Kornage: als een paard hoorbaar ademhaalt
Geschreven door Marnix Brandes · Paardentandarts · Techniek
Over een opvallend geluid, een lange zenuw en een luchtweg die tijdens inspanning niet helemaal vrij blijft.
Sommige paarden hoor je al voordat je ze ziet.
Ergens achter in de baan komt een paard in galop aan. De hoefslagen worden steeds duidelijker, maar daartussen klinkt nog iets anders. Een fluitend, brommend of soms bijna zagend geluid dat bij iedere ademhaling terugkomt.
Langs de kant wordt al snel gezegd: “Die heeft kornage.”
En vaak klopt dat ook. Maar het geluid dat wij horen, is alleen het eindresultaat. Ergens in het strottenhoofd gebeurt iets waardoor de lucht niet meer zo vrij naar binnen kan stromen als de bedoeling is.
Dat maakt kornage interessant. Want het begint bij een zenuw die zijn werk niet goed meer doet, vervolgens beweegt een stukje kraakbeen onvoldoende mee en uiteindelijk horen wij een paard dat tijdens inspanning steeds nadrukkelijker aanwezig is.
Een heel verhaal, verpakt in één geluid.
Om te begrijpen wat we precies horen, moeten we dit keer iets verder kijken dan de kiezen. We gaan via de keel naar het strottenhoofd: een relatief klein gebied met een behoorlijk belangrijke taak. Een paard kan nog zulke sterke benen hebben, maar als er onvoldoende lucht doorheen kan, wordt presteren vanzelf een ander verhaal.
De toegangsdeur naar de luchtwegen
Het strottenhoofd kun je een beetje vergelijken met een toegangsdeur naar de luchtpijp. Tijdens het ademhalen moet die deur voldoende geopend zijn, zodat de lucht zonder al te veel weerstand naar binnen en naar buiten kan.
In het strottenhoofd bevinden zich onder andere twee bekerkraakbeentjes. Die helpen de opening naar de luchtpijp vrij te maken. Tijdens het inademen bewegen ze opzij, zodat er meer ruimte ontstaat voor de luchtstroom.
Dat gaat normaal gesproken vanzelf. Een paard denkt daar niet over na en wij meestal ook niet. Pas wanneer één kant onvoldoende opent, merken we dat er iets gebeurt.
Bij kornage is meestal de linkerzijde aangedaan. Het linker bekerkraakbeentje wordt dan niet meer krachtig genoeg opzij getrokken. Het blijft gedeeltelijk in de luchtweg hangen of kan tijdens zware inspanning zelfs verder naar binnen worden gezogen.
De doorgang wordt smaller, de luchtstroom wordt onrustiger en er ontstaat geluid.
Dus nee: het zijn niet simpelweg “de longen die piepen”. Het geluid ontstaat veel hoger, in de bovenste luchtwegen.
Een zenuw met een flinke omweg
De spieren die het strottenhoofd openen, worden aangestuurd door een zenuw. Deze zogenoemde terugkerende strottenhoofdzenuw heeft bij het paard een opvallend lange route.
Hij loopt niet rechtstreeks vanuit het hoofd naar het strottenhoofd, maar maakt eerst een flinke omweg naar beneden en komt daarna weer terug naar boven. Vooral aan de linkerkant is die route bijzonder lang.
Je zou bijna zeggen dat de bedenker van het paardenlichaam de bewegwijzering die dag niet helemaal op orde had.
Wanneer de zenuw minder goed gaat functioneren, worden de spieren die het bekerkraakbeentje openen zwakker. Uiteindelijk kan die spiermassa gedeeltelijk verdwijnen. Het kraakbeen zelf is dan niet ineens kapot; de aansturing ervan werkt niet meer zoals het hoort.
Waarom dit bij het ene paard wel gebeurt en bij het andere niet, is niet altijd precies vast te stellen. De lengte van de zenuw en erfelijke aanleg kunnen een rol spelen, maar vaak is er niet één duidelijke oorzaak aan te wijzen.
Waarom hoor je het vooral tijdens inspanning?
Een paard in rust heeft veel minder lucht nodig dan een paard in galop. Zodra de inspanning toeneemt, moeten er in korte tijd enorme hoeveelheden lucht door de neus, keel en luchtpijp worden verplaatst.
