paardentandarts marnix brandes die in alle rust een 3 jarig paard voor de eerste keer behandeld zonder sedatie

Later verdwijnt dat wel

Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Visie/vakmanschap

Waarom mijn enthousiasme na al die jaren alleen maar groter is geworden

Vele jaren geleden, toen ik nog maar net als paardentandarts werkte, stond ik op een stal enthousiast te vertellen over wat ik bij een paard zag.

En met enthousiast bedoel ik ook echt enthousiast.

Ik voelde aan de kaak, keek naar de maalbeweging en legde ondertussen aan de eigenaar uit wat mij opviel. Daarna gingen we samen in de mond voelen. Eerst vóór de behandeling en later nog een keer erna, zodat de eigenaar niet alleen hoorde wat ik had gedaan, maar het verschil ook zelf kon ervaren.

Ik vond het prachtig.

Niet alleen het behandelen, maar juist alles wat eromheen gebeurde. Een paard leren kennen, ontdekken waarom iets op een bepaalde manier was afgesleten en vervolgens uitleggen hoe al die kleine onderdelen met elkaar samenhingen.

De eigenaresse van de stal keek het een tijdje aan en zei uiteindelijk:

“Wacht maar. Later verdwijnt dat wel.”

Ik begreep eerst niet helemaal wat ze bedoelde.

Ze doelde op mijn enthousiasme. Op het uitgebreide onderzoeken, het vertellen en het betrekken van de eigenaar bij de behandeling. Volgens haar hoorde dat waarschijnlijk een beetje bij iemand die net begonnen was. Zodra mijn agenda voller werd en ik meer paarden had behandeld, zou dat vanzelf minder worden.

Dan zou ik waarschijnlijk sneller gaan werken.

Iets minder vertellen.

Mond open, behandelen, mond dicht en door naar de volgende.

Ik denk niet eens dat ze het vervelend bedoelde. Misschien had ze het vaker gezien. Mensen beginnen ergens vol enthousiasme aan en ontdekken vervolgens dat er ook gewoon een planning bestaat. Dat ergens verderop alweer een volgend paard staat te wachten en dat je aan het einde van de dag toch een keer thuis moet zien te komen.

Maar dat ene zinnetje is altijd in mijn hoofd blijven zitten.

Later verdwijnt dat wel.

Nou…

We zijn inmiddels vele jaren en duizenden paarden verder.

En het is nog steeds niet verdwenen.

Sterker nog, volgens mij ben ik alleen maar enthousiaster geworden.

Natuurlijk heb ik nu veel meer ervaring dan toen. Ik herken afwijkingen sneller, voel eerder wanneer iets niet klopt en weet beter welke veranderingen belangrijk zijn. Maar daarmee is een paard voor mij nooit routine geworden.

De ene mond kan technisch behoorlijk lijken op een mond die ik een dag eerder heb gezien, terwijl het paard dat erbij hoort totaal anders reageert. Het ene paard heeft behoefte aan duidelijkheid. Een ander paard wil eerst rustig bekijken, ruiken en overdenken wat ik allemaal van plan ben.

Sommige paarden geven me vrij snel het voordeel van de twijfel. Andere willen waarschijnlijk eerst mijn volledige cv doornemen en drie referenties bellen.

En juist dat vind ik nog steeds zo mooi.

Ieder paard vraagt iets anders van mij. Daardoor begint een behandeling voor mij nooit met: hoe krijg ik dit zo snel mogelijk gedaan? Ik wil eerst weten wie ik voor me heb. Hoe reageert dit paard op aanraking? Waar zit spanning? Hoe beweegt de kaak? Wat vertelt de mond en wat vertelt de rest van het lichaam?

Misschien is mijn enthousiasme daardoor in de loop van de jaren wel veranderd. In het begin was ik vooral enthousiast over alles wat ik leerde. Nu ben ik vooral nieuwsgierig naar wat ieder individueel paard mij opnieuw kan leren.

Dat enthousiasme is rustiger geworden, maar zeker niet kleiner.

Ik vind het nog steeds prachtig wanneer een onzeker paard tijdens het onderzoek langzaam merkt dat er niets wordt afgedwongen. Wanneer de ademhaling verandert, de spanning uit het hoofd verdwijnt en je bijna kunt zien dat het paard denkt: vooruit dan maar, ik geef je een kans.

En ik vind het nog steeds belangrijk om de eigenaar daarin mee te nemen.

Niet omdat iedere behandeling een compleet college moet worden — al willen mensen mij daar nog weleens van verdenken — maar omdat begrijpen onderdeel is van goede zorg.

Wanneer een eigenaar zelf een scherpe rand heeft gevoeld en na de behandeling opnieuw voelt, hoef ik niet met ingewikkelde termen uit te leggen wat er veranderd is. Diegene heeft het verschil letterlijk in handen gehad.

Daarom vertel ik wat ik zie, wat ik voel en waarom ik iets behandel. Maar ook waarom ik iets juist laat zitten. Want goed behandelen betekent niet dat je zoveel mogelijk verandert. Het betekent dat je begrijpt wat nodig is en vervolgens ook de discipline hebt om de rest met rust te laten.

Natuurlijk kijk ik tijdens een werkdag ook weleens op de klok en denk ik: oei, straks staat de volgende alweer klaar.

Het zou soms bijzonder handig zijn als paarden zich precies hielden aan de tijd die ik in mijn agenda voor ze heb gereserveerd. Alleen hebben ze mijn planning blijkbaar nooit ontvangen.

De ene behandeling verloopt vlot. Bij een ander paard kost het opbouwen van vertrouwen meer tijd. Soms moet ik wachten, iets anders proberen of gewoon een stap terugdoen.

En soms merk ik dat een paard voor die dag genoeg heeft gedaan.

Niet zo lang geleden stond ik nog bij zo’n paard. We waren een heel eind gekomen en het paard had veel toegelaten. Toch voelde ik op een gegeven moment dat de emmer vol zat. Nog één extra druppel zou niets meer toevoegen aan de behandeling, maar misschien wel iets afhalen van het vertrouwen dat we zojuist hadden opgebouwd.

Dan kan ik natuurlijk denken: als ik nu even doorzet, kan ik het afmaken.

Maar wat maak ik dan precies af?

Technisch misschien de behandeling. Tegelijkertijd loop ik het risico dat het paard de volgende keer vooral onthoudt dat er niet geluisterd werd toen het genoeg was.

Dus zijn we gestopt.

De volgende keer gaan we verder. En waarschijnlijk beginnen we dan niet helemaal opnieuw, want het paard neemt ook mee dat een grens geen reden was om meer druk te zetten.

Ook dat is voor mij vakmanschap.

Niet alleen weten wat je kunt doen, maar ook herkennen wanneer je het beter even niet kunt doen.

Misschien had die staleigenaresse uiteindelijk toch een klein beetje gelijk. Er is in de loop van de jaren inderdaad iets verdwenen.

De onzekerheid van iemand die net begonnen was, werd minder. Mijn ogen herkennen sneller wat belangrijk is en mijn handen hebben meer ervaring gekregen.

Maar mijn enthousiasme voor het paard verdween niet.

Dat zit blijkbaar niet in de fase van mijn carrière.

Dat zit gewoon in mij.

Ik vertel nog steeds. Ik laat eigenaren nog steeds voelen. Ik onderzoek ieder paard nog steeds uitgebreid en neem de tijd die op dat moment nodig is.

Niet omdat ik na al die jaren niet sneller zou kunnen werken.

Maar omdat ik niet gehaast wíl werken met een paard.

Haast kan soms tijd besparen.

Maar kalmte kan je redden.

;