Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Eigenaar & misverstanden
“Ik bel de paardentandarts wel als mijn paard niet meer goed kan eten.”
Ik hoor het regelmatig. En eerlijk gezegd begrijp ik de gedachte wel.
Je paard staat lekker aan zijn hooi te knabbelen. De voerbak gaat leeg. Hij ziet er goed uit. Waarom zou je dan iemand laten komen om in die mond te kijken?
Je belt toch ook niet ieder jaar de huisarts met de mededeling: “Ik heb nergens last van, maar wilt u mij eens helemaal doorlichten?”
Een begrijpelijke vergelijking.
Alleen maak ik voor mijn eigen gebit wél een controleafspraak. Ik wacht liever niet totdat ik mijn boterham niet meer weg krijg.
Bij mijn paard zou ik ook graag vóór dat moment blijven.
Moet de paardentandarts dan ieder jaar komen? Voor een controle is dat een goed uitgangspunt. Of er ook behandeld moet worden, beoordelen we daarna.
Dat zijn twee verschillende vragen.
“Gelukkig wel,” zeg ik dan. “Dat houden we graag zo.”
Want dat is precies de bedoeling van een regelmatige gebitscontrole. Kijken hoe het ervoor staat terwijl je paard nog goed eet. Ontdekken of er iets ontstaat dat aandacht nodig heeft.
Een paard hoeft zijn hooi niet eerst uit zijn mond te laten vallen voordat een controle zin heeft.
En die lege voerbak? Die zie ik graag. Maar hij vertelt me niet hoe de kiezen eruitzien, of ergens voer vastzit en of er een scherpe rand tegen de wang komt.
Daarvoor moet ik toch echt even naar binnen.
Een voerbak is een handig ding. Alleen heeft hij helaas geen diploma gebitscontrole.
Een paardengebit verandert voortdurend.
De kiezen slijten door het kauwen. Tegelijkertijd komt geleidelijk een deel van de reservekroon verder tevoorschijn. Dat noemen we eruptie. Wat eigenaren vaak “groeien” noemen, is bij volwassen paarden dus vooral het verder doorkomen van tandmateriaal dat al aanwezig is.
Die slijtage verloopt niet overal precies gelijk. De bouw van de kaken, de stand van de tanden en kiezen, het voer en de manier van kauwen spelen daarin mee.
Daardoor kunnen scherpe glazuurpunten en andere afwijkingen ontstaan.
Dat betekent niet dat ieder paard na precies twaalf maanden dezelfde punten heeft. Een paardenmond houdt geen agenda bij.
“Het is oktober, jongens. Tijd om allemaal een scherpe rand te maken.”
Zo werkt het gelukkig niet.
Maar een gebit dat vorig jaar goed was, blijft niet vanzelf jarenlang hetzelfde. Daarom kijk ik graag opnieuw.
Die hebben toch ook geen jaarlijkse afspraak met de paardentandarts?
Nee. Ik heb nog nooit een wild paard met een afsprakenkaartje tussen zijn snijtanden gezien.
Paarden besteden van nature een groot deel van hun dag aan eten. Het soort voer, de tijd die ze kauwen en hun eethouding beïnvloeden het gebruik van hun gebit.
Bij onze paarden verschillen die omstandigheden. Het ene paard staat veel buiten en heeft vrijwel voortdurend ruwvoer. Het andere krijgt zijn voer op vaste momenten en staat meer binnen.
Maar ook een natuurlijk gehouden paard kan een gebitsprobleem krijgen.
Veel weidegang en een passend rantsoen zijn waardevol. Ze geven alleen geen garantie dat iedere tand netjes staat, iedere kies gelijkmatig slijt en nergens iets misgaat.
Ook bij een paard dat de hele dag buiten loopt, wil ik dus weten wat er ín die mond gebeurt.
Sommige paarden laten duidelijk merken dat er iets niet prettig zit.
Ze knoeien met voer, maken proppen, kauwen anders of eten langzamer. Soms valt een verandering op tijdens het rijden of bij het indoen van het bit.
