
Waar denk je eigenlijk aan?
Geschreven en verteld door Marnix Brandes · Paardentandarts · Praktijk
Luister hier de blog
Luistertijd: 4 minuten en 52 seconden
Wie mij weleens aan het werk heeft gezien, weet dat het meestal niet lang stil blijft.
Een praatje, een grapje, even kennismaken. Met de eigenaar én met het paard. Ik vind het prettig als er gelachen kan worden. Zo’n behandeling is voor sommige eigenaren best spannend, zeker de eerste keer. Dan helpt het als we eerst gewoon even mensen kunnen zijn.
En paarden, uiteraard. Die hoeven gelukkig niet om mijn grappen te lachen.
Bij een paard dat ik al jaren behandel, kan ik het soms niet laten.
‘Ik wil toch even de complimenten geven aan je tandarts.’
Even wachten tot het kwartje valt.
Ja. Die tandarts ben ik zelf.
Je moet je waardering toch ergens vandaan halen.
En dan ben ik ineens stil
Maar ergens tijdens de behandeling kan het gebeuren dat mijn verhalen even ophouden.
Dat valt natuurlijk op. Sommige mensen zullen denken: gelukkig, hij kan het dus wel.
Ik kijk. Ik voel. Ik werk.
En dan komt af en toe die vraag:
‘Waar denk je eigenlijk aan?’
Een leuke vraag. Zeker als je mij vijf minuten eerder nog hoorde kletsen alsof ik betaald krijg per woord.
Het eerlijke antwoord is soms verrassend lastig uit te leggen.
‘Ik denk eigenlijk niet,’ zeg ik dan. ‘Ik voel.’
Dat klinkt misschien wat wonderlijk uit de mond van iemand die met een lamp op zijn hoofd in een paardenmond zit. Maar het beschrijft wel hoe ik het op zo’n moment ervaar.
Mijn handen praten ook mee
Natuurlijk gebruik ik mijn hoofd. Ik beoordeel wat ik zie en voel in de mond, en bepaal wat er nodig is. Alleen loopt daar niet voortdurend een hardop denkende Marnix bij mee.
Veel van mijn aandacht zit op dat moment in mijn handen.
Als ik de tong voorzichtig vasthoud, voel ik ook wat er in dat contact verandert. Komt er meer spanning? Beweegt het paard anders? Kan ik rustig doorgaan, of is dit een moment om even ruimte te geven?
Ik probeer mijn hand zacht te houden. Contact houden, zonder er een krachtmeting van te maken.
Er staat tenslotte een paard aan de andere kant. Als die wedstrijd op spierkracht beslist moet worden, kan ik beter vooraf al een bos bloemen aan de winnaar geven.
Dus ik voel. Ik wacht zo nodig. Ik pas aan.
Het zijn vaak kleine dingen. Dingen waar je als eigenaar naast kunt staan zonder dat je ze allemaal ziet. Terwijl ze voor mij op dat moment wel meetellen.
Soms begin ik bij mijn eigen ademhaling
Als een paard wat onrustiger wordt, merk ik dat ik bewust rustiger ga ademen.
Lager in mijn buik. Minder haast in mijn eigen lijf.
Dat is iets wat ik zelf kan doen: mijn ademhaling, mijn houding en mijn tempo aanpassen. Ik kan moeilijk tegen een paard zeggen dat het even rustig moet worden, terwijl ik zelf ondertussen strak sta als een waslijn.
Dus kijk ik ook naar mezelf.
Hoe sta ik erbij? Hoe voelen mijn handen? Wil ik misschien net iets te snel verder?
Dat gaat vaak bijna vanzelf. Pas als iemand vraagt waar ik aan denk, realiseer ik me hoeveel ik ondertussen aan het afstemmen ben.
En probeer dat dan maar eens in één zin uit te leggen, met je hoofd half onder een paardenkaak.
Die trekker heb ik heus wel gehoord
Ondertussen draait de wereld gewoon door.
Er loopt iemand langs. Er blijft iemand staan kijken. Verderop rijdt een trekker. Of er komt een vliegtuig laag over waarvan je denkt: die piloot had kennelijk ook belangstelling voor het gebit.
Ik merk dat soort dingen wel op. Alleen hoeft niet alles meteen iets van mij.
Mijn aandacht blijft bij het paard.
Wordt het onrustig, dan let ik ook op wat er om ons heen gebeurt. Een geluid dat eerst nauwelijks leek op te vallen, kan dan toch aanleiding zijn om even te onderbreken. Ik kijk hoe het paard reageert en pas daar mijn werk op aan.
De eigenaar heeft misschien alleen die trekker gehoord. Ik ben ondertussen vooral bezig met wat er onder mijn hand verandert.
Een mond zit aan een heel paard
Dat is misschien wel het belangrijkste aan die stille momenten.
Ik ben met tanden en kiezen bezig, maar mijn aandacht houdt niet op bij de rand van de mond.
Hoe het paard erbij staat, hoe het beweegt, hoeveel spanning ik opmerk: het hoort allemaal bij de behandeling. Na al die jaren merk ik veel dingen op zonder dat ik ze in mijn hoofd één voor één afvink. Maar iets voelen betekent niet dat ik meteen alles weet. Soms betekent het gewoon: Marnix, even wachten.
En ja, tussendoor praat ik ook tegen het paard. Of benoem ik voor de eigenaar wat ik tegenkom.
Daarna kan het zomaar weer stil worden.
Als ik even niets zeg, mag u gerust iets vragen. Mijn mond staat op pauze, mijn oren doen het nog.
U hoeft dan niet meteen te denken dat de grappen op zijn. Meestal zit er nog wel ergens eentje.
Maar op dat moment krijgt het paard even alle ruimte in mijn aandacht.
Waar ik aan denk?
Ik denk eigenlijk niet. Ik voel.
En heel af en toe denk ik dat dit paard een uitstekende tandarts heeft.