soms niets doen is beter

Waarom ik soms juist niets doe

Soms kom ik bij een paard, doe ik mijn hele onderzoek en zeg ik uiteindelijk tegen de eigenaar: “Weet je wat? Ik ga vandaag eigenlijk niets doen.”

Dan komt meestal eerst zo’n blik.

Niet doen?

Maar daar ben je toch juist voor?

En ik snap dat heel goed. Je maakt een afspraak met een paardentandarts, het paard staat netjes klaar, ik kom aan met mijn spullen en je verwacht natuurlijk dat er ergens een vijl tevoorschijn komt. Als ik vervolgens na een uitgebreid onderzoek zeg dat ik alles gewoon laat zoals het is, voelt dat misschien een beetje alsof je een schilder laat komen die een uur naar je muur kijkt en dan zegt: “Nou… volgens mij is het eigenlijk wel goed zo.”

Bij een schilder zou ik daar misschien ook even van opkijken.

Bij een paardengebit kan het juist heel goed nieuws zijn.

Want ik kom niet om koste wat kost iets te doen. Ik kom om te beoordelen óf er iets gedaan moet worden. Dat lijkt een klein verschil, maar voor mij is het juist de kern van mijn werk.

Als ik een paard onderzoek, kijk ik niet alleen of er ergens iets scherps zit. Ik voel aan de kiezen, controleer of ze stevig staan, kijk naar de slijtage, naar de tong, de wangen en het tandvlees, en ik voel hoe de kaak beweegt. Ik wil weten of alles nog mooi samenwerkt en vooral of het paard ergens laat merken dat iets niet prettig is.

En soms is de uitkomst gewoon heel prettig.

Alles voelt rustig.

De kiezen sluiten mooi aan, de maalbeweging is goed, de slijtage is gelijkmatig en ik vind nergens een reden om materiaal weg te halen.

Dan kan ik natuurlijk toch gaan vijlen. Ik ben er nu eenmaal en de vijl ligt klaar.

Maar waarom zou ik?

Iedere keer dat ik iets van een tand of kies afhaal, haal ik materiaal weg. Dat wil ik dus alleen doen als daar een goede reden voor is. Niet omdat het misschien nog nét iets gladder of rechter kan, maar omdat het functioneel nodig is.

Een paardengebit hoeft van mij niet in een showroom te kunnen staan. Het moet gewoon goed werken.

En hier komt eigenlijk het leuke gedeelte, want wanneer ik bij een paard kom dat ik eerder behandeld heb en ik hoef deze keer bijna niets te doen, dan denk ik heel vaak: volgens mij ben ik gewoon te vroeg.

En dat klinkt misschien alsof er iets mis is gegaan met de planning, maar eigenlijk is het juist een compliment.

Als ik tijdens de vorige behandeling de balans goed heb kunnen herstellen en het paard daarna netjes beide kanten blijft gebruiken, dan kan het gebit vervolgens veel gelijkmatiger afslijten. Er ontstaan minder snel grote verschillen en bij een volgende controle kan het dus zomaar gebeuren dat ik denk: hier moet ik gewoon afblijven.

En eerlijk gezegd vind ik dat heerlijk.

Dan mag de tandarts zichzelf best even een klein schouderklopje geven.

Niet te lang natuurlijk. We moeten wel een beetje normaal blijven doen.

Maar toch.

Want dat is voor mij juist een mooi resultaat van een behandeling. Niet dat ik iedere keer opnieuw veel moet corrigeren, maar dat ik de volgende keer minder hoef te doen.

Als ik bij iedere controle opnieuw grote verschillen zou vinden, dan zou ik daar juist over na willen denken. Waarom gebeurt dat steeds? Gebruikt het paard één kant meer? Is de maalbeweging ergens beperkt? Speelt er iets waardoor het gebit steeds opnieuw uit balans raakt?

Maar als alles rustig en gelijkmatig is gebleven, dan heeft het gebit in de tussentijd eigenlijk prachtig zijn eigen werk gedaan.

En dat is tenslotte waar een paardengebit voor gemaakt is.

Een paard staat uren per dag te malen. Daarbij slijten de tanden en kiezen voortdurend af. Mijn taak is niet om dat natuurlijke proces over te nemen, maar om ervoor te zorgen dat het zo goed mogelijk kan blijven functioneren.

Als dat lukt, hoef ik dus niet iedere keer als een soort bezetene met mijn vijlen aan de slag.

Soms is kijken, voelen en vervolgens besluiten om niets te veranderen juist precies wat nodig is.

Dat vind ik trouwens ook belangrijk om aan eigenaren uit te leggen, want ik merk dat wij allemaal een beetje gewend zijn geraakt aan het idee dat een behandeling zichtbaar moet zijn. Je brengt een auto naar de garage en je verwacht nieuwe onderdelen. Je laat een schilder komen en je verwacht een andere kleur muur. Dus wanneer een paardentandarts langskomt, verwacht je automatisch dat er ook iets van een tand af gaat.

Maar goede zorg werkt niet altijd zo.

Soms zit de kwaliteit juist in het feit dat je kunt zien dat iets goed functioneert en vervolgens de discipline hebt om het met rust te laten.

Dat betekent natuurlijk niet dat ik niets gedaan heb.

Ik heb juist alles onderzocht wat ik wilde onderzoeken. Ik heb gevoeld of de kiezen stevig staan, gekeken naar slijtage en beschadigingen, de kaakbeweging beoordeeld en gelet op eventuele pijnreacties. Pas doordat ik dat allemaal gedaan heb, kan ik met vertrouwen zeggen: vandaag hoeft er niets te gebeuren.

Dat is iets heel anders dan even in de mond kijken en zeggen: ziet er wel aardig uit.

En natuurlijk betekent “vandaag niets doen” ook niet dat het gebit nooit meer aandacht nodig heeft. Een paardengebit blijft veranderen. Tanden komen verder door, slijtage gaat door, kauwpatronen kunnen veranderen en leeftijd speelt mee. Dus we blijven kijken.

Alleen hoeft niet iedere controle automatisch een behandeling te worden.

Sterker nog, ik vind het eigenlijk een prachtig compliment wanneer ik een paard terugzie en merk dat alles nog zo mooi in balans is dat mijn vijlen bijna werkloos blijven.

Dan was ik misschien gewoon een beetje te vroeg.

En dat is helemaal niet erg.

Het betekent dat het paardengebit precies doet wat ik graag wil zien: rustig, gelijkmatig en functioneel afslijten.

Dus als ik na mijn onderzoek eens zeg: “We laten hem vandaag lekker met rust”, hoef je niet te denken dat ik voor niets ben gekomen.

Soms is het mooiste bewijs dat een behandeling goed heeft gewerkt juist dat er de volgende keer bijna niets meer te behandelen valt.

En vooruit…

dan geef ik de tandarts toch even dat kleine schouderklopje.

;