
Mijn agenda heeft tijden. Een paard heeft tijd nodig.
Geschreven en verteld door Marnix Brandes · Paardentandarts · Praktijk
Luister hier de blog
Luistertijd: 5 minuten en 25 seconden
Ik stap in de auto, kijk op de klok en weet genoeg.
Dat wordt een kwartiertje later bij de volgende.
Even een appje sturen voordat ik vertrek. Het paard dat ik zojuist behandelde, had wat meer tijd nodig. En dat had hij vanochtend niet even doorgegeven. Geen mailtje. Geen berichtje in Equiboek. Zelfs geen klein briefje aan zijn staldeur: ‘Beste Marnix, houd rekening met enige uitloop. Ik moet je eerst nog even leren kennen.’
Was best handig geweest.
Maar zo werkt het natuurlijk niet.
Op papier ziet het er keurig uit
Ik werk met Equiboek. Afspraken, tijden, adressen. Alles netjes op een rij. Als ik ’s ochtends naar mijn planning kijk, denk ik meestal: ja hoor, dat moet lukken.
Vooral ’s ochtends ben ik daar heel goed in.
En vaak lukt het ook gewoon. Dan loopt de dag lekker door, werken de paarden fijn mee en rijd ik keurig volgens planning van het ene adres naar het andere. Soms ben ik zelfs wat eerder klaar.
Dan stuur ik ook een berichtje: ‘Ik heb wat tijd over. Komt het uit als ik eerder kom?’
Want eerder zijn is ook alleen handig als er iemand is. Anders sta ik heel punctueel tegen een dichte staldeur te praten. Daar word ik op den duur ook niet wijzer van.
Maar soms loopt het anders.
Er staat nog iemand niet in mijn agenda
Jij hebt een afspraak gemaakt. Misschien heb je vrij genomen, iets met je werk geregeld of precies uitgerekend hoe het past voordat je de kinderen van school moet halen.
Drie uur staat er. Dus om drie uur ben jij er.
Volkomen logisch.
Ik heb ondertussen ook een planning. Alleen staat er bij iedere afspraak iemand die daar zelf nog iets van vindt.
Het paard.
En die heeft Equiboek niet gelezen.
Sommige paarden vinden het allemaal prima. Even kennismaken, even voelen wat de bedoeling is en we kunnen aan het werk. Bij andere paarden duurt dat wat langer. Die willen eerst eens rustig bekijken wie er aan hun hoofd staat en waarom die man zo graag in hun mond wil kijken.
Eerlijk is eerlijk: als er bij mij iemand met een tas gereedschap binnenkomt, heb ik ook graag eerst wat uitleg.
Met z’n drieën bij het paard
Eigenlijk komen er op zo’n afspraak verschillende werelden samen.
Jij komt met jouw dag, jouw planning en jouw paard. Ik kom met mijn route, mijn spullen en mijn ervaring. En je paard staat daar met zijn eigen karakter en zijn eigen reactie op wat er gebeurt.
Zodra we samen bij hem staan, moeten we het met z’n drieën doen.
Ik heb je paard nodig om met hem te kunnen werken. Ik heb jou nodig, omdat jij hem kent. Jij ziet soms aan één blik al: hij vindt dit spannend. Of juist: maak je maar geen zorgen, zo kijkt hij ook als de voerkar de verkeerde kant op rijdt.
En jij hebt mij gevraagd om zijn gebit te controleren en te behandelen.
We hebben dus allemaal een aandeel. Al moet ik zeggen dat het paard de administratieve kant meestal volledig aan ons overlaat.
Soms moet de klok even wachten
Ik werk zonder sedatie en zet een paard tijdens mijn werk niet vast. Ik wil kunnen zien hoe hij reageert en hem ruimte geven om te bewegen. Daar pas ik mijn tempo op aan.
Soms kunnen we lekker doorwerken. Soms is het verstandiger om even te wachten, opnieuw contact te maken of iets op een andere manier te proberen.
Dat laat zich vooraf lastig op de minuut voorspellen.
Natuurlijk houd ik rekening met de tijd. Ik kan alleen niet halverwege mijn werk mijn spullen inpakken met: ‘Zo, jouw tijd zit erop. De rest van je gebit komt volgend jaar wel.’
Dat zou een merkwaardig afscheid worden.
Ik wil zorgvuldig werken en de behandeling goed afronden. En soms schuift daardoor de volgende afspraak een stukje op.
Jouw tijd telt ook
Dat klinkt allemaal heel begrijpelijk als je naast het paard staat dat die extra tijd nodig heeft.
Op het volgende adres is het een ander verhaal. Daar sta jij te wachten. Jij ziet dat vorige paard niet. Je ziet alleen dat het inmiddels kwart over drie is.
En misschien moet jij om vier uur gewoon weer ergens anders zijn.
Dat snap ik. Jouw agenda is net zo echt als die van mij. Dat mijn werk soms uitloopt, maakt jouw dag niet ineens rekbaar.
Daarom probeer ik je te laten weten wanneer ik vertraging heb. Even een appje, even aangeven wat er aan de hand is. Dan weet je waar je aan toe bent en kun je ook zeggen als het krap wordt.
Een berichtje tovert die verloren minuten niet terug. Maar het maakt het wachten wel prettiger als je weet waarom ik wat later ben en hoe laat je me ongeveer kunt verwachten.
Tijd met een beetje rek
In Indonesië noemen we dat jam karet. Tijd is elastiek.
Die uitdrukking schiet me weleens te binnen als ik weer in de auto stap en op de klok kijk. Al weet ik ook: aan de andere kant van dat elastiek staat iemand op mij te wachten. Dus ik kan er niet eindeloos aan trekken.
Ik blijf plannen, inschatten en onderweg bijsturen. Meestal gaat dat goed. Heel af en toe ben ik wat later. En als ik eerder kan komen, overleg ik dat ook.
Want uiteindelijk willen we hetzelfde: dat jouw paard goed geholpen wordt en dat we prettig met elkaar samenwerken.
Dus sta ik een keer een kwartiertje later bij je op het erf, dan kan het zijn dat het paard vóór jou even wat meer tijd nodig had.
En staan we daarna samen bij jouw paard en heeft híj die tijd nodig? Dan kijk ik ook naar wat hij nodig heeft.
Mijn agenda reist de hele dag met me mee. Maar degene met wie ik moet samenwerken, heeft er zelf geen.
Paarden hebben geen horloge. En al helemaal geen agenda.