Mogelijke problemen met het gebit
Gebitsproblemen bij paarden herken je vaak later dan je denkt
Veel mensen denken bij gebitsproblemen aan duidelijke signalen. Een paard dat proppen maakt. Voer laat vallen. Kwijlt. Vermagert. Of ineens slecht eet.
Natuurlijk zijn dat belangrijke signalen. Maar in de praktijk begint het vaak veel subtieler.
Paarden zijn meesters in aanpassen. Ze stoppen meestal niet zomaar met eten en ze laten pijn of ongemak niet altijd duidelijk zien. Een paard kan nog steeds zijn voer opeten, nog steeds gereden worden en toch al langere tijd ongemak ervaren in de mond.
Daarom kijk ik bij een gebitscontrole niet alleen naar de tanden. Ik kijk naar het hele paard. Naar de kaak, de kauwspieren, de spanning, de manier van kauwen en waar nodig ook naar wat een eigenaar merkt in gedrag, conditie of rijdbaarheid.
Een gebitsprobleem blijft namelijk zelden alleen een mondprobleem.
Signalen die kunnen wijzen op gebitsproblemen
Gebitsproblemen kunnen zich op verschillende manieren laten zien. Soms heel duidelijk, soms juist bijna onopvallend.
Let bijvoorbeeld op:
proppen maken tijdens het eten
voer uit de mond laten vallen
langzamer eten dan normaal
scheef kauwen
kwijlen of een natte mond
onaangename geur uit de mond
vermageren of moeite om conditie vast te houden
mestveranderingen of minder goed verteerd ruwvoer
gevoeligheid rond kaak of hoofd
moeite met nageven
onrust in de aanleuning
verzet tegen het bit
spanning in kaak, hals of nek
gedragsverandering tijdens poetsen, opzadelen of rijden
Niet ieder paard laat dezelfde signalen zien. En juist daarom is regelmatig controleren zo belangrijk.
Wacht niet tot het duidelijk misgaat
Een paard dat niet meer wil eten, is meestal niet het begin van een probleem. Vaak is dat het moment waarop het probleem eindelijk zichtbaar wordt.
Daarom geloof ik sterk in preventieve gebitszorg. Niet pas kijken wanneer een paard afvalt, proppen maakt of in het rijden echt vastloopt, maar eerder. Wanneer signalen nog klein zijn. Wanneer disbalans nog beperkt is. Wanneer je kunt helpen voordat het groter wordt.
Twijfel je of het gebit van je paard goed functioneert? Dan is even laten controleren vaak verstandiger dan afwachten.
Want een paard zegt meestal al veel voordat het echt misgaat.
Je moet alleen leren kijken.
Door de manier waarop paarden tegenwoordig gehouden en gevoerd worden, slijt het gebit niet altijd meer zo gelijkmatig als van nature bedoeld is. Daardoor kunnen scherpe glazuurpunten, haakjes of andere oneffenheden ontstaan aan de kiezen.
Deze kunnen de wangen, lippen of tong irriteren en soms pijnlijke wondjes veroorzaken. Een paard kan daardoor ongemak ervaren tijdens het kauwen, maar ook bij het bit of tijdens het rijden.
Omdat paarden pijn vaak laat en subtiel laten zien, is regelmatige gebitscontrole belangrijk. Zo kunnen kleine problemen op tijd worden opgemerkt en behandeld.
Wanneer een paard een kies mist, of wanneer kiezen niet goed op elkaar afslijten, kan een kies te ver doorgroeien. Dit wordt ook wel een uitstekende of protuberante kies genoemd.
Omdat de natuurlijke slijtage ontbreekt, kan zo’n kies steeds langer worden en uiteindelijk pijn, druk of schade veroorzaken aan het omliggende gebit. Soms gaat een paard daardoor anders kauwen of krijgt het moeite met eten.
Met regelmatige gebitscontrole kunnen dit soort problemen vaak op tijd worden ontdekt en behandeld, voordat ze groter worden.
Bij een overbeet sluiten de boven- en onderkaak niet helemaal mooi op elkaar aan. Daardoor kunnen sommige kiezen minder goed afslijten en ontstaan er vaak haken aan de eerste bovenkiezen en de laatste onderkiezen.
Als deze haken blijven doorgroeien, kunnen ze de kauwbeweging beperken, druk geven of pijnlijke plekken veroorzaken. Soms merk je dat aan anders kauwen, spanning rond de kaak, moeite met eten of ongemak bij het bit.
Omdat paarden zich vaak lang aanpassen, is regelmatige gebitscontrole belangrijk. Zo kunnen haken tijdig worden behandeld voordat ze groter en pijnlijker worden.
Bij jonge paarden wisselt het gebit tussen ongeveer tweeënhalf en vierenhalf jaar. In die periode worden de melkkiezen vervangen door blijvende kiezen. Soms blijven er restanten van melkkiezen achter. Deze worden ook wel doppen genoemd.
