Marnix Brandes staat lachend naast een zwartbont paard met hoofdstel bij een buitenrijbaan.

De tandarts is geweest. En nu?

Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Eigenaar & misverstanden

Zo. Het gebit is nagekeken en de behandeling is klaar. Nog even het hoofdstel controleren, de laatste vragen bespreken en de puntjes op de i zetten.

Dan gaan de spullen weer in de bus. Hop, door naar de volgende stal.

Maar voordat ik vertrek, klinkt er vaak nog een vraag.

‘Mag hij alweer eten?’

Ja hoor. Na een gewone gebitsbehandeling zonder sedatie mag dat doorgaans meteen. Graag zelfs, want ik kijk het liefst nog even mee voordat ik wegrijd.

Hoe pakt hij het voer op? Hoe kauwt hij? Hoe bewegen zijn kaken en hoe maalt hij? Ik heb net in zijn mond gewerkt. Dan vind ik het prettig om die mond ook weer aan het werk te zien.

De vijl ligt misschien al in de tas, maar mijn ogen werken nog even door.

Het paard zelf heeft meestal weinig behoefte aan een uitgebreide nabespreking. Die ziet voer. Dat gesprek wil hij best voeren, maar dan graag met volle mond.

‘En mag ik straks rijden?’

Bij een gewone behandeling, zonder bijzonderheden en met een paard dat comfortabel is, hoeft de rest van de dag niet op pauze. Hij kan doorgaans meteen weer eten en drinken, naar de wei en ook weer aan het werk.

Ik werk zonder sedatie en neem de tijd voor rust en samenwerking. Zijn er wondjes, gevoeligheid of andere bijzonderheden die aangepast advies vragen, dan bespreken we dat. Een uitgebreide correctie of een ingreep vraagt soms andere nazorg dan gewoon onderhoud.

Bij een paard dat wél gesedeerd is, volg je het advies van de dierenarts over eten en werkhervatting. Het krijgt pas weer voer wanneer het voldoende hersteld is.

Maar meestal kunnen we na mijn bezoek gewoon verder met de dag. Het paard naar zijn hooi, de eigenaar naar zijn plannen en ik naar mijn bus.

Soms vertel ik er vooraf wel iets bij.

‘Ik kan het niet beloven,’ zeg ik dan met een knipoog, ‘maar het zou kunnen dat je straks wat propjes ziet.’

Daar kijkt een eigenaar natuurlijk even van op. Je laat iemand komen voor het gebit en die begint over propjes ná de behandeling. Dat vraagt om uitleg. En gelukkig zit ik daar zelden om verlegen.

Bij uitgesproken punten of overgroei kan na een uitgebreidere correctie het kauwen tijdelijk anders verlopen. Er kan gevoeligheid zijn en het paard kan moeten wennen aan veranderde contacten tussen de kiezen. Wat ik bij dit paard verwacht, bespreek ik voordat ik vertrek.

Liever vooraf uitleg dan achteraf een eigenaar die denkt: vóór die tandarts kwam lag er niets op de grond. Nu wel. Lekker dan.

Dat betekent niet dat ieder propje automatisch onder ‘even wennen’ valt. Blijft hij proppen maken, gaat eten moeilijker of vertrouw je het niet? Laat het me weten. Dan bekijken we wat er speelt en of opnieuw onderzoek nodig is.

Soms krijg ik een paar dagen na de behandeling een telefoontje of berichtje. Ik ben dan allang weer op andere stallen geweest, maar de eigenaar heeft thuis iets opgemerkt.

‘Marnix, hij eet ineens zo raar.’

Dan vraag ik meestal om een filmpje van het eten. Zo kan de eigenaar laten zien wat er opvalt en kan ik op afstand meekijken.

Soms zie ik daarop een mooie, regelmatige maalbeweging. Voor mij ziet het er goed uit. Voor de eigenaar vooral anders.

‘Maar zo deed hij dat eerst nooit.’

Nee, dat kan kloppen.

Als je iedere dag dezelfde manier van kauwen ziet, wordt die vanzelf normaal. Je kent dat hoofd, die beweging, dat ritme. En ineens zie je iets anders. Dan is het logisch dat je je afvraagt of het wel goed gaat.

Soms blijkt juist die oude, vertrouwde beweging minder goed te zijn geweest en oogt het kauwen na de behandeling regelmatiger. Dat bespreken we dan samen.

Het paard staat thuis gewoon te eten. De eigenaar filmt zijn lunch en ik kijk mee op mijn telefoon. Hij moest eens weten hoeveel belangstelling er voor zijn hooi bestaat.

Dat vind ik het leuke van uitleg geven. Mensen gaan beter kijken. Niet alleen naar wat er in de voerbak verdwijnt, maar ook naar hoe dat gebeurt. En ja, daar komen soms nieuwe vragen van.

Prima toch?

Een filmpje vervangt geen onderzoek als dat nodig is. Maar het kan helpen om te begrijpen wat de eigenaar ziet. Soms volgt daaruit dat ik opnieuw moet kijken. Soms kunnen we iemand geruststellen.

Je hoeft er trouwens geen dagtaak van te maken. Geen stopwatch naast het hooinet en geen beoordelingsformulier bij iedere hap. Gewoon even kijken tijdens het voeren brengt je al een heel eind.

Eet hij prettig? Laat hij voer vallen? Verandert er iets dat je niet vertrouwt? Jij ziet je paard iedere dag. Die informatie kan ik goed gebruiken.

Eet hij duidelijk slechter, lijkt hij pijn te hebben of zie je een zwelling, neem dan contact op voor beoordeling. Kan hij nauwelijks eten of is hij duidelijk ziek, bel de dierenarts. Voer of speeksel uit de neus in combinatie met slikproblemen vraagt direct overleg met de dierenarts.

En gaat alles goed? Dan mag het ook gewoon goed gaan. Na een behandeling hoeft er niet ineens een compleet ander paard naast je te staan. Soms is comfortabel blijven eten precies wat we willen.

Voordat ik vertrek, bespreken we wat ik heb gevonden, wat ik heb gedaan en wanneer een volgende controle verstandig is. Je krijgt je gebitsrapport. De laatste vragen zijn gesteld en het hoofdstel is nog even nagekeken.

Dan gaan de spullen echt in de bus.

Maar bedenk je later toch nog iets? Stel die vraag gerust. Jij vertelt wat je thuis ziet, ik denk mee vanuit wat ik in de mond heb gevonden.

De puntjes staan op de i. En mocht er thuis toch nog eentje ontbreken, dan hoor ik het wel.


Bronnen en verder lezen

;