Er mist een kies. En nu?
Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Techniek
Gisteren stond ik bij een paard dat vier grote kiezen miste.
Vier lege plekken. Daar kun je als eigenaar behoorlijk van schrikken. Je hoort ‘vier kiezen minder’ en in je hoofd staat de voerbak misschien al vol vraagtekens. Want hoe moet een paard dan nog zijn hooi eten? Kan hij nog wel malen? Moet straks alles in een emmer slobber?
Ik begrijp die vragen. Je wilt dat je paard prettig kan eten, en een ontbrekende kies klinkt al snel als een ontbrekend onderdeel van iets wat juist iedere dag moet werken.
Daarom maak ik het graag eerst een beetje overzichtelijk.
Er staan er gelukkig meer
Normaal gesproken heeft een paard zes grote kiezen per rij: zes boven en zes onder aan de rechterkant, en hetzelfde aan de linkerkant. Vier rijen, samen vierentwintig grote kiezen.
Ontbreekt er één in een rij, dan staan er daar nog vijf.
Zo leg ik het graag uit aan een eigenaar. Zes min één is vijf. Voor dat stukje heb ik mijn opleiding gelukkig niet nodig.
Maar ik snap de zorg achter de vraag. Daarom maak ik het graag begrijpelijk: er is een kies weg, maar daarmee is niet meteen het hele maalwerk verdwenen.
Alleen zijn we daarmee nog niet klaar. Vijf kiezen die goed samenwerken, vertellen een ander verhaal dan vijf kiezen waarvan er enkele losstaan, pijnlijk zijn of nauwelijks meer een bruikbaar maaloppervlak hebben.
En vier ontbrekende kiezen naast elkaar geven een andere situatie dan vier ontbrekende kiezen verspreid door de mond.
Ik tel dus wel. Maar daarna wil ik vooral weten: wat kan dit gebit nog?
De kies ertegenover mist ook iets
Bij het paard van gisteren zag ik wat er kan gebeuren wanneer een kies ontbreekt. Een kies in de bovenkaak stak verder uit, richting de lege plek eronder.
Tijdens het kauwen slijten boven- en onderkiezen tegen elkaar. Tegelijk komen de kiezen geleidelijk verder in de mond. Ontbreekt op een plek het tegenoverliggende maaloppervlak, dan valt daar een deel van de normale slijtage weg.
Dat deel van de kies kan daardoor steeds verder boven het overige maalvlak gaan uitsteken. We noemen dat een overgroei.
De lege plek blijft dus niet automatisch een onschuldige lege plek. Wat ertegenover staat, vraagt óók aandacht.
De bovenste kies kan er niets aan doen dat zijn tegenstander verdwenen is. Maar hij houdt uit beleefdheid ook niet vanzelf op met verder doorbreken.
Daar moeten wij dus af en toe even naar kijken.
Kauwen vraagt bewegingsruimte
Een paard kauwt met bewegingen van de onderkaak. De kiezen moeten daarbij langs elkaar kunnen bewegen om het voer te verkleinen.
Een uitstekende kies kan die beweging gaan belemmeren. Afhankelijk van de plek en de omvang kan ook de ruimte om de kaak naar voren en naar achteren te bewegen worden beperkt.
Daarom kijk ik naar het contact tussen de kiezen en naar de beweging van de kaak. Ik wil begrijpen of een overgroei het paard daadwerkelijk in de weg zit en wat een verantwoorde correctie is.
Mijn doel is dat het overgebleven gebit zo goed mogelijk kan samenwerken. Een ontbrekende kies kan ik niet terugvijlen. De omstandigheden voor de andere kiezen kunnen we wel blijven beoordelen en waar nodig verbeteren.
Soms zie ik zo’n paard liever wat eerder terug
Juist bij ontbrekende kiezen vind ik vervolgcontroles belangrijk.
Soms adviseer ik een jaarlijkse controle. Soms wil ik het paard na een halfjaar terugzien, of eerder als de bevindingen daar aanleiding toe geven. Dat hangt onder andere af van de ontbrekende kiezen, de slijtage en wat ik tijdens het onderzoek aantref.
Een behandeling zet de tijd niet stil. Na mijn vertrek eet het paard verder en verandert het gebit verder mee. Mijn advies geldt dus ook nadat mijn auto de straat uit is.
Een volgende controle hoort bij de zorg voor dit gebit. Dan kan ik beoordelen hoeveel er veranderd is en of er opnieuw iets nodig is.
Ik leg daarom uit wat ik wil volgen en waarom ik een bepaalde controletermijn voorstel. Dat neem ik ook mee in het gebitsrapport, zodat de eigenaar het thuis nog eens kan teruglezen.
We wachten liever niet tot een uitstekende kies het kauwen duidelijk belemmert.
En kan hij nog gewoon hooi eten?
Dat beoordeel je per paard.
Een ontbrekende kies betekent niet automatisch dat hooi eten voorbij is. Maar hoeveel kiezen er nog staan, is ook geen garantie dat het voer goed verwerkt wordt.
Ik vraag daarom wat de eigenaar merkt. Eet het paard trager? Vallen er gekauwde plukken hooi uit zijn mond? Laat hij bepaald voer liggen? Verandert zijn conditie?
Die informatie hoort bij het onderzoek. Soms kan het paard met een passend verzorgd gebit zijn gebruikelijke voer blijven eten. Soms is aangepaste voeding nodig. Zeker wanneer meerdere kiezen ontbreken of het resterende gebit sterk versleten is.
Goede gebitszorg en passende voeding moeten dan samen het werk doen. Een mooi verzorgde mond heeft tenslotte weinig aan een maaltijd die hij nog steeds niet kan verwerken.
Een kies minder. Aandacht voor de rest.
Ik houd het gesprek graag luchtig. Een eigenaar hoeft niet bij iedere ontbrekende kies meteen het ergste te bedenken.
Tegelijk wil ik eerlijk vertellen waar we op moeten letten. Bij dat paard van gisteren ging het niet alleen om de vier kiezen die er niet meer waren. Het ging vooral om de kiezen die er nog wél stonden, en om de ruimte die zij nodig hadden om hun werk te doen.
Vier kiezen minder. Dat was bij het paard van gisteren het begin van het verhaal. Wat de andere kiezen deden, was minstens zo belangrijk.
Daar kijk ik graag naar. En daarover vertel ik graag aan de eigenaar, zodat die begrijpt wat we kunnen doen en wat we willen blijven volgen.
Want uiteindelijk gaat het om iets heel gewoons: een paard dat zijn maaltijd zo comfortabel mogelijk kan verwerken.
Daar hoeft hij geen compleet gebit voor te kunnen laten zien. Wel een gebit waarmee hij uit de voeten kan. En als dat extra aandacht vraagt, kijken we gewoon wat hij nodig heeft.