Marnix Brandes legt zijn hand rustig tegen de wang van een schimmel tijdens het onderzoeken van het hoofd.
De kiezen verdienen aandacht. Het paard dat eraan vastzit ook.

Holistisch? Ik sta gewoon met mijn voeten in de modder

Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Visie

‘Ik ben een holistische paardentandarts.’

Het staat op mijn website en ik vertel het regelmatig. Maar ik kan me goed voorstellen dat iemand denkt: ja, Marnix, dat klinkt allemaal prachtig… maar wat betekent het eigenlijk?

De één zoekt bewust iemand met een holistische kijk. De ander vindt het maar een vaag woord. Misschien iets zweverigs. Iets met dingen voelen die je niet kunt zien.

En dan kom ik aan. Met mijn spullen, mijn elektrische vijl en soms een stofzuiger op mijn rug.

Daar sta ik dan met mijn holistische kijk. Gewoon in de modder.

Er staat een paard, geen losse mond

Holistisch hangt samen met het Griekse woord holos, dat ‘geheel’ betekent. Voor mij betekent het dat ik naar het hele paard kijk en de samenhang tussen de onderdelen meeneem.

Want als ik bij jou op stal kom, staat daar geen mond op vier benen.

Er staat een paard.

Met oren, ogen, een rug, benen, een vacht en een staart. Met een karakter, gewoontes en ervaringen. En met een eigenaar die vaak al aan één blik kan zien: vandaag zit hij niet helemaal lekker in zijn vel.

Dat hoort er voor mij allemaal bij.

Het gebit is een onderdeel van dat geheel. Wel een cruciaal onderdeel, natuurlijk. Maar goed, dat hoor je iedere paardentandarts zeggen. De hoefsmid zal waarschijnlijk iets over de hoeven roepen.

We hebben allebei een punt.

Ik ben al begonnen voordat jij het doorhebt

Mijn onderzoek begint vaak voordat de mond opengaat.

Ik kijk hoe je paard erbij staat. Hoe is zijn conditie? Wat valt me op aan zijn bouw, zijn houding en zijn vacht? Hoe houdt hij zijn hoofd? Wat doen zijn oren? En hoe reageert hij wanneer ik dichterbij kom?

Ondertussen praten we.

Hoe gaat het eten? Laat hij voer vallen? Maakt hij proppen? Is er tijdens het rijden iets veranderd? Is hij altijd zo terughoudend, of is dat iets van de laatste tijd?

Jij kent je paard. Ik zie hem tijdens mijn bezoek, maar jij ziet hem iedere dag. Wat jij vertelt, neem ik dus serieus.

Soms zeg je terloops iets waarvan je zelf denkt dat het niet belangrijk is.

‘Hij doet de laatste tijd wel wat langer over zijn hooi.’

Kijk. Dat wil ik dan toch graag even weten.

Ja, ik kijk ook naar de mest

Ik kijk ook naar de omgeving. Naar de stal, het voer en de manier waarop dat voer wordt aangeboden.

En soms naar de mest.

Een paard laat aan de achterkant tenslotte ook iets achter over wat er aan de voorkant naar binnen is gegaan.

Daarmee kan ik niet zomaar vertellen welke kies er dwarszit. Zo werkt het niet. Maar het kan me wel aanleiding geven om verder te vragen naar het voer en het kauwen.

Dus mocht je mij met belangstelling naar een hoop paardenmest zien kijken: ik ben gewoon aan het werk.

Het blijft een veelzijdig vak.

Een aanwijzing is nog geen antwoord

Dat is eigenlijk een belangrijk onderdeel van mijn manier van kijken: dingen opmerken en vervolgens onderzoeken of er een verband is.

Laat een paard voer vallen? Dan kijk ik hoe hij kauwt en wat ik in de mond tegenkom.

Zie ik een beschadiging aan de lip of het tandvlees? Dan onderzoek ik die plek. Maar ik kan ook vragen: laat dat hooinet eens zien. Of die slowfeeder. Zit daar misschien een ruw of scherp onderdeel aan?

Bij een paard dat afvalt, neem ik het gebit mee in mijn onderzoek. Moeilijk of pijnlijk kauwen kan immers invloed hebben op het eten en de conditie.

Maar een doffe vacht betekent niet automatisch dat de kiezen slecht zijn. En een gevoelige rug bewijst geen gebitsprobleem.

Ik kan van alles aan elkaar proberen te knopen, maar het moet natuurlijk wel ergens op slaan.

Daarom blijf ik kijken, voelen en vragen stellen. Soms vind ik een duidelijk verband. Soms blijft er een vraag over. En soms moet een dierenarts verder onderzoeken wat er speelt.

Ook dat hoort erbij.

Alles wat ik leer, gaat mee naar stal

Mijn opleiding als paardentandarts vormt de basis van mijn werk. Maar ook mijn opleidingen tot Bit & Bridle Fitter en paardentaxateur neem ik mee.

Bij het bit en hoofdstel kijk je weer vanuit een andere hoek naar de mond en het gebruik van het paard. Bij het taxeren neem je onder meer de bouw, de stand en het totale beeld mee.

Dat komt bij mij allemaal samen wanneer ik naast een paard sta.

Ik zet niet eerst mijn tandartspet op, daarna mijn bitfitpet en vervolgens mijn taxateurspet. Dat zou ook een heel gedoe worden met mijn hoofdlamp.

Ik gebruik de kennis die op dat moment relevant is.

En ik blijf leren. Ook van eigenaren en ruiters. Jij vertelt wat je merkt, ik leg uit wat ik zie. Zo komen we samen vaak verder.

Het paard mag ook iets vertellen

Die brede kijk houdt niet op zodra de mondspreider erin zit.

Ik werk het liefst buiten, met ruimte voor het paard. Het staat niet vastgebonden en zijn hoofd wordt niet opgehangen.

Ik let op hoe het reageert. Heeft het tijd nodig om te wennen? Dan krijgt het die tijd. Wil het bewegen of heeft het een pauze nodig? Dan pas ik mijn werk daarop aan.

Dat vraagt aandacht. Want een paard kan geen vragenlijst invullen, maar het kan wel degelijk iets laten zien.

Ook de omstandigheden tellen mee. Bij een paard met gevoelige luchtwegen neem ik bijvoorbeeld mijn stofafzuiging mee om het stof tijdens het vijlen zoveel mogelijk bij de mond af te zuigen.

De kiezen verdienen aandacht. Het paard dat eraan vastzit ook.

En wat levert dat op?

Door verder te kijken kan ik gerichter onderzoeken, beter uitleggen wat ik tegenkom en mijn behandeling afstemmen op jouw paard.

Soms zit het probleem in de mond. Soms zie ik iets dat aanleiding geeft om een andere deskundige mee te laten kijken.

En soms is het gebit gewoon goed.

Dan zeg ik dat ook. Ik hoef geen probleem te vinden om een nuttig bezoek te hebben gehad.

Dat is voor mij holistisch werken: aandacht voor het geheel, met het gebit als mijn vakgebied.

Misschien klinkt het woord ingewikkeld. In de praktijk begint het heel eenvoudig.

Goed kijken. Goed luisteren. Je handen gebruiken. En niet denken dat je het antwoord al weet voordat het paard zijn mond heeft opengedaan.

Ik behandel het gebit, maar ik houd het hele paard in beeld.

Van oren tot staart.

Al beperk ik het vijlen keurig tot de mond.

;