Een wolfskiesje. Dus het moet eruit?
Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Techniek
Waarom ik eerst vraag wat je met je paard doet
Vroeger leerde ik het vrij eenvoudig: kom je een wolfskiesje tegen, dan laat je het verwijderen.
Kiesje gevonden. Dierenarts erbij. Kiesje eruit.
Lekker overzichtelijk. Je hoefde er bijna geen tweede gedachte aan te besteden.
Alleen ben ik in de loop van de jaren juist steeds meer tweede gedachten gaan waarderen. Zeker als de eerste gedachte betekent dat er iets uit een paardenmond moet.
Tegenwoordig stel ik daarom eerst een andere vraag:
Wat doe je met dit paard?
Is het een fokmerrie? Rijd je bitloos? Wordt het paard al jaren met een bit gereden?
En daarna: zijn er klachten, hoe ziet de mond eruit en waar zit dat wolfskiesje eigenlijk?
Want iets vinden is nog niet hetzelfde als iets moeten laten verwijderen.
Klein kiesje, grote reputatie
Een wolfskiesje is een kleine, onderontwikkelde kies. Anatomisch is het de eerste premolaar: een overblijfsel van het gebit van de voorouders van ons paard. Het heeft normaal gesproken geen belangrijke rol meer bij het vermalen van voer.
Meestal vind je het vlak vóór de eerste grote kies in de bovenkaak. In de onderkaak kunnen wolfskiesjes ook voorkomen, maar minder vaak.
Je hoort ook de naam wolfstand of wolfstandje. Ik spreek zelf graag over een wolfskiesje.
Een bescheiden kiesje met een naam alsof het ’s nachts door het bos jaagt. Meestal staat het gewoon rustig vóór de kiezen.
Zijn reputatie is soms groter dan het probleem. Maar op een ongunstige plek kan zo’n klein kiesje wel degelijk ongemak geven. Daarom kijk ik naar het kiesje én naar het paard dat erbij hoort.
‘Het is een fokmerrie’
Stel: ik onderzoek een merrie die voor de fokkerij wordt gebruikt en niet met een bit wordt gewerkt. Ik vind een wolfskiesje, maar geen aanwijzingen dat het kiesje of het omliggende weefsel problemen geeft.
Dan is mijn eerste gedachte: waarom zouden we het laten verwijderen?
Alleen omdat het er zit?
Dan zeg ik liever: lekker laten zitten en blijven controleren.
Heeft de merrie wél pijn of tref ik een beschadiging of ander probleem aan, dan verandert het verhaal. Het woord ‘fokmerrie’ maakt een pijnlijke mond natuurlijk niet minder pijnlijk.
Maar alleen de aanwezigheid van een wolfskiesje is voor mij geen reden om een ingreep te adviseren.
‘Ik rijd bitloos’
Ook dat maakt verschil in het gesprek.
Een bit dat er niet is, kan ook niet tegen dat kiesje drukken. Dat scheelt alvast een vraag.
Dan kijk ik vooral of het kiesje zelf of het weefsel eromheen problemen geeft.
Is dat niet zo, dan kan laten zitten een prima keuze zijn.
Bitloos is alleen geen vrijstelling voor gebitscontrole. Ook zonder bit kan een kiesje loszitten, beschadigd raken of gevoelig zijn.
Maar ‘misschien komt er ooit een bit tegenaan’ is iets anders dan een probleem dat we nu aantreffen.
‘Hij wordt al jaren zo gereden’
Soms kom ik bij een ouder paard nog een wolfskiesje tegen.
De eigenaar rijdt al jaren met een bit en vertelt dat het paard daar prettig op reageert. Ook bij het onderzoek vind ik geen aanwijzingen voor irritatie rond het kiesje.
Dan ben ik terughoudend met het advies om het alsnog te laten verwijderen.
Ik ga geen probleem bestellen omdat ik een kiesje heb gevonden.
