Close-up van een verwijderde melkdop met onregelmatige randen en uitstekende punten op een lichte handdoek.

Wat voor mij vanzelfsprekend is

Ik stel veel vragen. Soms ligt mijn vijl nog in de tas en zijn we al een heel eind in gesprek.

Hoe gaat het met eten? Sinds wanneer? Wat doet hij precies? En wie heeft er al naar gekeken?

Soms krijg ik een antwoord waardoor ik meteen verder wil kijken. Soms merk ik aan een antwoord vooral dat ik zelf even een stap terug moet doen.

Want wat voor mij vanzelfsprekend is, hoeft dat voor een ander helemaal niet te zijn.

Afgelopen week belde een meneer over zijn paard. Het at al een tijd slecht, was lusteloos en lag veel op de grond. De eigenaar maakte zich flinke zorgen.

De dierenarts was al geweest. Die had het paard onderzocht, bloedonderzoek gedaan en ook in de mond gekeken. Volgens de eigenaar was daar nog geen duidelijke verklaring uit gekomen.

Daarop had de dierenarts gezegd: bel Marnix even.

Dat vind ik mooi. Iemand kijkt vanuit zijn vak, komt nog niet tot een verklaring en haalt er iemand bij die gericht verder kan onderzoeken. Zo werk ik zelf ook. Wanneer een paard onderzoek of behandeling door de dierenarts nodig heeft, verwijs ik door.

We hoeven tenslotte niet allemaal hetzelfde te kunnen.

Eerst begrijpen wat de eigenaar ziet

Deze eigenaren waren niet vertrouwd met een paardentandarts. Zij zagen een paard dat slecht at en zich niet goed voelde. Dus belden ze de dierenarts.

Voor mij komt bij een eetprobleem het gebit al snel in gedachten. Ik ben de hele dag met paardenmonden bezig. Dan vergeet je bijna dat niet iedereen bij het ontbijt aan melkdoppen denkt.

Ik kan denken: natuurlijk laat je die mond onderzoeken. Terwijl een eigenaar denkt: natuurlijk bel ik de dierenarts. We kijken naar hetzelfde paard, maar beginnen vanuit een andere ervaring.

Daarom stel ik vragen. Niet om iemand te overhoren of achteraf te vertellen wat hij eerder had moeten doen. Ik wil begrijpen wat er thuis gebeurt.

De eigenaar kent het paard van iedere dag. Ik leer het op dat moment kennen. Wanneer veranderde het eten? Ging dat geleidelijk? Wat gebeurde er zodra er voer werd aangeboden?

Die informatie neem ik mee mijn onderzoek in.

Een melkdop die nauwelijks meer op een melkdop leek

Bij het grondige mondonderzoek vond ik een melkdop die overdwars zat en in de tong prikte.

Dat klinkt, nu ik het zo opschrijf, alsof je de mond opent en meteen denkt: kijk, daar zit het.

Zo eenvoudig was het niet.

De melkdop zat op een lastige plek en was sterk vervormd. Er staken punten uit, er zat een vreemde hoek in en de slijtage was ongelijk. Je herkende er bijna geen gewone melkdop meer in.

Juist doordat hij in de tong prikte, was het moeilijk om goed te zien wat er aan de hand was. Het vroeg om gericht kijken en voelen. Weten waar je zoekt, en rustig verder onderzoeken wanneer het beeld niet meteen duidelijk is.

Daar kon ik mijn expertise inzetten.

De vreemde vorm en ongelijke slijtage deden mij vermoeden dat dit al langer speelde. Hoelang precies, kon die dop mij helaas niet vertellen. Maar dat hij in de tong prikte, kon ik wél vaststellen.

Ik heb de melkdop verwijderd.

En het paard begon meteen te eten.

Het paard hield het kort. Geen vragen meer. Eerst eten.

Dat is zo’n moment waarop ik graag even blijf kijken. Het paard weer aan zijn voer. En wij kunnen zien wat er na het verwijderen van die dop gebeurt.

De melkdop heb ik trouwens bewaard. Zo’n klein ding, met zo’n groot verhaal.

Verschillende kennis, hetzelfde paard

De eigenaar kende het dagelijkse gedrag. De dierenarts had het paard onderzocht en verwees door. Ik bracht mijn kennis van de mond mee. Zo kwamen we samen verder.

Iedereen droeg iets bij.

En zelf kreeg ik ook weer een herinnering mee: leg uit wat je doet en waarom je bepaalde vragen stelt. Wat voor mij dagelijks werk is, kan voor een eigenaar een onbekende wereld zijn.

Ik leer van wat mensen mij over hun paard vertellen. Zij leren op hun beurt van wat ik in de mond vind. Zo kunnen we samen beter begrijpen wat er speelt.

We kwamen ieder vanuit een andere richting.

Maar uiteindelijk stond er maar één dier centraal.

Het paard.

En dat stond inmiddels te eten.

;