Waarom fleemt mijn paard? Over geuren, gekke bekken en goed kijken

Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Eigenaar & misverstanden

Een hengst ruikt een hengstige merrie. Huppatee: hoofd omhoog, bovenlip naar buiten en een gezicht alsof hij zojuist een bijzonder ingewikkelde wijn heeft geproefd. Dat tafereel kennen veel paardenmensen wel.

Maar dan zie je een ruin hetzelfde doen na een uitgebreid onderzoek van een plasje. Of je eigen merrie trekt ineens haar lip op. Soms zie jij niet eens waaraan het paard heeft geroken. Wat is flemen nu eigenlijk? En wanneer is het meer dan een grappig gezicht?

Bruin paard van voren met opgetrokken bovenlip en zichtbare snijtanden
Een opgetrokken lip is een aanwijzing, geen compleet verhaal.

Die bovenlip doet meer dan gekke bekken trekken

Flemen is de naam voor die typische houding: het hoofd vaak iets omhoog, de bovenlip gekruld en soms even een bijna plechtige blik erbij. Het paard heeft doorgaans eerst ergens aan geroken. Die houding helpt om geurstoffen bij een bijzonder zintuig in de neusholte te brengen: het orgaan van Jacobson, ook wel het vomeronasaal orgaan genoemd.

Zie het als een extra manier om chemische informatie uit de omgeving te onderzoeken. Voor ons is het misschien ‘gewoon een plasje’. Voor een paard kan daar een heel verhaal in zitten. Wie is hier geweest? En, voor een hengst mogelijk interessant: wat vertelt de geur van die merrie?

Dat verklaart ook waarom een hengst niet meteen met romantische bedoelingen hoeft te staan flemen. Soms is hij vooral bezig met informatie verzamelen. Eerst de neus erin, dan de lip omhoog: de paardse versie van ‘momentje, ik lees dit even goed’.

Doen alleen hengsten dat?

Nee. Merries, ruinen en zelfs veulens kunnen flemen. Hengsten vallen ons misschien het meest op, zeker rond de geur van merries, maar ze hebben geen patent op dat gezicht. Het is ook niet zo dat je ieder paard geregeld zult zien flemen. Hoe vaak het gebeurt, verschilt per paard en per situatie.

Urine en mest van andere paarden zijn bekende aanleidingen. En soms zie jij helemaal niets bijzonders, terwijl je paard toch iets interessants heeft opgepikt. Zijn neus heeft tenslotte geen overleg met de onze nodig.

Of heeft mijn paard last van zijn kiezen?

Dat is voor mij natuurlijk een interessante vraag. Als paardentandarts kijk ik graag verder dan alleen een grappige bovenlip. Maar flemen op zichzelf zegt niet: ‘daar zit een pijnlijke kies’. Uit dat ene gebaar kun je geen gebitsprobleem afleiden.

De omstandigheden vertellen meer. Snuffelt je paard eerst ergens aan, fleemt hij een keer en gaat hij weer verder met zijn dag? Dan past dat goed bij normaal onderzoeksgedrag. Trekt hij juist geregeld zijn lip op zonder duidelijke aanleiding, of gedraagt hij zich daarnaast anders? Dan kijk ik naar het hele plaatje. Eet en kauwt hij zoals gewoonlijk? Laat hij voer vallen, maakt hij proppen of ruikt zijn mond anders? Dat zijn redenen om het gebit te laten beoordelen, zonder alvast te besluiten dat het flemen door de kiezen komt.

Alleen: niet elke opgetrokken bovenlip volgt op een interessante geur. Zo kan die houding ook samengaan met buikpijn. Is je paard onrustig, kijkt hij naar zijn buik, wil hij niet eten of gaat hij herhaaldelijk liggen of rollen? Neem bij een vermoeden van koliek direct contact op met de dierenarts.

Een gezicht, meer dan één verhaal

De volgende keer dat je paard zijn bovenlip optrekt, mag je best even lachen. Ik doe dat ook. Het blijft een prachtig gezicht: alsof hij denkt ‘nou, hier heb ik een mening over’.

Kijk daarna vooral naar wat er vlak vóór en ná gebeurt. Heeft hij uitgebreid gesnuffeld en loopt hij vrolijk verder? Dan past dat bij een interessante geur. Doet hij het steeds opnieuw en zie je andere veranderingen? Dan verdient hij meer aandacht dan alleen een leuke foto.

In mijn vorige blog ging het over gapen. Ook zo’n paardenbek die je aan het denken zet. Bij allebei geldt: een enkel gebaar vertelt nooit alles. Een opgetrokken lip is een aanwijzing, geen compleet verhaal.

;