds op dezelfde manier.
Hij eet nog. Maar hoe?
Een ouder paard kan enthousiast naar zijn voer komen en toch moeite hebben om voldoende binnen te krijgen.
Daarom kijk ik graag naar de maaltijd zelf.
Pakt hij het voer makkelijk op? Kauwt hij rustig door? Laat hij plukken vallen? Duurt het eten langer dan vroeger? En blijft er iets liggen wat hij eerder wél opat?
Met zijn neus in het hooi staan is alvast een goed begin. Nu nog kijken wat er werkelijk naar binnen gaat.
Ook de toegang tot het voer telt mee. Kan hij in de groep rustig eten? Of moet hij telkens plaatsmaken?
Over de invloed van een andere partij ruwvoer schreef ik al in Hooi is hooi. Tot je paard daar anders over denkt. Hier gaat het vooral om de verandering bij dit paard: wat lukt vandaag minder goed dan voorheen?
Wat kan ik aan een oudere mond verbeteren?
Als paardentandarts onderzoek ik natuurlijk het gebit. Waar zit ongemak? Wat belemmert het kauwen? En wat is nog verantwoord te verbeteren?
Een oude mond vraagt om zorgvuldig kijken. Niet iedere verandering los je op door nog wat meer te vijlen.
Ik wil graag verbeteren wat er te verbeteren valt. En ook eerlijk vertellen waar de grens ligt. Ontbrekende kiezen komen niet terug. Soms zit de grootste winst in voer dat beter past bij de mond die het paard nu heeft.
Dat kan betekenen dat een geschikte ruwvoervervanger nodig is. Laat de keuze en hoeveelheid afstemmen op het paard, bijvoorbeeld met een voedingsdeskundige en de dierenarts.
Een papje kan makkelijker te eten zijn. Alleen moet dat papje samen met de rest van het rantsoen ook voldoende voeding leveren.
De leeftijd staat op zijn paspoort. Wat zijn mond nog aankan, moet je onderzoeken.
Wat speelt er nog meer mee?
Met de jaren kan bespiering afnemen. Ook veranderingen in beweging, voeding, pijn of ziekte kunnen daarbij meespelen.
Daarom verdient duidelijk of voortgaand verlies van gewicht of spieren aandacht. Onverwacht gewichtsverlies bij een ouder paard is een reden om de dierenarts mee te laten kijken.
Dat betekent niet dat je bij iedere minder ronde achterhand meteen het ergste moet denken. Wel dat we nieuwsgierig blijven naar de oorzaak.
Een gebitscontrole kan onderdeel zijn van dat onderzoek. Net als het bekijken van het rantsoen, de voeropname en het bewegen. De dierenarts beoordeelt welke verdere onderzoeken nodig zijn.
We hoeven vooraf geen diagnose te kiezen. Eerst beter begrijpen wat we zien.
Van kijken naar handelen
Wat je thuis opmerkt, helpt bij het uitzoeken van de oorzaak. Noteer daarom wanneer de verandering begon en wat je precies ziet. Weeg eens wat je aanbiedt en let op wat er achterblijft.
Deel je bevindingen wanneer je hulp vraagt. “Hij is oud en schraal” geeft een indruk. “Hij is de afgelopen weken afgevallen en laat steeds meer hooi liggen” geeft richting.
Wacht bij duidelijke achteruitgang niet op de volgende geplande gebitscontrole. Eet hij plotseling nauwelijks, is hij suf of zie je koliekverschijnselen, bel dan direct de dierenarts.
Zorg die meeverandert
Een ouder paard hoeft niet terug naar hoe hij tien jaar geleden was. We mogen wel blijven zoeken naar wat hem nu helpt.
Misschien vraagt dat om ander voer, een rustigere eetplek, een aangepast bewegingsplan of behandeling van een onderliggend probleem.
Daar hoort ook de kennis van de eigenaar bij. Die ziet het paard iedere dag. Ik onderzoek de mond en stel vragen. Samen zien we meer.
“Hij wordt ook een dagje ouder.”
Ja. En juist daarom verdient iedere verandering een beetje aandacht.
We kunnen de jaren niet terugdraaien. Wel blijven kijken wat dit paard vandaag nodig heeft.