Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Praktijk
“De tong is voor mij heilig.”
Dat klinkt misschien wat plechtig voor iemand die regelmatig op één knie naast een paard zit. Maar ik meen het wel.
Tijdens een gebitsbehandeling voel ik veel meer dan scherpe randjes en de vorm van de kiezen. Ik voel ook de tong. Hoe die reageert, of de spanning verandert en wat er gebeurt wanneer ik even stop.
Mijn vingers helpen me de elektrische vijl te sturen. Maar ze vertellen me ook wanneer ik beter even kan wachten.
En wachten? Daar heb ik gelukkig geen hekel aan.
Voordat ik ga behandelen, heb ik de mond al met mijn handen onderzocht. Ik heb gevoeld waar de scherpe randen zitten, hoe de kiezen gevormd zijn en wat aandacht nodig heeft.
Daarna haal ik mijn hand even uit de mond en breng ik de vijl naar binnen.
Uitgeschakeld.
Ik raak voorzichtig de kiezen aan en maak contact met de tong. Ondertussen let ik op de reactie van het paard. Blijft de tong rustig? Trekt hij hem terug? Voel ik spanning veranderen?
Voor mij begint daar al een belangrijk deel van de behandeling.
Er hoeft nog helemaal niets te draaien. Eerst mag het paard kennismaken met wat ik bij me heb.
Een elektrische vijl heeft tenslotte geen visitekaartje. Die kennismaking moet ik zelf verzorgen.
Vervolgens haal ik de vijl weer uit de mond. Met mijn vingers maak ik voorzichtig contact met de tong en oefen ik lichte druk uit, terwijl ik blijf voelen hoe het paard reageert.
Ik leg de eigenaar vooraf uit wat ik doe en waar ik op let.
Dan zet ik de elektrische vijl heel zachtjes aan.
Mijn vijl kan ik geleidelijk in snelheid opvoeren. Dus ik begin rustig, met weinig geluid. Ik hoef niet meteen het hele orkest aan te zetten.
Onder mijn vingers voel ik soms eerst wat meer spanning. Terwijl het paard aan het geluid went, blijf ik kijken en voelen. Vaak merk ik vervolgens dat de tong zachter wordt.
Als de reacties van het paard het toelaten, voer ik de snelheid rustig wat verder op.
Een beetje zoals een vliegtuig dat op toeren komt.
Alleen blijven we gewoon op stal. Niemand hoeft zijn handbagage onder de stoel te schuiven.
Het verschil kan opvallend zijn.
Onder mijn vingers voelt de tong eerst stevig en gespannen. Even later kan die veel zachter aanvoelen.
“Van een leren lap naar een plumpudding,” zeg ik weleens.
Daar kan iedereen zich iets bij voorstellen.
En als het veilig kan, laat ik de eigenaar dat verschil ook voelen. Onder mijn begeleiding, op een moment waarop dat verantwoord is.
“Voel eens. Merk je hoe zacht hij nu is?”
Dan krijg ik vaak een verbaasde blik.
“O, wat grappig. Ik wist helemaal niet dat je dat zo kon voelen.”
En vervolgens:
“Ja, inderdaad. Het is veel zachter nu.”
Dat vind ik mooi. Wat voor mij voortdurend informatie geeft, was voor de eigenaar misschien tot dat moment gewoon… een tong.
Die zat daar ergens tussen al die kiezen. Verder nooit zo bij stilgestaan.
Nu voelt diegene zelf waar ik op let.
Als ik die verandering voel en ook de andere reacties van het paard passen erbij, zeg ik vaak:
“Ja, en nu is het moment om te beginnen.”
Een zachte tong vertelt mij niet in haar eentje dat het hele paard ontspannen is. Ik blijf naar het geheel kijken.
Met een schuin oog kijk ik naar de ogen. Naar de neusgaten. Naar de houding en de bewegingen van het paard.
En af en toe kijk ik ook naar de eigenaar.
Die staat soms heel rustig naast me. Soms lijkt het alsof die zelf alvast de adem inhoudt voor de hele behandeling.
Ik leg uit wat ik voel en waarom ik even wacht. Zo begrijpt de eigenaar dat er tijdens zo’n stil moment wel degelijk iets gebeurt.
Ook al hoort die nog geen vijl en ziet die mij vooral rustig naast het paard staan.
Wanneer ik ga vijlen, blijf ik contact houden met de tong.
Mijn vingers helpen me bij het sturen van de vijl en het zorgvuldig doseren van de druk. Tegelijkertijd blijf ik veranderingen voelen.
Wordt de tong weer steviger? Trekt het paard hem terug? Voel ik ineens meer spanning dan een paar tellen geleden?
Dan onderbreek ik het vijlen en laat ik even los.
Een korte pauze. Opnieuw kijken. Opnieuw rustig contact maken.
Daarna beoordeel ik hoe we verder kunnen.
Een behandeling is dus niet één lange beweging van beginnen naar klaar. Soms zit er een pauze tussen. Soms meerdere.
Ik wil die veranderingen blijven opmerken. Ook als het daarvoor allemaal heel gemakkelijk ging.
Mijn vingers sturen de vijl, maar vertellen me ook wanneer ik even moet stoppen.
Soms voel ik al na een minuut verschil.
Soms duurt het vijf minuten.
Dan kijk ik met een knipoog naar de eigenaar:
“Tja, als ik een half uur moet wachten, dan moet ik een half uur wachten. Geduld is een schone zaak.”
Ik blijf ondertussen aandachtig kijken en voelen. Het gaat om rustig contact en reageren op het paard. Ik geef niet steeds meer druk om een reactie af te dwingen.
Ik kan me druk gaan maken over de tijd. Maar daar wordt mijn hand niet rustiger van.
En het paard ook niet.
Daar komt mijn belangrijkste regel weer om de hoek kijken:
Kalmte kan je redden.
Die zin komt in mijn werk steeds terug. Bij de kennismaking, bij het geluid van de elektrische vijl en tijdens het behandelen zelf.
Rust en beleid. Goed opletten. De tijd nemen die op dat moment nodig is.
Het grappige is dat een behandeling daarna soms heel gemakkelijk verloopt.
Ik heb de tijd genomen voor de kennismaking. Het paard blijft prettig reageren. Ik kan zorgvuldig werken en ben soms eerder klaar dan de eigenaar verwachtte.
Dat vind ik mooi aan mijn werk: aandacht voor kleine veranderingen kan veel betekenen voor hoe een behandeling verloopt.
De tong speelt daarin voor mij een grote rol. Mijn vingers kunnen er voortdurend iets opmerken. Samen met wat ik aan de rest van het paard zie, helpt dat me mijn volgende stap te bepalen.
En de eigenaar? Die kijkt voortaan misschien toch iets anders naar die tong.
Zeker nadat die zelf het verschil heeft gevoeld.
“Voel eens,” zeg ik dan.
“Nu is hij een plumpudding.”
Wanneer ik begin, hangt af van wat ik voel en zie. En soms betekent goed behandelen dus gewoon: nog even wachten.
Kalmte kan je redden.
Lees je mijn blogs graag? Voeg mijn website toe als voorkeursbron in Google.