Marnix Brandes houdt de mondspreider vast tijdens een gebitsbehandeling bij een paard buiten.

Hoe spannender hij het vond, hoe meer tijd ik hem gaf

Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Praktijk

Ik had nog een uur en drie kwartier naar huis te rijden toen ik dacht: misschien zit er weer een blog in deze werkdag. Maar waarover dan? Ik was op een stal geweest met leuke paarden en fijne mensen. Het was flink doorwerken geweest, maar iets bijzonders? Ik kon zo gauw niets bedenken.

Totdat in een gesprek de vraag voorbijkwam: wanneer besluit een paard eigenlijk dat jij te vertrouwen bent?

En ineens zag ik hem weer voor me. Dat paard van eerder die dag, dat zijn hoofd telkens omhoog deed zodra ik de mondspreider wilde inbrengen. Ik had hem al eens behandeld, maar deze keer vond hij het behoorlijk spannend. Terwijl ik erover vertelde, begon ik pas goed te beseffen wat er tussen ons was gebeurd.

Dan proberen we het anders

Het was druk op stal, de regen tikte op het dak en het begon te schemeren. Misschien had dat ermee te maken. Misschien speelde er iets heel anders. Ik weet het niet, en ik hoef dat ook niet voor hem in te vullen. Ik zag vooral dat hij moeite had om mij met die mondspreider toe te laten.

Normaal gesproken heb ik een vaste manier waarop ik die inbreng. Alleen werkte dat nu niet zo prettig. Telkens als hij zijn hoofd omhoog deed, bewoog de mondspreider mee en schrok hij daar opnieuw van. Dus liet ik de riempjes helemaal los. Eerst maar eens kijken of de mondspreider rustig in zijn mond kon liggen, zonder iets om zijn neus of achter zijn oren vast te zetten.

Daar stonden we dan. Een stukje proberen, weer wachten en opnieuw toenaderen. Soms leek het te lukken en ging zijn hoofd toch weer omhoog. Ik had geen lijstje in mijn hoofd met tactiek één, twee en drie. Zijn reacties bepaalden hoe ik verderging.

Ondertussen begon mijn arm wel wat te verzuren. Zo’n mondspreider weegt best wat, zeker als je hem een tijd in een onhandige houding vasthoudt. Mijn hoofd was nog heel ontspannen, maar mijn arm begon voorzichtig te informeren hoelang dit onderdeel van de werkdag nog ging duren.

En ja, af en toe dacht ik: ik hoop toch dat het gaat lukken.

De eigenaresse gaf ons alle ruimte. Ze bleef kalm en ik voelde haar vertrouwen. Ik vroeg haar rustig te blijven ademen en eventueel wat met haar hand op zijn rug te kriebelen. Verder hoefde er even niets bij.

Mijn handen hadden het eerder door dan ikzelf

Het bijzondere ontdekte ik eigenlijk pas achteraf. Terwijl ik vertelde hoe het was gegaan, realiseerde ik me dat ik steeds langzamer was gaan bewegen. Mijn gebaren werden kleiner, mijn toenadering rustiger en mijn stem zachter.

Daar had ik helemaal geen bewust besluit over genomen. Dat bedoel ik als ik zeg dat ik op gevoel werk: ik merk zijn reacties op en doe daar iets mee, vaak zonder dat ik het op dat moment in woorden omzet. Pas als iemand er later naar vraagt, denk ik: hé, ja. Dat deed ik inderdaad.

Uiteindelijk bleef de mondspreider in zijn mond. Daarmee waren we er nog niet, want ook het vastmaken van de riempjes vroeg weer tijd. Maar op een gegeven moment zat hij goed en kon ik de eigenaresse aankijken met een glimlach.

“De aanhouder wint,” zei ik met een knipoog.

Al is dat natuurlijk maar een deel van het verhaal. Geduld is voor mij ook blijven voelen of je verder kunt. Soms vraagt dat om een pauze of een andere aanpak, en soms moet je stoppen. Deze keer lukte het om stap voor stap verder te komen.

Toen werd zijn tong zacht

Toen ik het gebit kon voelen, was ik in mijn hoofd alweer met de behandeling bezig. Mijn vingers gingen langs de kiezen en ondertussen ontstond het plan: dit moet ik corrigeren, dat laat ik zitten en zo ga ik straks afronden.

Daarna liet ik hem kennismaken met de vijl, eerst zonder geluid en zonder draaiende beweging. Gewoon even in de mond, zodat hij kon voelen wat er kwam. Terwijl ik rustig verderging met die kennismaking, zag ik zijn blik zachter worden en voelde ik zijn tong zakken.

Dat was het moment waarop ik dacht: ja, nu kunnen we verder.

In mijn hoofd was ik alweer twee stappen verder, bezig met de correcties en hoe ik straks zou afronden. Het behandelen ging vervolgens prettig en gemakkelijk. We waren misschien wel een kwartier bezig geweest om de mondspreider goed op zijn plek te krijgen, mogelijk nog langer. Die tijd aan het begin betaalde zich terug in het vervolg.

Nog even bij hem blijven

Dat afronden krijgt bij mij altijd aandacht. Ook op een dag waarop we flink moeten doorwerken. Na het werk aan de kiezen haal ik de mondspreider af, voel ik opnieuw en controleer ik de bewegingen. Ook kijk ik naar de snijtanden en of daar nog iets nodig is. Pas als alle vinkjes in mijn hoofd groen zijn, is het technische gedeelte voor mij klaar.

Daarna neem ik vaak het hoofd nog even in beide handen. Ik haal één keer diep adem en als reactie zucht het paard. Dat is voor mij al voldoende. De ogen worden zachter, het hoofd voelt lichter in mijn handen en ik kan hem rustig loslaten.

Dat vind ik een fijn onderdeel van mijn werk. Zeker als het begin spannend was, wil ik ook aandacht hebben voor hoe we samen afsluiten.

Vervolgens krijgt hij een paar brokjes. Uiteraard als beloning, maar ik kijk en luister ondertussen ook hoe hij kauwt. Als er hooi is, geef ik een klein plukje en observeer ik de maalbeweging en het geluid. Wie denkt dat ik dan alleen gezellig een paard sta te voeren, mist dus nog een stukje controle. Al doe ik dat gezellige voeren er met liefde bij.

Wanneer alles goed is, doe ik een stap naar achteren. En dan gebeurt er regelmatig iets waar ik nog altijd blij van word. Het paard neemt een slok water of zoekt wat hooi op de grond, kijkt weer op en komt nog even naar de deur. Een neus tegen mijn hand. Soms komt dat contact al eerder en legt een paard tijdens het afronden zijn hoofd op mijn schouder.

Wat hij daar precies mee bedoelt, weet ik niet. Maar dat hij na de behandeling uit zichzelf weer contact met me zoekt, doet me wel iets. En als hij gewoon tevreden blijft eten, is dat natuurlijk ook helemaal goed.

Als het goed is, is het goed.

Zo werd die gewone werkdag onderweg naar huis toch nog een verhaal. Over een paard dat het spannend vond, een eigenaresse die ons de tijd gaf en een paar handen die vanzelf wat rustiger gingen bewegen.

Mijn werk aan het gebit was klaar. Maar ik bleef nog even voor het paard.

;