Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Praktijk
Soms begint een gesprek op stal bij de kiezen en eindigt het bij de vraag of er vannacht honderd of tweehonderd gram op moet.
Zo gaat dat op stal. Ik kom voor het gebit, maar onderweg komen we regelmatig de rest van het paard tegen.
Dat gebeurde laatst ook. Tijdens een bezoek raakten een eigenaar en ik aan de praat over scheren. De herfst is begonnen, de vachten veranderen en de trainingen gaan gewoon door. Haar paard loopt wedstrijden. Ze wil hem graag netjes houden, maar vooral voorkomen dat hij tijdens het werk te warm wordt en daarna lang bezweet blijft staan.
Wanneer kun je dan het beste scheren?
Moet je wachten tot de wintervacht er helemaal is? Tot het buiten koud wordt? Of tot je na het rijden merkt dat je paard wel erg lang nodig heeft om te drogen?
En toen kwam de volgende vraag: kun je met een deken voorkomen dat hij zo’n dikke wintervacht krijgt?
Mooie vragen. Want een paard heeft zijn eigen vacht, zijn eigen werk en zijn eigen omstandigheden. Die passen niet altijd netjes in een vakje op de kalender.
Als paardentandarts kijk ik naar tanden en kiezen, maar mijn belangstelling houdt daar niet op. Hoe staat het paard erbij? Hoe is zijn conditie? Hoe eet hij? En hoe ziet zijn vacht eruit?
Een mooie glans is voor mij een prettig signaal binnen dat totaalbeeld. Bij paarden die moeite hebben met eten en kauwen, kan ook de conditie of de kwaliteit van de vacht achteruitgaan. Maar aan een glanzende vacht kun je niet aflezen dat het gebit in orde is. En een doffe vacht betekent niet automatisch dat er iets met de kiezen aan de hand is.
Daarom kijk ik, stel ik vragen en onderzoek ik de mond.
Bij een volle wintervacht vind ik die glans soms lastiger te beoordelen. Er staat ineens een heel andere jas om hetzelfde paard. Zo komt de vacht tijdens mijn werk vanzelf ter sprake.
En voor je het weet, hebben we het over het scheerapparaat.
Gelukkig zit dat niet in mijn tandartskoffer. Anders kreeg ik er straks nog een kapsalon bij.
Een wintervacht heeft een functie. Hij helpt het paard om warmte vast te houden. Dat is prettig als je buiten staat, maar kan tijdens het trainen extra werk betekenen om die warmte weer kwijt te raken.
Daarom kijk je bij de vraag over scheren vooral naar wat er tijdens en na de inspanning gebeurt.
Hoe zwaar werkt je paard? Hoe dik wordt zijn vacht? Hoeveel zweet hij bij die inspanning? En hoe verloopt het afkoelen en drogen daarna?
Zweten hoort bij bewegen. Een beetje zweet na het rijden is op zichzelf geen reden om meteen het scheerapparaat te pakken. Maar als een paard met zijn groeiende wintervacht bij het gebruikelijke werk steeds erg bezweet raakt en lang nat blijft, is het zinvol om te bekijken of scheren helpt.
Het ene paard loopt regelmatig een rustige buitenrit. Het andere doet intensieve trainingen. Zelfs met een vergelijkbare vacht kan dat tot een andere keuze leiden.
En twee paarden die hetzelfde werk doen, kunnen weer heel verschillende vachten hebben. De een trekt in het najaar een bescheiden jasje aan. De ander verschijnt binnen een paar weken in een complete berenuitrusting.
Ik zou van de eerste scheerbeurt geen wedstrijd tegen de kalender maken.
Je hoeft niet op de eerste vorst te wachten. Een paard kan tijdens het trainen al moeite hebben met zijn dikke vacht terwijl het buiten nog betrekkelijk zacht is.
Ook een volledig uitgegroeide wintervacht is geen voorwaarde die voor ieder paard geldt. Als de vacht tijdens het werk al in de weg zit, kun je eerder een passende keuze maken. Houd er wel rekening mee dat hij verder kan groeien en dat later opnieuw scheren nodig kan zijn.
