Close-up van het oog van een bruin paard met zichtbare wimpers.

Wat vertellen de ogen van je paard?

Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Techniek

Soms sta ik nog maar net naast een paard en heb ik zijn mond nog niet eens bekeken. Toch kijk ik al. Naar zijn houding, zijn oren, de spieren rond zijn hoofd — en naar zijn ogen.

Niet omdat ik in één blik kan zien wat hij denkt. Dat zou wel erg makkelijk zijn. Maar zijn ogen geven me samen met de rest van zijn lichaam informatie. Kijkt hij om zich heen? Volgt hij mijn bewegingen? Verandert er iets als ik dichterbij kom of mijn hand op zijn hoofd leg? Ik neem de tijd om dat waar te nemen, vóór ik aan zijn gebit begin. Ook wat hij hoort, speelt mee. Daarover lees je meer in Wat hoort een paard eigenlijk?.

Hij ziet de wereld anders dan wij

De ogen van een paard staan aan de zijkanten van zijn hoofd. Daardoor heeft hij een heel breed gezichtsveld en kan hij bewegingen om zich heen goed opmerken. Een mens kijkt vooral recht vooruit; een paard houdt ondertussen ook de omgeving naast zich in de gaten.

Er zijn wel kleine blinde plekken, vlak vóór zijn hoofd en recht achter hem. Pal voor zijn neus iets zwaaien is dus niet per se de duidelijkste manier om hem te laten zien wat je doet. Ik laat hem liever rustig merken dat ik eraan kom en beweeg op een manier die hij kan volgen.

Met beide ogen tegelijk kijkt een paard vooral naar wat vóór hem gebeurt. De overlap van die twee beelden is kleiner dan bij ons. Hij kan daarom zijn hoofd bewegen om iets beter te bekijken. Dat is niet automatisch verzet of ongehoorzaamheid; soms wil hij gewoon zien wat er gebeurt. Cornell University beschrijft hoe breed dat gezichtsveld is en waar de blinde plekken liggen.

Het paard dat schrok van zijn eigen schaduw

Vooral ’s avonds merk ik hoe belangrijk licht is. Ik gebruik dan een lampje om goed te kunnen werken. Voor mij is het handig: ik zie precies wat ik doe. Maar het licht kan schaduwen op het plafond en tegen de wanden laten bewegen. Soms reageert een paard daar ineens heftig op.

Ik heb eerder een verhaal geschreven over een paard dat schrok van zijn eigen schaduw. Het klinkt bijna als Lucky Luke, alleen is dit paard beslist niet sneller dan zijn schaduw. Voor hem kan die donkere vorm die steeds meebeweegt gewoon iets vreemds zijn. Wat hij precies denkt, weet ik natuurlijk niet. Ik zie wél waar hij naar kijkt en hoe hij reageert als we de situatie veranderen.

Dan ga ik niet koppig door. We zoeken een plek met meer, gelijkmatiger licht en geven hem de tijd om te kijken. En als het echt niet prettig wordt, verzet ik de afspraak liever naar overdag. Ik wil een paard kunnen behandelen in een omgeving waarin hij zich veilig genoeg voelt.

Paarden zien goed bij weinig licht, maar een snelle overgang tussen fel licht en donker kan lastig zijn. Ook licht, contrast en beweging kunnen verschil maken in wat ze opmerken. Dat verklaart niet elk schrikmoment, maar het is een goede reden om eerst naar de omgeving te kijken voordat je zegt: hij doet moeilijk. UC Davis beschrijft het verschil tussen goed zien in schemering en wennen aan een donkere ruimte.

Kun je aan zijn ogen zien hoe hij zich voelt?

Ik kijk graag naar de blik en de spanning rond het oog, maar ik trek nooit een conclusie op basis van één rimpeltje of één foto. Een paard kan zijn ogen anders gebruiken doordat hij kijkt naar iets buiten mijn zicht. De vorm van het hoofd en de uitdrukking verschillen bovendien per paard.

Er is onderzoek naar rimpels boven het paardenoog, maar één oogplooi is geen betrouwbare vertaler van ‘bang’, ‘boos’ of ‘ontspannen’. Ik kijk naar veranderingen in het hele paard: zijn ademhaling, spierspanning, oren, houding en reactie op mijn handelingen. En ik vraag de eigenaar hoe dit paard normaal doet. Die kent hem tenslotte iedere dag.

Twee mensen die elk iets anders zien

Ik vraag een eigenaar veel. Hoe eet het paard? Hoe loopt het rijden? Wat is normaal voor hem en wat is nieuw? Een eigenaar ziet hem iedere dag, in allerlei situaties. Ik zie hem op mijn manier, met aandacht voor zijn mond, beweging, houding en reactie tijdens het onderzoek.

Die twee werelden komen naast elkaar te staan. Waarom jouw verhaal daarbij zo waardevol is, vertel ik ook in Ik kan paarden lezen, maar geen gedachten. Soms merkt de eigenaar iets op wat ik onmogelijk in één bezoek had kunnen weten. Soms kan ik laten zien waarom ik ergens op let of wat ik in de mond voel. Ik vertel graag wat ik doe, en ik leer op mijn beurt van degene die dit paard het beste kent. Zo wordt een behandeling ook een gesprek.

Als ik zeg dat ik door de ogen van het paard probeer te kijken, bedoel ik dat heel praktisch: wat zou hij vanaf die plek kunnen zien? Wat doet het licht? Waar beweegt die schaduw naartoe? Dat helpt me om mijn aanpak aan hem aan te passen. Ik hoef daarvoor niet te beweren dat ik in zijn ziel kan kijken.

En wanneer is er echt iets met het oog?

Er is verschil tussen letten op de uitdrukking van een paard en een oogprobleem zien. Knijpt hij één oog dicht, traant het opvallend, is het rood of troebel, of wrijft hij er steeds in? Dan hoort er snel een dierenarts naar te kijken. Oogproblemen kunnen bij paarden in korte tijd verergeren. Veterinaire oogspecialisten adviseren om bij zulke signalen meteen contact op te nemen.

Voor mij begint goede gebitszorg dus niet pas als de mondspreider erin gaat. Ze begint met kijken. Naar het paard, naar zijn omgeving en naar wat de eigenaar mij vertelt. Een paard hoeft mij niet te vertellen wat hij denkt om me toch iets belangrijks te laten zien.

;