Hij eet toch goed?
Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Praktijk
Waarom ik liever vóór de problemen kom
“Mijn paard wil niet meer eten. Kun je komen?”
Natuurlijk wil ik dan helpen. Maar bij zo’n telefoontje denk ik ook: wat is er veranderd? En hoelang speelt er misschien al iets mee?
Dus als ik op stal kom, begin ik met vragen.
Wat eet hij? Wat laat hij liggen? Kauwt hij anders? En wanneer is zijn gebit voor het laatst gecontroleerd?
“O, twee of drie jaar geleden, denk ik.”
Dat laatste stukje — denk ik — blijkt soms een behoorlijk rekbaar begrip.
Twee jaar. Of toch iets langer?
Laatst stond ik bij een paard waarbij de laatste behandeling volgens de eigenaar een paar jaar geleden was.
Mondspreider erin. Lampje aan. En daar zag ik flinke punten, haken en een gebit dat behoorlijk uit balans was.
Ik draaide me om.
“Zou vijf, zes of zeven jaar misschien ook kunnen?”
Even stilte. Even rekenen.
“Ja… nu je het zegt.”
Dat gebeurt vaker dan je denkt. Niet omdat mensen hun paard niets gunnen. Integendeel. Ze regelen voer, een deken, de hoefsmid en nog twintig andere dingen.
Maar zolang het paard eet, schuift die gebitscontrole gemakkelijk een stukje op.
En nog een stukje.
De tijd vliegt. Helaas houdt het gebit ondertussen geen vakantie.
Voor de duidelijkheid: ik kan aan een haak niet aflezen in welk kalenderjaar de laatste behandeling was. Het gebit heeft geen datumstempel. Maar wat ik aantref, is wel aanleiding om nog eens goed door te vragen.
Een lege voerbak vertelt niet alles
“Maar hij at altijd goed.”
Die hoor ik vaak. En ik snap hem ook.
Je geeft je paard voer. Hij eet het op. Hij ziet er redelijk uit. Dan denk je niet meteen: misschien zit er iets in zijn mond wat aandacht nodig heeft.
Alleen: wat bedoelen we eigenlijk met goed eten?
Dat het voer verdwijnt? Of dat het paard comfortabel en goed kauwt?
Dat zijn twee verschillende vragen.
Paarden kunnen gebitsproblemen hebben zonder dat je meteen duidelijke klachten ziet. Soms vallen veranderingen pas op als ze groter worden. Soms blijkt achteraf dat het eten al langer wat trager ging, dat er af en toe iets uit de mond viel of dat bepaald voer bleef liggen.
Een lege voerbak is prettig.
Alleen heeft die voerbak nog nooit tussen de kiezen gekeken.
En wanneer ga jij zelf naar de tandarts?
Tijdens lezingen draai ik de vraag weleens om.
“Ga jij pas naar je tandarts als je niet meer kunt eten?”
Dan wordt er meestal wel even gelachen.
Want de meesten van ons zitten liever voor een controle in die stoel dan met een bonkende kies en een hand tegen de wang.
Je hoort liever: “Ik zie iets kleins. Daar kunnen we op tijd naar kijken.”
Veel prettiger dan een gesprek waarin ineens woorden vallen als wortelkanaalbehandeling, trekken, kroon en brug.
Dan heb je aan dat kopje koffie in de wachtkamer ook weinig troost meer.
Natuurlijk werkt een paardengebit anders dan ons gebit. En ook regelmatige controles kunnen niet ieder probleem voorkomen.
Maar het idee achter die controle is hetzelfde: je hoeft niet te wachten op pijn of duidelijke klachten om te laten kijken of alles nog goed gaat.
Liever kijken dan achter de feiten aan lopen
Ik wil liever komen terwijl het paard nog lekker staat te eten, zodat ik kan onderzoeken hoe het gebit ervoor staat.
Ik kijk naar het paard, vraag naar het eten, onderzoek de mond en beoordeel wat nodig is.
Zijn er scherpe punten? Slijt het gebit gelijkmatig? Hoe dat werkt, leg ik uit in De paardenkies: gebouwd om te verdwijnen. Zijn er plekken die aandacht vragen? En past wat ik vind bij het verhaal van de eigenaar?
Vroeg ontdekken geeft de mogelijkheid om eerder in te grijpen, als dat nodig is. Wacht je tot eten echt moeilijk wordt, dan kan er al een groter probleem spelen.
En dan is de oplossing soms ingewikkelder dan iedereen had gehoopt.
Ik kom dus graag op tijd.
Voor de gezelligheid mag natuurlijk ook. Maar ik neem wel mijn lampje mee.
Controleren is niet automatisch vijlen
Dit vind ik minstens zo belangrijk.
Een afspraak betekent niet dat er per se iets van het gebit af moet. Daarover vertel ik meer in Waarom ik soms juist niets doe.
Als het goed is, is het goed.
Dan ben ik juist blij dat ik dat kan vertellen.
Preventieve zorg betekent voor mij zorgvuldig kijken, beoordelen en behandelen wanneer daar een reden voor is. En zo nodig doorverwijzen.
Hoe vaak een controle verstandig is, hangt onder meer af van de leeftijd, het gebit en eerdere bevindingen. Dat bespreken we per paard.
Het doel is een comfortabele, goed functionerende mond. Niet zoveel mogelijk vijlen.
Hij eet goed? Mooi. Dat houden we graag zo.
Ik begrijp heel goed dat je geen probleem wilt zoeken waar je er geen ziet.
Maar een gebitscontrole is er juist om te beoordelen wat je van buitenaf niet kunt zien.
Daarom hoor ik liever:
“Hij eet goed. Wil je kijken of alles nog netjes is?”
Dan:
“Hij eet niet meer. Kun je vandaag nog komen?”
En stopt je paard plotseling met eten, dan moet daar snel naar gekeken worden. Bel je dierenarts; er kunnen ook andere oorzaken spelen dan het gebit.
Goed eten is een fijn teken. Een gezond gebit stel je vast door het te onderzoeken.
Dus ja: hij eet nog goed.
Mooi.
Dan spreken we liever af vóórdat dat zinnetje verandert.