Achtergebleven melksnijtand vóór een blijvende snijtand bij een paard.
De melksnijtand is blijven zitten, terwijl de blijvende snijtand erachter is doorgekomen. Het melkgebit heeft nog niet helemaal plaatsgemaakt voor zijn opvolger.

Hij is nog jong. Juist daarom kijk ik graag even.

Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Techniek

Over tanden wisselen, melkkiezen met een eigen agenda en waarom controleren niet automatisch vijlen betekent

Een paard van zes jaar. Je zou verwachten dat het melkgebit inmiddels plaats heeft gemaakt.

Maar bij het paard dat ik vanmiddag bekeek, stond nog een melksnijtand. Klein tandje, grote vasthoudendheid.

De blijvende snijtand was er ook. Alleen stond die erachter. De melktand had geen plaats gemaakt en hield zijn plekje stevig bezet.

Zijn opvolger was al begonnen, maar zelf had hij zijn afscheid blijkbaar nog niet ingepland.

Dat is precies waarom ik bij jonge paarden graag regelmatig het gebit controleer. In die eerste jaren verandert er ontzettend veel. Een controle is dan bedoeld om te volgen hoe dat verloopt. Mijn elektrische vijlen hoeven daarvoor niet automatisch aan het werk.

Er wordt flink verbouwd in zo’n jonge paardenmond. Dan kom ik graag af en toe kijken of iedereen wel op de juiste plek gaat staan.

Een melkgebit is geen oefengebit

Een veulen krijgt melktanden en melkkiezen. Die worden later vervangen, maar hebben ondertussen gewoon een taak: de snijtanden helpen bij het afbijten, de kiezen bij het verkleinen van het voer.

Tijdelijk betekent dus niet overbodig.

Ook een tijdelijk gebit moet werken. Een jong paard gaat niet een paar jaar wachten met kauwen tot de definitieve inrichting is geleverd.

Later komen de blijvende tanden en kiezen door. Een deel vervangt het melkgebit. Een ander deel krijgt een nieuwe plek verder achterin de kiezenrij.

En daar komen twee woorden om de hoek kijken: premolaren en molaren. Klinkt als een lastige vraag bij een pubquiz, maar het verschil is prima uit te leggen.

Een premolaar is niet automatisch een melkkies

Een premolaar is een kies die vóór de molaren staat. De naam vertelt waar hij in het gebit thuishoort. Hij vertelt niet dat het een melkkies is.

De drie grote premolaren per kaakhelft hebben eerst een melkversie en later een blijvende opvolger. Ook die opvolger heet een premolaar.

De melkpremolaar maakt dus uiteindelijk plaats voor een blijvende premolaar. Zelfde soort werk, nieuwe collega.

De molaren staan daarachter. Die hebben geen melkvoorganger: ze komen als blijvende kiezen door en vullen de kiezenrij verder aan.

De blijvende premolaren nemen bestaande werkplekken over; de molaren schuiven achteraan bij het team aan. Samen vormen die grote kiezen het maalwerk van het paard.

Wanneer komt wat?

De eerste melktanden verschijnen al heel vroeg. Daarna volgt een periode waarin er steeds nieuwe tanden en kiezen bijkomen en het melkgebit wordt vervangen.

Dit is een globaal overzicht van de gebruikelijke doorbraaktijden:

Onderdeel van het gebitGebruikelijk moment
Middelste melksnijtandenRond de geboorte of in de eerste week
Tweede paar melksnijtandenRond 4–6 weken
Buitenste melksnijtandenRond 6–9 maanden
De drie grote melkpremolaren per kaakhelftRond de geboorte of in de eerste twee weken
Eerste molaarRond 9–12 maanden
Tweede molaarRond 2 jaar
Wisselen van de drie grote premolarenGlobaal tussen 2,5 en 4 jaar
Derde molaarRond 3,5–4 jaar
Wisselen van de snijtanden, van midden naar buitenRond 2,5, 3,5 en 4,5 jaar
Hengstentanden, als ze aanwezig zijnMeestal rond 4–5 jaar

Bij de grote premolaren worden vaak ongeveer 2,5, 3 en 4 jaar genoemd. Boven- en onderkaak lopen niet altijd gelijk: sommige kiezen in de onderkaak kunnen eerder komen.

Dat zijn richtleeftijden, geen afspraken die het paard in zijn agenda heeft gezet.

Daarom kijk ik niet alleen naar de geboortedatum. Ik kijk vooral naar wat er daadwerkelijk in die mond gebeurt.

Het dopje moet wel plaatsmaken

Tijdens het wisselen kan het restant van een melkkies nog boven de blijvende kies zitten. Zo’n restant wordt vaak een dop genoemd.

Dat hoort bij het wisselproces. De vraag is of het op het juiste moment en op een passende manier plaatsmaakt.

