Nog een schepje erbij. Maar wat voeg je eigenlijk toe?
Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Eigenaar & misverstanden
Je wilt iets goeds doen voor je paard. Dus komt er een potje bij.
Voor de hoeven. Voor de spieren. Voor wat meer rust. En misschien nog iets voor de gewrichten, want hij wordt ook een dagje ouder.
Voor je het weet, heeft de voerkar meer potjes dan het keukenkastje thuis.
Ik snap dat heel goed. Je wilt dat je paard zich prettig voelt. Als je daar iets aan kunt bijdragen, doe je dat graag. Maar tussen al die goede bedoelingen zit een vraag die we best wat vaker mogen stellen:
Wat voeg je eigenlijk toe?
Wat bedoelen we eigenlijk met een supplement?
Onder dat ene woord vallen heel verschillende producten. Een vitamine- en mineralenaanvulling kan bedoeld zijn om het dagelijkse rantsoen compleet te maken. Een ander product belooft meer rust, betere hoeven of soepelere gewrichten.
Dat zijn verschillende doelen. Bij het eerste wil je weten of de voeding iets tekortkomt. Bij het tweede wil je weten of het beloofde effect is aangetoond, ook wanneer de basisvoeding al op orde is.
Een balancer kan dus een zinvol onderdeel van een voedingsplan zijn. Dat is een andere situatie dan er voor de zekerheid nog drie potjes naast zetten.
Het etiket weet precies wat je wilt horen
“Ondersteunt de gewrichten.” “Voor sterke hoeven.” “Voor innerlijke rust.”
Dat klinkt prettig. Je hebt een paard met een probleem en daar staat een potje met precies de juiste woorden.
Alleen vertelt zo’n zin nog niet hoeveel verbetering je mag verwachten. Of bij welke paarden. En ook niet of het product in die samenstelling en dosering degelijk is onderzocht.
Dat een voedingsstof een functie heeft in het lichaam, is nog geen bewijs dat extra daarvan jouw paard helpt.
Magnesium speelt bijvoorbeeld een rol bij spieren en zenuwen. Maar daarmee is niet bewezen dat een extra schep magnesium een paard met voldoende magnesium in zijn voeding rustiger maakt.
Een mooi etiket kan ons overtuigen. Het paard moet het uiteindelijk hebben van de inhoud.
Eerst eens kijken wat er al in de voerbak zit
Stel: je hebt het ruwvoer laten onderzoeken. Je weet hoeveel je paard daarvan eet. Je hebt gekeken naar zijn gewicht, conditie en werk. Het aanvullende voer is daarop afgestemd.
Dan heb je een goede basis.
Als dat totale rantsoen de behoefte aan vitaminen en mineralen al dekt, wat moet een extra vitamine- en mineralensupplement dan nog aanvullen?
Een tekort aanvullen kan zinvol zijn. Boven op voldoende nog wat meer geven, is een andere keuze. Daar hoort een andere onderbouwing bij.
Het woord ‘extra’ klinkt al snel als een cadeautje. Voor het paardenlichaam is het vooral een hoeveelheid die erbij komt.
Een goede brok is nog geen compleet voedingsplan
“Maar ik geef toch een goede brok?”
Dat kan zeker. Alleen is ook de hoeveelheid van belang.
Een voer is samengesteld met een bepaalde dagelijkse hoeveelheid en een bepaald type paard in gedachten. Geef je veel minder dan de richtlijn, dan geef je ook minder van de toegevoegde vitaminen en mineralen.
Dat betekent niet automatisch dat je paard een tekort heeft. Het overige voer levert immers ook voedingsstoffen. Het betekent wel dat je naar het totaal moet kijken, in plaats van alleen naar de zak brokken.
Daarmee is niet gezegd dat je maar meer brokken moet voeren. Misschien krijgt je paard uit zijn ruwvoer al genoeg energie en zou hij van extra brokken vooral dikker worden.
Als de energievoorziening voldoende is, maar er nog vitaminen of mineralen ontbreken, kan een geconcentreerde aanvulling, zoals een passende balancer, juist een oplossing zijn.
Het gaat dus om wat het hele rantsoen levert, in de hoeveelheden die jouw paard werkelijk binnenkrijgt. Het woord ‘sport’ op de zak rekent dat niet voor je uit.
En wat vertelt die hooianalyse?
Een hooianalyse is een waardevol begin. Maar ‘onderzocht’ betekent niet dat je ineens alles weet.
Op het rapport staan de onderdelen die zijn gemeten. Suiker, eiwit en bepaalde mineralen bijvoorbeeld. Niet ieder onderzoekspakket bevat dezelfde onderdelen, en alle vitaminen zijn niet automatisch in beeld.