Wel blijf ik zorgvuldig kijken. ‘Hij loopt er al jaren mee’ is nuttige informatie, maar geen gezondheidsverklaring. Paarden laten mondproblemen niet altijd duidelijk zien.
Ik luister dus naar de eigenaar én onderzoek de mond. Pas samen vertellen die twee mij genoeg om een advies te geven.
Dat past bij wat ik eerder schreef in Waarom ik soms juist niets doe.
Eerst kijken waar het zit
Wolfskiesjes verschillen in grootte, stand en ligging.
Zit het dicht tegen de eerste grote kies? Staat het afwijkend? Hoe ziet het omliggende tandvlees eruit? En is contact of druk door het bit aannemelijk?
Een klein kiesje kan onhandig zitten. Een groter kiesje hoeft niet automatisch een probleem te zijn. En het stukje dat je ziet, vertelt niet precies hoe de wortel eruitziet.
Bij een paard dat met een bit wordt gewerkt, verdient een wolfskiesje op een ongunstige plek extra aandacht. Wijst het onderzoek op pijnlijke druk of beschadiging die met dat kiesje samenhangt, dan kan het verstandig zijn om het door de dierenarts te laten verwijderen.
Bij een jong paard dat nog met een bit moet leren werken, bespreek ik die afweging liefst vooraf. Een eerste kennismaking met het bit moet prettig zijn. Daar hoeft geen gevoelig kiesje tussen te komen.
Maar ook dan geldt: eerst beoordelen, vervolgens een passend advies.
Blind betekent: onder het tandvlees
Er bestaan ook blinde wolfskiesjes. Die zijn niet door het tandvlees heen gekomen en zitten eronder verborgen.
Je ziet dus niet zomaar een klein wit kiesje staan. Bij zorgvuldig onderzoek kan een harde verdikking voelbaar zijn. Soms is verder onderzoek door de dierenarts, bijvoorbeeld met röntgenfoto’s, nodig om de ligging goed te beoordelen.
Druk op het tandvlees boven een blind wolfskiesje kan gevoelig zijn. Daarom verdient die plek aandacht als een paard moeite heeft met het bit of tekenen van mondongemak laat zien.
Dat het onder het tandvlees zit, maakt het alleen nog niet automatisch de boosdoener.
Hoofdschudden vertelt nog niet welke kies het is
Een paard dat zijn bit niet prettig aanneemt, in verzet gaat of met zijn hoofd schudt, vertelt dat er iets onderzocht moet worden.
Het vertelt nog niet welk onderdeel de oorzaak is.
Een wolfskiesje kan meespelen. Maar ook andere plekken in de mond, de pasvorm en het gebruik van het bit, of oorzaken buiten de mond verdienen aandacht.
Daarom kijk ik verder dan dat ene kiesje. Het paard geeft een signaal, maar levert er helaas geen plattegrond bij.
Dat uitzoekwerk hoort bij mijn werk.
Als verwijderen nodig is
Ik onderzoek de mond, leg uit wat ik aantref en bespreek met de eigenaar wat een verstandige vervolgstap is.
Als verwijdering nodig lijkt, verwijs ik naar de dierenarts. Die beoordeelt de ingreep en zorgt voor passende verdoving, pijnstilling en nazorg.
Een klein kiesje verwijderen blijft een ingreep. Dat doe je met een reden en met zorg voor het paard.
Soms is het advies: laten zitten en blijven volgen. Soms is het advies: dit verdient verder onderzoek of verwijdering door de dierenarts.
Het verschil zit in het paard, het onderzoek en de reden om iets te doen.
Vroeger was ‘een wolfskiesje’ voor mij bijna het einde van de afweging.
Tegenwoordig is het het begin van een gesprek.
‘Wat doe je eigenlijk met je paard?’
Dat lijkt een eenvoudige vraag. Maar het antwoord helpt mij om een beter advies te geven.
En daar gaat het uiteindelijk om. Een prettige mond voor het paard. Met een wolfskiesje als dat kan, en zonder als daar een goede reden voor is.