Komt de blijvende kies op de verwachte plek door? Zit er nog een melkkies of dop? Hoe ziet het weefsel eromheen eruit? En past wat ik aantref bij deze fase van het wisselen? Dat zijn de dingen die ik wil weten.

Alleen ‘er zit nog iets’ is onvoldoende om te besluiten wat nodig is. Ik wil weten wat dat iets is en hoe het zich verhoudt tot de rest van het gebit.

De AAEP beschrijft ook afwijkende doorbraak waarbij melktanden of melkkiezen blijven staan. Het gaat dus niet altijd volgens het keurige schema uit een boek.

Een melksnijtand die zijn plek niet opgeeft

Bij het zesjarige paard van vanmiddag ging het om een melksnijtand. Die stond er nog, met de blijvende snijtand erachter. Dat is iets anders dan een wisseldop op een kies.

Op de foto zie je precies wat ik bedoel: het kleine melktandje vooraan en de blijvende snijtand erachter.

Zo’n achtergebleven melktand wil ik graag eerder ontdekken. Dan kan op tijd worden beoordeeld of hij door de dierenarts verwijderd moet worden, om ruimte te maken voor de blijvende snijtand. Dat kan de blijvende tand helpen een betere positie in te nemen. Hoe mooi hij uiteindelijk in de rij komt, hangt af van de situatie.

Precies daarom kijk ik graag tijdens het wisselen mee. Je wilt een achterblijver opmerken terwijl de rest nog bezig is zijn plek te vinden.

Waarom ik jonkies graag ieder halfjaar zie

In de wisselperiode controleer ik jonge paarden het liefst ongeveer ieder halfjaar. De precieze termijn stem ik af op het gebit en op wat ik wil blijven volgen.

Ik kijk hoe de tanden en kiezen doorkomen, wat al gewisseld is en wat nog even op zich laat wachten. Zo kan ik ontdekken of er iets aandacht nodig heeft.

Een controleafspraak is geen automatische afspraak met de vijl.

Als ik geen reden vind om te vijlen, blijven mijn vijlen gewoon rustig liggen. Die kunnen daar uitstekend tegen. Dat schreef ik ook in Waarom ik soms juist niets doe.

Maar als er tijdens het wisselen iets niet goed verloopt, wil ik dat graag opmerken en met de eigenaar bespreken. Waar nodig adviseer ik verder onderzoek of behandeling door de dierenarts.

‘Hij is nog jong’ is voor mij dus juist een reden om te kijken.

Bij een verbouwing kijk je toch ook tussendoor of alles goed gaat? Je wacht liever niet tot de tegelzetter klaar is om te ontdekken dat de deur niet meer open kan.

En die wolfskiesjes dan?

Ook die kunnen al vroeg in een jonge paardenmond verschijnen.

Een wolfskiesje is anatomisch de eerste premolaar. Het is een klein kiesje dat meestal vóór de eerste grote kies in de bovenkaak staat. Het volgt niet hetzelfde wisselverhaal als de drie grote melkpremolaren.

Ik bekijk de ligging, de mond en het gebruik van het paard. Ook bespreek ik wat de eigenaar met het paard wil gaan doen.

Een gevonden wolfskiesje is niet automatisch een reden voor verwijdering. Daarover vertel ik uitgebreider in Een wolfskiesje. Dus het moet eruit?.

Klein kiesje, eigen verhaal. Hij verdient een beoordeling, geen automatisch enkeltje naar buiten.

Hengstentanden zijn weer iets anders

Hengstentanden zijn de hoektanden. Ze staan in de ruimte tussen de snijtanden en de kiezen.

Je ziet ze vooral bij hengsten en ruinen, maar ook merries kunnen ze hebben. Ze zijn iets anders dan wolfskiesjes en vormen geen onderdeel van het maalvlak van de grote kiezen.

Een merrie met een hengstentand heeft dus geen verkeerd gebit besteld. De naam is alleen wat minder volledig dan de werkelijkheid.

Ook die tanden neem ik mee in mijn onderzoek. Want bij een jong paard kijk ik naar de hele mond, niet alleen naar de plek waar ik een wisseldop verwacht.

Jong betekent: er gebeurt nog van alles

Dat vind ik het interessante aan jonge paarden.

Je kijkt naar een gebit dat volop verandert. Melktanden maken plaats, blijvende kiezen komen door en de kiezenrij wordt verder aangevuld.

Meestal verloopt die ontwikkeling zoals je verwacht. Soms tref je iets aan dat extra aandacht vraagt.

Zoals een melksnijtand die bij een zesjarig paard nog steeds aanwezig is, met de blijvende snijtand erachter.

Daarom kijk ik graag regelmatig mee en leg ik aan de eigenaar uit wat ik zie en wat ik wil blijven volgen.

Het doel is een goede controle en een passend advies. Soms hoort daar een behandeling bij. Soms alleen een volgende afspraak.

Want hij is nog jong.

Juist daarom kijk ik graag even.

;