Andere paarden laten veel minder zien.
Ze blijven eten terwijl er wel degelijk ongemak of een probleem aanwezig is. Ze passen hun manier van kauwen aan. Voor de eigenaar lijkt het dagelijkse ritueel dan nog heel gewoon.
Hooi erin. Voerbak leeg. Morgen weer.
Daarom zeg ik liever niet: “Als hij pijn heeft, merk je het vanzelf.”
Dat is een geruststelling waarop ik niet wil vertrouwen.
Als een paard uiteindelijk nauwelijks of helemaal niet meer eet, is dat reden om direct de dierenarts te bellen. Dat kan verschillende oorzaken hebben en vraagt om onderzoek. Dan wacht je niet op de volgende jaarlijkse gebitscontrole.
Liever ontdekken we een gebitsprobleem voordat het zover komt.
Misschien zit daar ook een deel van de twijfel.
“Als ik de tandarts laat komen, moet er vast weer gevijld worden.”
Bij mij begint een afspraak met onderzoeken.
Ik kijk, voel en beoordeel wat ik tegenkom. Hoe staan de tanden en kiezen? Hoe verloopt het malen? Zijn er scherpe randen, wondjes of plekken waar voer blijft zitten? Wat vertelt de eigenaar over het paard?
Daarna bepalen we wat nodig is.
En soms is de conclusie heel eenvoudig:
“Het ziet er goed uit.”
Dan hoeft mijn elektrische vijl niet uit beleefdheid nog even aan.
Ik kom om het gebit te beoordelen. Als er niets behandeld hoeft te worden, is dat een mooie uitkomst.
Daar word ik ook blij van.
Voor een volwassen paard is een grondige gebitscontrole minstens eenmaal per jaar een verstandig uitgangspunt.
Daarmee krijgen we regelmatig zicht op veranderingen. We kunnen vergelijken met de vorige controle en beoordelen of de mond nog goed functioneert.
Bij jonge paarden kan vaker controleren nodig zijn, omdat er tijdens het wisselen veel gebeurt. Ook bij oudere paarden of een gebit met bestaande afwijkingen kan een kortere termijn verstandig zijn.
De volgende afspraak hoort dus bij het paard dat voor me staat.
De kalender helpt ons herinneren. Het gebit bepaalt wat er nodig is.
En merk je tussendoor iets afwijkends? Dan bel je eerder. Je hoeft echt niet te wachten totdat de twaalf maanden netjes vol zijn.
Het fijne is dat ik in de regel begrip krijg wanneer ik dit op stal uitleg.
“Oh ja. Zo had ik er nog niet naar gekeken.”
Dat snap ik. Als je paard goed eet, kijk je niet dagelijks tussen zijn achterste kiezen. Je ziet wat er in de voerbak gaat en wat er daarna overblijft.
Tijdens een controle kunnen we samen verder kijken.
Ik leg uit wat ik voel en zie. Als het veilig kan, laat ik de eigenaar meevoelen. Dan wordt duidelijk waarom iets aandacht nodig heeft, of waarom ik juist tevreden ben.
Zo krijgt die jaarlijkse afspraak betekenis.
Een gebitscontrole is geen luxe voor paarden die toevallig een gaatje in hun agenda hebben. Het is onderdeel van de zorg voor je paard.
Of er vervolgens behandeld moet worden, bekijken we iedere keer opnieuw.
Je hoopt toch ook dat je eigen tandarts na de controle zegt:
“Prima. Tot de volgende keer.”
Dan loop je naar buiten met een goed gevoel. Je hebt laten kijken en je weet hoe het ervoor staat.
Dat gun ik een paardeneigenaar ook.
Een controle waarbij ik niets hoef te behandelen, is geen verloren afspraak. Het is goed nieuws.
Dus als iemand tegen mij zegt: “Maar hij eet toch gewoon?”, antwoord ik graag:
“Gelukkig wel.”
En daarna:
“Dat houden we graag zo.”