Elk paard is een individu
Hoe langer ik met paarden werk, hoe zekerder ik weet dat vergelijken zelden helpt. Niet tussen paarden onderling, en niet tussen behandelingen. Elk paard dat ik ontmoet, brengt zijn eigen geschiedenis mee. Zijn eigen lichaam. Zijn eigen ervaringen. Zijn eigen manier van reageren op de wereld om hem heen. Dat maakt mijn werk niet ingewikkeld. Dat maakt het betekenisvol. Ik geloof niet in standaardpaarden. En ik geloof daarom ook niet in standaardbehandelingen.
Wat voor het ene paard logisch, prettig en helpend is, kan voor het andere paard spanning oproepen. Dat zie ik dagelijks. Soms subtiel, soms duidelijk. Maar altijd consequent. Paarden laten zien wie ze zijn, als je bereid bent om te kijken zonder vooraf ingevuld beeld. Daarom begin ik nooit met aannames. Niet over gedrag. Niet over gevoeligheid. Niet over wat een paard“zou moeten kunnen”. Ik begin bij wat er is.
Dat vraagt dat ik elke keer opnieuw mijn eigen ideeën loslaat. Dat ik niet werk vanuit routine, maar vanuit aandacht. Ook al heb ik iets al duizend keer gezien, dit paard is de duizend-en-éénste. En die verdient zijn eigen benadering. Ik zie paarden die gevoelig zijn, maar niet zwak. Paarden die sterk zijn, maar snel overvraagd worden. Paarden die veel hebben meegemaakt, en paarden die vooral hebben geleerd om zich aan te passen. Geen van die paarden is“lastig”. Ze zijn individueel.
Wanneer ik een paard behandel, kijk ik daarom niet alleen naar de mond. Ik kijk naar het geheel. Naar hoe het paard zich beweegt, hoe het reageert, hoe het contact maakt. Ik neem mee wat het lichaam vertelt, maar ook wat de situatie laat zien. Soms betekent dat dat een behandeling anders verloopt dan verwacht. Soms betekent het dat ik mijn plan bijstel. En soms betekent het dat ik niets doe — omdat dit paard op dit moment iets anders nodig heeft. Dat is geen toegeven. Dat is erkennen. Ik heb geleerd dat paarden niet vragen om perfectie. Ze vragen om eerlijkheid. Eerlijk kijken. Eerlijk voelen. Eerlijk reageren op wat ze laten zien.
Een paard dat zich gezien voelt als individu, hoeft zich niet te verzetten. Het hoeft niet te bevriezen. Het hoeft niet te overcompenseren. Het kan blijven communiceren, ook wanneer iets spannend of nieuw is.
Dat is voor mij de kern van goed werken met paarden. Niet het afwerken van een handeling. Niet het volgen van een protocol. Maar het afstemmen op het paard dat voor je staat — precies zoals hij is.
Ik zie vaak dat wanneer paarden op deze manier worden benaderd, er iets verandert. Niet alleen tijdens de behandeling, maar ook daarna. Paarden worden opener. Rustiger. Meer zichzelf. Niet omdat alles ineens perfect is, maar omdat ze hebben ervaren dat hun grenzen worden gerespecteerd.
En dat werkt door. Bij volgende behandelingen. In het dagelijks werken in hoe een paard omgaat met nieuwe situaties. Het is geen snelle winst. Het is duurzame verandering.
Mijn manier van werken vraagt tijd. Aandacht. En de bereidheid om niet alles vooraf te willen bepalen. Maar juist daarin zit voor mij de waarde. Want een paard is geen object dat gerepareerd moet worden. Het is een levend wezen dat geholpen mag worden.
Wanneer ik terugkijk op mijn werk, zijn het niet de technische handelingen die mij bijblijven. Het zijn de momenten waarop een paard ontspande. Waarop er contact was. Waarop ik voelde: dit klopt. Die momenten ontstaan niet door harder te werken. Ze ontstaan door beter te luisteren.
Daarom is “elk paard is een individu” voor mij geen slogan. Het is een uitgangspunt. Een houding. Een keuze die ik elke dag opnieuw maak.
En misschien is dat wel waar deze hele reeks om draait. Niet om tanden. Niet om techniek. Niet om methodes. Maar om het besef dat wanneer je een paard serieus neemt als individu, alles wat je doet zorgvuldiger wordt. Rustiger. Eerlijker. Dat is hoe ik werk. Dat is waar ik voor sta. En dat is ook waar dit verhaal zijn punt vindt.
Niet als einde. Maar als basis.