Ken je je paard al langer, dan kun je zijn eerdere winters meenemen. Je weet misschien dat hij ieder najaar bij dezelfde trainingen erg bezweet raakt en moeilijk droogt. Daar kun je op vooruit plannen, zonder eerst te wachten tot het weer een dagelijks gedoe wordt.
Maar scheren omdat het nu eenmaal oktober is? Dan zou ik eerst nog even naar het paard kijken.
Volgens mij heeft hij zelf die afspraak niet in zijn agenda gezet.
Scheren hoeft niet te betekenen dat alles eraf gaat.
Soms helpt het al om alleen bepaalde delen te scheren, bijvoorbeeld aan de onderkant van de hals en de buik. Je laat dan op andere plekken meer natuurlijke bescherming zitten.
Wat past, hangt ook af van waar het paard leeft. Staat hij veel buiten? Heeft hij beschutting? Hoe zwaar traint hij? En kun je de bescherming na het scheren goed aanpassen als het weer verandert?
Een wedstrijdpaard hoeft dus niet vanzelfsprekend helemaal geschoren te worden. En een paard dat nooit geschoren wordt, mist niet automatisch iets. Als hij prettig kan werken en goed afkoelt en droogt, kan zijn eigen vacht prima bij zijn leven passen.
Van scheren komen we bijna vanzelf bij dekens terecht. Je haalt immers een deel van de natuurlijke isolatie weg. Daarna moet je opnieuw beoordelen welke bescherming nodig is.
Die vragen hoor ik vaak. Wordt het vannacht koud? Moet er een deken op? Welke dan? Is honderd gram genoeg? Of toch tweehonderd?
Voor je het weet, sta je vaker in de weerapp dan bij je paard.
Ik begrijp het wel. Je wilt dat hij comfortabel is. Alleen kan ons eigen kougevoel behoorlijk luid meepraten.
Je komt ’s avonds op stal, trekt je jas dicht en voelt de wind langs je oren. Zo, fris. Maar je paard staat misschien binnen, onder een geïsoleerd dak, tussen geïsoleerde muren en uit de wind. Met zijn eigen wintervacht er ook nog bij.
Jij hebt de tocht van de parkeerplaats nog in je jas. Hij heeft die parkeerplaats helemaal niet gezien.
Een paard buiten in langdurige regen en wind heeft andere omstandigheden dan een paard in een droge, beschutte stal. De temperatuur in je weerapp vertelt dus maar een deel van het verhaal.
Kijk naar de temperatuur op de plek waar je paard verblijft. Een eenvoudige stalthermometer kan al helpen. Isolatie alleen vertelt je nog niet hoeveel graden het daar is. En een prettige stal heeft ook goede ventilatie nodig.
Neem vervolgens zijn vacht en conditie mee. Is hij ongeschoren, gedeeltelijk geschoren of helemaal geschoren? Blijft hij goed op gewicht? Is hij gezond? Een mager paard of een paard dat moeite heeft zichzelf warm te houden, kan meer ondersteuning nodig hebben.
Ook voldoende passend ruwvoer en beschutting tellen mee. Bij de vertering van vezels ontstaat warmte. Dat hoort bij het totaalplaatje voordat je naar een dikkere deken grijpt.
Het antwoord voor zijn buurman hoeft dus niet het antwoord voor hem te zijn. Ook niet als die buurman een heel mooie nieuwe deken heeft.
Die grammen gaan over de hoeveelheid isolerende vulling. Meer vulling betekent doorgaans meer isolatie. Materiaal, pasvorm, een halsstuk en eventuele onderdekens hebben ook invloed. Twee dekens met hetzelfde getal hoeven daarom niet precies even warm te zijn.