Als zo’n dop te lang blijft zitten, gedeeltelijk losraakt of scheef komt te liggen, kan dit irritatie geven aan de wang of tong. Ook kunnen er voerresten blijven hangen, waardoor gevoeligheid, nare geur of ontsteking kan ontstaan.
Daarom is regelmatige gebitscontrole bij jonge paarden belangrijk. Zo kunnen wisselproblemen, scherpe randen en achtergebleven doppen op tijd worden ontdekt en behandeld.
Bij een golfgebit verloopt de kiezenrij niet gelijkmatig, maar in een golvende lijn. Sommige kiezen zijn te hoog, terwijl andere juist lager liggen. Hierdoor kan de normale kauwbeweging worden beperkt en kan het paard minder goed malen.
Een golfgebit ontstaat meestal geleidelijk door afwijkende slijtage, de manier van kauwen, ontbrekende kiezen, leeftijd of eerdere behandelingen. Paarden laten hier niet altijd direct duidelijke klachten van zien, omdat ze zich vaak lang aanpassen.
Wanneer een golfgebit niet wordt behandeld, kunnen de hoogteverschillen groter worden en kan dit zorgen voor moeite met kauwen, spanning in de kaak, verminderde voerbenutting of ongemak bij het bit.
De behandeling vraagt om zorgvuldigheid. Vaak wordt een golfgebit niet in één keer volledig gecorrigeerd, maar stap voor stap bijgewerkt om het gebit weer beter in balans te brengen.
EOTRH is een pijnlijke aandoening aan vooral de snijtanden en soms de haaktanden van het paard. Hierbij worden de tandwortels aangetast en kan er extra cement rond de wortels ontstaan. De aandoening wordt vooral gezien bij oudere paarden, vaak vanaf ongeveer vijftien jaar.
Aan de buitenkant kun je soms verdikkingen rond de snijtanden zien, terugtrekkend tandvlees, kleine ontstekingsplekjes of fisteltjes. Ook kunnen paarden gevoeliger worden aan het hoofd, moeite krijgen met afhappen, harde dingen vermijden of anders gaan eten.
Omdat EOTRH pijnlijk kan zijn en niet altijd direct duidelijke klachten geeft, is controle bij oudere paarden belangrijk. Bij verdenking is vaak aanvullend onderzoek door een dierenarts nodig, bijvoorbeeld met röntgenfoto’s.
Wanneer tanden ernstig zijn aangetast, is verwijderen vaak de beste oplossing. Dat klinkt ingrijpend, maar veel paarden functioneren daarna juist beter en kunnen meestal prima eten zonder snijtanden.
Bij een shear staat het kauwvlak van de kiezen te steil. Daardoor kan de normale zijwaartse kauwbeweging van het paard beperkt raken en kan het paard minder goed malen.
Een shear ontstaat vaak doordat een paard meer aan één kant kauwt, bijvoorbeeld door pijn, spanning of een belemmering aan de andere kant van het gebit. Hierdoor slijten de kiezen niet gelijkmatig af en wordt de hoek van het kauwvlak steeds steiler.
Paarden laten dit niet altijd duidelijk zien. Soms merk je het aan scheef kauwen, minder goed malen, spanning in de kaak of ongemak bij het bit.
De behandeling bestaat uit het zorgvuldig corrigeren van de steile hoek en het wegnemen van eventuele belemmeringen, zodat de kauwbeweging weer vrijer en comfortabeler wordt.
Parodontitis is een ontsteking rondom de tand of kies. Het begint vaak bij het tandvlees, maar kan zich uitbreiden naar de diepere structuren, zoals de tandkas en het kaakbot. Als dit proces verder gaat, kan een tand of kies uiteindelijk losser komen te staan.
Bij paarden ontstaat parodontitis vaak door voerresten die vast blijven zitten tussen kiezen, bijvoorbeeld bij een diastema: een spleet of ruimte tussen twee kiezen. Ook tandplak, standafwijkingen of een verstoorde gebitsbalans kunnen een rol spelen.
Een paard laat dit niet altijd duidelijk zien, terwijl het wel pijnlijk kan zijn. Signalen kunnen zijn: een nare geur uit de mond, proppen maken, voer morsen, langzaam eten, gevoelig kauwen of verandering in gedrag.
De behandeling bestaat uit het zorgvuldig reinigen van de aangetaste plekken en het zoeken naar de oorzaak. Soms is aanvullend overleg met een dierenarts nodig, vooral bij ernstige ontsteking of losse elementen.
Wolfstanden zijn kleine tandjes die bij sommige paarden vóór de eerste kiezen zitten. Ze komen niet bij ieder paard voor en worden meestal in de bovenkaak gezien.
Ze hebben geen functie bij het kauwen, maar kunnen wel gevoelig zijn wanneer ze in contact komen met het bit. Vooral bij jonge paarden die beleerd worden, is het daarom verstandig om wolfstanden tijdig te controleren.
Niet elke wolfstand geeft problemen. Maar wanneer een wolfstand gevoelig is, afwijkend ligt of druk van het bit kan krijgen, kan dit zorgen voor ongemak, onrust in de mond of verzet in de aanleuning.
