Er ligt genoeg hooi. Maar krijgt ieder paard genoeg?
Je loopt het land in. Er ligt hooi, de paarden staan bij de bakken en iedereen lijkt tevreden.
Mooi. Geregeld.
Maar blijf eens wat langer staan. Wie staat er rustig te eten? Wie schuift steeds een stukje op? En wie heeft inmiddels een paar keer geprobeerd aan te sluiten, maar staat nu wat verderop te wachten?
Er ligt genoeg hooi. Alleen vertelt dat nog niet hoeveel ieder paard ervan binnenkrijgt.
‘Hij eet meestal wat later’
Ik zie het geregeld bij kuddes. Bij de ene voerbak staat een groepje paarden, bij de volgende ook. En wat verder naar achteren staat er eentje. Een beetje op zichzelf, op afstand van het eten.
‘Ja, hij eet meestal wat later.’
Of: ‘Hij staat laag in rangorde. Dat komt wel goed.’
Misschien klopt dat helemaal. Niet ieder paard hoeft op precies hetzelfde moment aan dezelfde bak te staan. Maar ik ben toch nieuwsgierig.
‘Hoe laat is later? En wat ligt er dan nog in die bak?’
Want later aan de beurt zijn is één ding. Aanschuiven bij een lege bak is iets anders. Daar kun je nog zo beleefd op je beurt hebben gewacht, maar daar wordt je buik niet voller van.
Rangorde kan meespelen bij het wijken voor andere paarden. Daarmee weten we nog niet of dit paard voldoende eet.
Als eigenaar heb je het hooi gebracht, de bakken gevuld en paarden zien eten. Logisch dat je dan denkt: dat zit goed. Alleen krijgt in een kudde niet ieder paard automatisch zijn eigen portie. De één eet rustig door, een ander verhuist steeds naar de volgende plek en een derde wacht liever op afstand.
Dat laatste kan er heel vredig uitzien. Geen ruzie, geen gedoe. Maar ik wil wel weten of dat rustige paard ook rustig aan zijn maaltijd toekomt.
Vijf minuten voeren, vijftien minuten loeren
Dat is mijn vaste zinnetje bij lezingen. En ook hier komt het mooi van pas.
Blijf eens kijken nadat je het hooi hebt neergelegd. Kom op verschillende momenten terug, ook wanneer de eerste paarden al een tijdje hebben gegeten. Zie je het wachtende paard aansluiten? Blijft hij daar eten, of moet hij na een paar happen alweer plaatsmaken?
Je hoeft niet iedere spriet te tellen of met een notitieblok achter een hooibaal te gaan zitten. Maar als we zeggen dat hij later eet, is het wel prettig als we dat later ook daadwerkelijk hebben gezien.
Let daarbij niet alleen op wie bij de bak staat, maar ook op wat er gebeurt zodra een ander paard dichterbij komt. Kan hij blijven staan? Wijkt hij uit naar een andere plek? Of eindigt hij steeds weer zonder hooi?
Zo wordt ‘dat komt wel goed’ iets wat je kunt controleren.
Meer voerplekken. Maar ook meer ruimte.
Een extra bak neerzetten kan helpen. Alleen maakt de plek waar je hem neerzet ook verschil.
Twee bakken vlak naast elkaar kunnen voor ons twee voerplekken zijn. Voor één paard dat beide bewaakt, misschien gewoon één buffet. Die heeft zijn zaakjes dan uitstekend geregeld. Nu de rest nog.
Kijk daarom ook naar de afstand tussen de voerplekken en de ruimte eromheen. Kan een paard ergens anders gaan eten zonder meteen weer bij hetzelfde paard uit te komen? En kan hij veilig wegstappen, zonder klem te raken tegen een hek of in een hoek?
Meerdere goed verspreide voerplekken kunnen helpen om de toegang tot hooi te verbeteren. Maar blijf daarna kijken of jouw oplossing voor jouw groep ook werkt. De paarden laten je meer zien dan het aantal bakken op je boodschappenlijstje.
Soms is voor één paard een eigen plek nodig waar hij ongestoord kan eten. Bijvoorbeeld tijdelijk apart, met veilig contact met de andere paarden. Kijk hoeveel hij daar eet en of hij daar tot rust komt. Wat passend is, hangt af van het paard en de mogelijkheden op die plek.
En het gebit dan?
Als paardentandarts kijk ik natuurlijk naar de mond. Kan hij het aangeboden voer goed kauwen? Heeft hij ongemak? Wat vind ik bij het onderzoek?
Maar ik wil ook weten hoe zijn maaltijd verloopt. Zeker wanneer een paard schraler wordt, vraag ik verder dan alleen wat er op het voerlijstje staat.
Wat krijgt hij aangeboden? Wat eet hij werkelijk? Hoe ontwikkelt zijn conditie zich? En zijn er andere redenen waarom hij minder goed eet of gewicht verliest?
Een extra schep brok is nog geen antwoord op al die vragen. Bij aanhoudend gewichtsverlies of duidelijk slechter eten hoort ook overleg met de dierenarts.
Een goed functionerend gebit helpt niet aan hooi dat buiten bereik blijft. En een rustige voerplek lost een gebitsprobleem niet op. Daarom stel ik graag beide vragen: kan hij goed eten, en krijgt hij de gelegenheid om te eten?
Dat hoort voor mij bij kijken naar het hele paard. Ook naar dat stukje van zijn dag waar ik tijdens een gebitsbehandeling niet vanzelf bij ben.
We hoeven de hele kudde niet meteen uit elkaar te halen omdat één paard wat verderop staat. Wel mogen we even blijven kijken. Dat is geen kritiek op de eigenaar. Het is aandacht voor het paard dat misschien wat minder opvalt tussen de rest.
Er ligt genoeg hooi.
Mooi.
Nu nog even kijken of dat ook voor hem geldt.