Dit helpt om de verschillen te begrijpen:
| Deken | Wat biedt hij? | Wanneer kun je eraan denken? |
|---|---|---|
| 0 gram | Geen isolerende vulling; een waterdichte buitendeken biedt bescherming tegen regen en wind, maar is niet helemaal zonder invloed op de warmte. | Als vooral bescherming tegen het weer nodig is, zonder veel extra isolatie. Ook dan controleer je of een deken nodig is en of het paard eronder droog blijft. |
| Ongeveer 100 gram | Een lichte laag extra isolatie. | Als een paard naast bescherming ook wat extra warmte nodig heeft, bijvoorbeeld door een dunnere of geschoren vacht. |
| Ongeveer 200 gram | Meer isolatie dan een vergelijkbare deken van 100 gram. | Als kou, blootstelling en de individuele behoefte om meer ondersteuning vragen. Een volledig geschoren paard kan andere behoeften hebben dan een ongeschoren paard op dezelfde plek. |
| 300 gram of meer | Een flinkere laag isolatie. | Als omstandigheden en paard daar werkelijk om vragen. Een dikke deken verdient extra aandacht wanneer de temperatuur stijgt of het paard naar binnen gaat. |
Dit is geen schema van ‘vijf graden buiten, dus tweehonderd gram erop’. Zo’n regel vergeet de vacht, de wind, de regen en de stal.
Een gezond paard met een volle wintervacht in een beschutte stal kan bij hetzelfde weer zonder deken comfortabel zijn, terwijl een geschoren paard buiten bescherming nodig heeft.
Kies ook het juiste soort deken. Buiten heb je, als een deken nodig is, een passende waterdichte buitendeken nodig. Een gewone staldeken is bedoeld voor binnen. Een zweetdeken heeft weer een ander doel: tijdelijk helpen bij het drogen in passende omstandigheden. Die is geen automatische vervanger van een buiten- of staldeken.
Het etiket helpt je kiezen. Je paard vertelt je of de keuze past.
Controleer hoe je paard eronder aanvoelt. Voel onder de deken achter de schoft en bij de schouder. Prettig warm en droog is het uitgangspunt. Heet, klam of bezweet vraagt om opnieuw kijken naar je keuze.
Dat handgevoel is een hulpmiddel. Neem ook zijn gedrag, ademhaling en conditie mee. Rillen kan bijvoorbeeld betekenen dat hij het koud heeft. Aanhoudend rillen, opvallend zweten in rust of afwijkend ademen moet je serieus nemen; als het niet snel herstelt of je twijfelt, overleg je met de dierenarts.
Haal de deken dagelijks helemaal af. Dan kun je ook de huid, eventuele schuurplekken, de pasvorm en zijn conditie controleren.
En kijk opnieuw wanneer de omstandigheden veranderen. Een frisse nacht kan overgaan in een zachte, zonnige middag. De deken die ’s nachts passend was, hoeft overdag niet dezelfde te blijven.
Je paard kan moeilijk zelf even een rits openzetten.
Ben je overdag weg? Neem de verwachte opwarming mee in je keuze en regel zo nodig dat iemand kan controleren of wisselen. Zorg dat hij voldoende bescherming heeft, zonder hem voor de zekerheid steeds dikker in te pakken.
Dat is geen eenvoudige aan-uitknop.
De verandering in daglengte speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de vacht. Warmte en dekens kunnen invloed hebben op de haarlengte, maar een vroege of dikkere deken schakelt de wintervacht niet zomaar uit.
Steeds warmer indekken om winterhaar te voorkomen, is daarom geen goede reden om het comfort van je paard uit het oog te verliezen.
Een extra deken is geen afstandsbediening voor zijn haarzakjes.
Kies een deken omdat hij passende bescherming biedt. Bekijk het scheren vanuit de vacht en het werk. Die keuzes hangen samen, maar verdienen allebei hun eigen afweging.
Het gesprek begon met de vraag wanneer het scheerapparaat tevoorschijn moest komen. Uiteindelijk hadden we het over trainen, afkoelen, buiten staan en de temperatuur op stal.
Dat vind ik het mooie aan zulke gesprekken. Je begint bij één praktische vraag en ontdekt hoeveel het helpt om even verder te kijken.
Het beste moment om te scheren hangt af van wat jouw paard nodig heeft bij het werk dat hij doet en het leven dat hij leidt. Soms is gedeeltelijk scheren voldoende. Soms is meer nodig. En soms kun je het apparaat gewoon in de kast laten.
De kalender vertelt je dat het herfst is. De weerapp vertelt je wat er buiten gaat gebeuren.
En je paard?
Die staat naast je. Kijk nog even naar hem voordat je de hele dekenkast leegtrekt.