Ook maakt het uit hoeveel je paard eet. Een mooie voedingswaarde op papier levert weinig op als een flink deel van het hooi blijft liggen.
Daar komt de droge stof om de hoek kijken: het voer zonder het water. Daarmee kun je voedingswaarden vergelijken en berekenen wat je paard binnenkrijgt.
Dat klinkt even minder gezellig dan ‘een schepje voor de weerstand’. Maar het brengt je wel dichter bij een antwoord.
Zijn supplementen dan wetenschappelijk onderzocht?
Ja. Alleen bestaat er geen wetenschappelijk antwoord dat voor alle supplementen tegelijk geldt.
Er zijn onderzoeken waarin een aanvulling voordeel oplevert. Er zijn onderzoeken waarin geen duidelijk voordeel wordt gevonden. En er zijn producten waarvoor nog weinig degelijk onderzoek beschikbaar is.
Bij paarden met slechte hoefhoorn is bijvoorbeeld in gecontroleerd onderzoek verbetering van de hoefhoornkwaliteit gevonden na langdurige biotineverstrekking.
Dat is interessant. Het betekent alleen niet dat ieder paard met gezonde hoeven biotine nodig heeft. Of dat iedere hoefmix hetzelfde resultaat geeft.
Hetzelfde onderscheid geldt voor andere producten. Onderzoek naar één ingrediënt bewijst niet automatisch de werking van een potje met tien ingrediënten. De dosis, de samenstelling en de onderzochte paarden doen ertoe.
En weinig bewijs is niet hetzelfde als bewijs dat iets nooit werkt. Maar een fabrikant die een voordeel belooft, moet wel meer kunnen laten zien dan die belofte.
Mijn buurvrouw merkt echt verschil
Dat kan. Die ervaring hoef je niet weg te wuiven.
Alleen verandert er rond een paard vaak meer dan één ding. Ander voer, meer buiten, minder training, een behandeling of een andere periode van het jaar.
Als je paard daarna opknapt, is niet altijd duidelijk welk aandeel het supplement had.
Daarom vind ik het verstandig om vooraf helder te hebben wat je wilt verbeteren. Wat zie je nu? Wat verwacht je? En wanneer beoordeel je of er iets is veranderd?
“Ik geef het voor de zekerheid” is begrijpelijk. Het maakt alleen lastig om te bepalen wanneer die zekerheid werkelijk iets heeft opgeleverd.
Meer is niet vanzelf beter
Te weinig kan problemen geven. Te veel soms ook.
Bij bepaalde vitaminen en mineralen kan een overschot schadelijk zijn of de balans met andere voedingsstoffen verstoren.
Bovendien kunnen dezelfde ingrediënten in verschillende producten zitten: in de brok, in de balancer en in dat extra potje. Het lichaam telt alles bij elkaar op, ook als wij de etiketten afzonderlijk bekijken.
Een paard hoeft geen indrukwekkende verzameling potjes te hebben om goed gevoerd te worden.
Eerst rekenen, dan scheppen
Een deskundige paardenvoedingsspecialist kan helpen om het hele rantsoen te beoordelen: het ruwvoer, eventueel gras, het aanvullende voer en alle extra’s.
Bij klachten of een vermoeden van een medisch probleem hoort ook de dierenarts erbij. Een supplement mag geen reden worden om een onderliggende oorzaak te laten liggen.
Een sportpaard kan andere behoeften hebben dan een paard dat licht werk doet. Bij veel zweten kunnen bijvoorbeeld extra elektrolyten nodig zijn. Ook dat kun je meenemen in het voedingsplan: hoeveel werk doet het paard, wat verliest het en wat krijgt het al binnen?
Wat vind ik er zelf van?
Ik ben niet tegen supplementen. Ik ben voor een goede reden om ze te geven.
Soms is er een tekort. Soms een verhoogde behoefte. Soms een specifiek doel waarvoor onderzoek een gerichte aanvulling ondersteunt. Dan kan een supplement een zinvolle plek hebben.
Voor mij hoort bij ieder extra potje een duidelijke vraag: wat verwachten we ervan, waar is dat op gebaseerd en hoe beoordelen we of het helpt?
Ik snap heel goed dat je iets extra’s wilt doen voor je paard. Maar voordat er een schepje bij gaat, wil ik weten wat er eigenlijk ontbreekt.
Want uiteindelijk hoeft vooral je paard er beter van te worden.
Het etiket voelt zich meestal al prima.