In dat geval wordt verwijderen vaak geadviseerd, meestal in overleg met of door een dierenarts.
Eenzijdige neusuitvloeiing bij een paard kan verschillende oorzaken hebben, maar moet altijd serieus genomen worden. Zeker wanneer de uitvloeiing dik, etterig of stinkend is, kan er sprake zijn van een ontsteking in de sinussen.
Soms ligt de oorzaak in het gebit. De wortels van de achterste kiezen liggen dicht bij de sinusholtes. Wanneer een kieswortel ontstoken raakt, kan de ontsteking zich uitbreiden richting de sinus. Dit kan zorgen voor eenzijdige neusuitvloeiing, vaak met een onaangename geur.
Niet elke neusuitvloeiing komt door het gebit, maar het gebit moet bij dit soort klachten wel goed worden meegewogen. Vaak is aanvullend onderzoek door een dierenarts nodig, bijvoorbeeld met röntgenfoto’s of endoscopie.
Wanneer een ontstoken kies de oorzaak is, kan gerichte behandeling nodig zijn. In sommige gevallen moet de betreffende kies worden verwijderd.
Een diastema is een ruimte of spleet tussen twee kiezen waar voerresten in kunnen blijven zitten. Dit kan gaan irriteren en ontsteken, waardoor het paard pijn krijgt tijdens het kauwen.
Diastasen worden niet altijd direct opgemerkt. Een paard kan blijven eten, maar toch ongemak ervaren. Signalen kunnen zijn: proppen maken, langzaam eten, voer morsen, een nare geur uit de mond, gevoelig kauwen of verandering in gedrag.
Diastasen kunnen ontstaan door een afwijkende stand van de kiezen, hoogteverschillen, haken, een verstoorde kauwbeweging of wisselproblemen bij jonge paarden. Ook achtergebleven melktandresten kunnen een rol spelen.
Wanneer een diastema niet behandeld wordt, kan de ontsteking dieper rondom de kies uitbreiden. In ernstige gevallen kan een kies losser komen te staan of verloren gaan.
Daarom is zorgvuldige gebitscontrole belangrijk. Niet alleen de scherpe randen en haken tellen, maar ook wat er tussen de kiezen gebeurt.
ATR staat voor Accentuated Transverse Ridges. Dit zijn verhoogde dwarsrichels op het kauwvlak van de kiezen. Wanneer deze richels te sterk aanwezig zijn, kunnen ze de natuurlijke kauwbeweging van het paard beperken.
Een paard gebruikt tijdens het kauwen niet alleen een zijwaartse beweging, maar ook een lichte voor- en achterwaartse beweging van de onderkaak. Te hoge dwarsrichels kunnen deze beweging belemmeren, waardoor het paard minder vrij kan malen of spanning in de kaak kan ontwikkelen.
ATR’s ontstaan meestal geleidelijk door verschillen in slijtage, kauwpatroon of gebitsbalans. De behandeling bestaat uit het zorgvuldig beoordelen en waar nodig corrigeren van de verhoogde richels, zodat de kaakbeweging weer vrijer en comfortabeler wordt.

Gecertificeerd Paardentandarts

Paardvriendelijke Werkwijze

Duidelijke
Uitleg

Zorgvuldige Behandelingen
Blog
21. Ja, ik praat veel
Waar gaat deze blog over?
“Je praat veel.”
Klopt. 😄
Maar meestal met een reden.
Tijdens mijn werk gebruik ik mijn stem niet alleen om uit te leggen wat ik zie, maar ook om rust te brengen. Voor de eigenaar én voor het paard.
Want een behandeling is voor mij geen snelle handeling, maar een moment van kijken, voelen, uitleggen en vertrouwen opbouwen.
20. Waarom blijft mijn paard schraal?
Waar gaat deze blog over?
Soms krijgt een paard al extra brok, slobber, olie, supplementen of beter ruwvoer… en toch verandert er weinig.
Dan is de vraag niet alleen: wat moet ik voeren?
Maar vooral: waarom komt het voer niet aan?
Ligt het aan het gebit? De opname? De leeftijd? De spiermassa? De groep? Het ruwvoer? Of speelt er misschien meer?
In mijn nieuwe blog kijk ik verder dan de voerbak. Want een schraal paard heeft niet altijd méér voer nodig.
Soms heeft hij vooral een beter passende aanpak nodig.
19. Voeren begint bij kauwen
Waar gaat deze blog over?
Hooi, brokken, slobber, seniorvoer, pulp, supplementen, wortels, muesli…
Voor veel paardeneigenaren is voeren soms best een zoektocht.
Zeker bij oudere paarden, schrale paarden of paarden met gebitsproblemen is de vraag niet alleen: wat geef ik mijn paard?
Maar vooral: kan mijn paard het voer nog goed kauwen en opnemen?
Want voeren begint niet in de voerbak.
Voeren begint bij kauwen.
In mijn nieuwe blog leg ik uit waarom gebit, leeftijd, conditie en voermanagement niet los van elkaar te zien zijn.