
Hooi is hooi. Tot je paard daar anders over denkt.
Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Eigenaar & misverstanden
Gisteren sprak ik een mevrouw over haar paard. Het was mager en schraal en kreeg ook bultjes en schilfertjes op de huid. Volgens haar leek er een verband te zijn met het hooi.
Bij maar liefst zes verschillende hooileveranciers had ze kleine porties gehaald om te proberen. Uiteindelijk vond ze een partij waarbij haar paard volgens haar geen last meer had.
Zes leveranciers. Dan ben je inmiddels bijna een hooisommelier.
Maar achter dat zoeken zat natuurlijk gewoon een eigenaar die haar paard graag goed wilde helpen. En die bleef kijken.
Zij vermoedde dat het met bepaalde suikers te maken had. Of dat werkelijk de oorzaak was, weet ik niet. Dat haar paard bij ander hooi geen klachten meer had, is interessant. Maar daarmee is de boosdoener nog niet aangewezen.
Wat haar verhaal voor mij wél mooi laat zien: soms moet je verder kijken dan de kiezen.
De herfst verandert ook het menu
De hele zomer staat een paard in het land. Het eet gras en de eigenaar ziet weinig bijzonderheden.
Dan worden de dagen korter, neemt het grasaanbod af en verschijnen de hooibalen. Of de oude voorraad is op en er komt een nieuwe partij.
De leverancier is misschien dezelfde. De vrachtwagen ook. Maar het hooi hoeft niet hetzelfde te zijn.
Voor ons is het nog steeds hooi. Voor het paard kunnen geur, smaak, structuur en samenstelling behoorlijk anders zijn.
En dan hoor ik ineens: “Hij maakt weer proppen.” Of: “Hij laat zoveel liggen.” Of: “Hij is pas bij de tandarts geweest, hoe kan dat nou?”
Dan wil ik weten hoe het met de mond gaat. Maar ik vraag ook: is er iets veranderd aan het voer?
Andere partij? Van gras naar hooi? En gebeurt het bij alles wat hij eet, of vooral bij deze baal?
Dat zijn geen ingewikkelde vragen. De antwoorden kunnen wel veel vertellen.
Gras eten is niet hetzelfde als hooi kauwen
Bij een ouder paard met een beperkt gebit kan de overgang extra opvallen. Het gras lukte nog aardig, maar met bepaalde soorten hooi wordt het kauwen ineens een hele klus.
Dat betekent niet automatisch dat het gebit sinds vorige week enorm is verslechterd. Het kan ook betekenen dat het paard nu voer krijgt dat moeilijker te verwerken is.
Een zachte, bladrijke pluk is iets anders dan een handvol grove stengels. Ook de rijpheid bij het maaien speelt mee: rijper gewas bevat doorgaans meer vezels en is minder goed verteerbaar.
Een gebitsbehandeling kan helpen waar iets te verbeteren valt. Maar versleten of ontbrekende kiezen groeien er niet door terug. Soms moet het voer dus worden aangepast aan wat de mond nog kan.
Die baal kan prachtig zijn. Maar ook prachtig hooi moet nog door een oudere mond verwerkt kunnen worden.
Droog hooi, voordroog of kruidenhooi?
Je staat bij de leverancier. Droog hooi, voordroog, kruidenhooi. Kleine baal, grote baal, folie eromheen. Je kwam voor paardenvoer, maar hebt ineens het gevoel dat je een examen moet afleggen.
Waar let je op?
Bij droog hooi draait de bewaring om voldoende drogen en vervolgens droog opslaan. Trek een nieuwe baal ook vanbinnen open. Ruikt het muf, zie je schimmel of komt er een flinke stofwolk uit? Dan verdient dat aandacht. Beschimmeld ruwvoer voer je niet.
Bij voordroog wordt het gras minder ver gedroogd en luchtdicht in folie verpakt. Na openen neemt de houdbaarheid af. Een grote baal is dus alleen handig wanneer je hem kunt opvoeren voordat het voer bederft. Volg de bewaar- en gebruiksadviezen van de leverancier.
Vraag bij een baal in folie ook wat erin zit en hoe droog het is. Meer vocht betekent minder droge stof per kilo. Een even zware portie is dus niet vanzelf een even grote portie voeding.
En kruidenhooi? Dat kan verschillende grassen en kruiden bevatten. Het klinkt aantrekkelijk, maar vertelt nog weinig over de voedingswaarde of geschiktheid voor jouw paard.
Je kiest uiteindelijk op kwaliteit, samenstelling en wat het paard nodig heeft. De verpakking doet het kauwwerk niet.
Je kunt suiker niet aan een spriet aflezen
Kijken, ruiken en voelen helpen bij het beoordelen van ruwvoer. Het suikergehalte kun je er alleen niet betrouwbaar mee bepalen. Ook “eerste snede” of “grof hooi” geeft daar geen zekerheid over.
Een representatieve ruwvoeranalyse geeft meer inzicht in de voedingswaarde. Bij specifieke voedingsbehoeften kan een deskundige helpen om de uitslag te vertalen naar een passend rantsoen.
Wat geschikt is voor de ronde pony, hoeft voor het schrale oudere paard geen goede keuze te zijn.
En krijgt een paard bultjes of schilfers? Dan kun je niet op het oog vaststellen dat suiker de oorzaak is. Laat bij aanhoudende of terugkerende huidklachten de dierenarts meezoeken.
Geef de overgang de tijd
Ook de micro-organismen in de darmen moeten zich aanpassen aan ander voer. Maak een voerwisseling geleidelijk. Bij een duidelijke verandering is ongeveer tien tot veertien dagen een gangbare richtlijn, afgestemd op het paard en het rantsoen.
Begin met passend ruwvoer bijvoeren voordat het gras helemaal wegvalt. Houd bij een nieuwe partij, als dat kan, wat van het oude voer achter om de overgang rustig te laten verlopen. Uiteraard alleen als dat oude voer veilig en geschikt is.
Dat beetje planning kan veel verschil maken. De voorraad is voor ons ineens op. Voor de darmen hoeft het menu niet ineens om.
Zorg daarnaast steeds voor schoon drinkwater en let op veranderingen in eetlust en mest.
Een volle voerbak is nog geen volle buik
“Heel de dag eten” klinkt geruststellend. Maar hoeveel krijgt het paard werkelijk binnen?
Vijf minuten voeren is vijftien minuten loeren.
Blijf eens staan nadat je het hooi hebt neergelegd. Kauwt hij rustig door? Laat hij plukken vallen? Zoekt hij vooral de zachte delen uit? En kan hij in de groep ongestoord bij het voer?
Voel ook regelmatig hoe hij in conditie is. Onder een wintervacht kun je veranderingen gemakkelijk missen.
Blijft een paard afvallen of eet het duidelijk slechter, laat dan de dierenarts meezoeken naar de oorzaak. Bij koliekverschijnselen bel je direct. Een gebitscontrole en deskundig voedingsadvies kunnen onderdeel zijn van de bredere aanpak.
Dat is ook hoe ik graag werk. De mond onderzoeken, vragen stellen en luisteren naar wat de eigenaar ziet. Die kent het paard iedere dag; ik kom op bezoek. We kunnen allebei iets van elkaar leren.
Wij kijken naar de baal. Het paard moet ermee uit de voeten.
En soms begint de oplossing met een heel eenvoudige vraag:
“Wat ligt er eigenlijk in die voerbak?”