neusuitvloeiing bij rechter neusgat paard

Een snotneus door een kies? Dit zijn de bijholten van je paard

Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Techniek

Als ik een paard onderzoek, kijk ik natuurlijk in zijn mond. Maar ik kijk ook naar zijn hoofd. Zijn beide kanten gelijk? Zie ik een zwelling? Komt er iets uit één neusgat? En wat vertellen de bovenste kiezen mij?

Bij die laatste vraag kijken eigenaren me soms verbaasd aan. We hadden het toch over de neus? Klopt. Maar in een paardenhoofd liggen de bovenste kiezen en de bijholten verrassend dicht bij elkaar.

Wat zijn sinussen eigenlijk?

Sinussen is een ander woord voor bijholten. Het zijn met lucht gevulde ruimtes in de botten van het hoofd. Aan beide kanten zitten er meerdere: onder andere hoger bij het voorhoofd en lager in de bovenkaak, in de buurt van de achterste bovenste kiezen. Via doorgangen staan deze ruimtes met elkaar en met de neusholte in verbinding.

Je kunt een bijholte niet door de huid heen zien. Ik kan je op het hoofd ongeveer aanwijzen waar ze liggen, maar pas op een anatomische afbeelding of CT-scan zie je hoe dat stelsel van binnen loopt. Best bijzonder: achter die vertrouwde paardenkop zit een heel netwerk van ruimtes.

Waarom zitten ze daar? De met lucht gevulde ruimtes helpen de schedel lichter te houden. De bekleding van de holtes, het slijmvlies, produceert slijm dat normaal naar de neusholte wordt afgevoerd. Daar merk je bij een gezond paard niets van.

Wat is sinusitis?

Sinusitis betekent een ontsteking van een of meer bijholten. Het slijmvlies raakt ontstoken en er kan vocht of pus in de holte blijven zitten. Als de afvoer niet goed verloopt, kan dat zich ophopen.

Soms ontstaat sinusitis na een infectie van de bovenste luchtwegen. Maar bij paarden moet je ook aan de bovenste kiezen denken. Een ontsteking diep rond een kies kan zich uitbreiden naar een nabijgelegen bijholte. Ook bijvoorbeeld een cyste of letsel kan een rol spelen. Daarom is ‘het is sinusitis’ eigenlijk pas het begin van het verhaal. De volgende vraag is: waardoor komt het?

Wat kun je zelf opmerken?

Het bekendste signaal is uitvloeiing uit één neusgat. Soms ruikt die onaangenaam of bevat ze pus. Een paard kan ook een zwelling aan één kant van het hoofd, een tranend oog of een afwijkend ademgeluid hebben. Dat zijn signalen om serieus te nemen, maar ze vertellen op zichzelf nog niet welke bijholte betrokken is of wat de oorzaak is.

Andersom geldt ook iets belangrijks: een kiesprobleem diep bij de wortel is niet altijd duidelijk zichtbaar wanneer je in de mond kijkt. Een nette blik op de kauwvlakken sluit dus niet automatisch een probleem daarachter uit.

Tijdens mijn vooronderzoek kijk ik daarom verder dan alleen het gebit. Ik let op de vorm van het hoofd, zwellingen, de neus en wat ik in de mond aantref. Als iets mij niet bevalt, verwijs ik door naar een dierenarts. Die kan met aanvullend onderzoek, zoals een neusendoscopie, röntgenfoto’s of een CT-scan, vaststellen wat er werkelijk speelt.

Moet zo’n bijholte dan worden schoongespoeld?

Dat hoor je inderdaad weleens. Maar ‘even de sinus spoelen’ klinkt eenvoudiger dan het is. De dierenarts bepaalt eerst welke holte is aangedaan en waarom.

Om een holte te onderzoeken of te spoelen kan de dierenarts een kleine opening door het bot maken. Soms blijft er tijdelijk een slangetje zitten, zodat er vaker kan worden gespoeld. Bij hardnekkige ophoping of een oorzaak die niet via die kleine opening te behandelen is, kan een grotere toegang nodig zijn. Veel van zulke ingrepen gebeuren bij een staand paard met sedatie en plaatselijke verdoving; in sommige gevallen is narcose nodig. Hoeveel spoelingen en nazorg volgen, verschilt per situatie.

En komt de ontsteking door een aangetaste kies? Dan moet ook die oorzaak worden aangepakt. Alleen de holte schoonmaken terwijl het kiesprobleem blijft bestaan, lost het verhaal meestal niet op.

Dat is precies waarom ik het zo interessant vind om het hele paard te bekijken. Je ziet iets aan de neus, maar de verklaring kan dieper in het hoofd liggen, vlak bij een kies. Hoe meer je begrijpt van wat er achter de buitenkant gebeurt, hoe beter je de signalen kunt plaatsen.

;