Een paard kan bovendien niet, zoals wij, besluiten om bij zware inspanning even door de mond te gaan ademen. De lucht moet via de neus en de bovenste luchtwegen naar binnen.
Wanneer de opening in het strottenhoofd iets smaller is, hoeft dat tijdens rust nauwelijks op te vallen. Bij flinke inspanning verandert dat. De lucht wordt met veel meer kracht naar binnen gezogen en moet zich door een beperktere ruimte persen.
Dan ontstaat het bekende geluid.
Soms is het een licht fluitende toon. Soms klinkt het als schuren, zagen of brommen. En soms komt er een compleet blaasorkest voorbij waarvan je je afvraagt waar de rest van de fanfare gebleven is.
Veel geluid betekent niet automatisch veel beperking
Hier ontstaat een belangrijk misverstand. Een paard dat duidelijk hoorbaar is, hoeft niet automatisch ernstig beperkt te zijn. Andersom kun je aan het volume van het geluid ook niet precies aflezen hoeveel hinder het paard ervaart.
Het geluid vertelt dat de luchtstroom niet volledig normaal verloopt. Het vertelt niet het hele verhaal.
De invloed hangt onder andere af van de ernst van de afwijking, de inspanning die van het paard wordt gevraagd en het gebruiksdoel. Een recreatiepaard dat voornamelijk buitenritten in een rustig tempo maakt, wordt anders belast dan een renpaard, eventingpaard of springpaard dat op hoog niveau maximale inspanning moet leveren.
Bij het ene paard blijft het vooral een opvallend geluid. Een ander paard kan eerder vermoeid raken, minder uithoudingsvermogen tonen of moeite krijgen wanneer de intensiteit omhooggaat.
Daarom is alleen luisteren niet voldoende om de ernst te beoordelen.
Niet ieder ademgeluid is kornage
Ook dit is belangrijk: niet ieder paard dat tijdens het werk geluid maakt, heeft automatisch kornage.
Er zijn meerdere afwijkingen in de keel en de bovenste luchtwegen die tijdens inspanning een hoorbaar geluid kunnen veroorzaken. Sommige problemen zijn in rust zichtbaar, andere komen pas tevoorschijn wanneer het paard hard moet werken.
Een diagnose stellen vanaf de kant van de rijbaan blijft daarom riskant. Het kan een eerste aanwijzing zijn, maar een aanwijzing is nog geen diagnose.
Of, zoals ik bij het gebit ook vaak zeg: horen, kijken en voelen geven informatie, maar daarna moet je nog steeds begrijpen wát je hoort, ziet of voelt.
Hoe wordt kornage onderzocht?
Wanneer er een vermoeden van kornage bestaat, is verder onderzoek door een dierenarts nodig. Met een endoscoop kan het strottenhoofd van binnen worden bekeken. Daarbij wordt beoordeeld of beide zijden voldoende bewegen en of de luchtweg goed wordt geopend.
Soms geeft een onderzoek in rust al voldoende informatie. In andere gevallen wordt het probleem pas duidelijk tijdens inspanning. Dan kan een dynamische endoscopie nodig zijn, waarbij het strottenhoofd wordt bekeken terwijl het paard daadwerkelijk wordt belast.
Dat is logisch. Een deur die in stilstand nog redelijk open blijft, kan zich onder sterke luchtdruk ineens heel anders gedragen.
Afhankelijk van de ernst, het gebruiksdoel en de klachten kan een dierenarts bespreken of behandeling nodig of zinvol is. Niet ieder paard met kornage hoeft automatisch geopereerd te worden. Ook hier geldt: niet alleen de afwijking, maar vooral het functioneren van het individuele paard moet worden beoordeeld.
Wat betekent kornage voor de waarde van een paard?
Als paardentaxateur kijk ik niet alleen naar wat een paard vandaag laat zien. Ik kijk ook naar het beoogde gebruik, de gezondheid, het prestatieniveau, de risico’s en de verkoopbaarheid.
Kornage kan daarbij een rol spelen, maar er bestaat geen eenvoudige rekensom waarbij één hoorbaar geluid automatisch een vast bedrag van de waarde afhaalt.
De juiste vragen zijn veel belangrijker:
- Hoe ernstig is de afwijking?
- Ondervindt het paard aantoonbaar hinder?
- Voor welk gebruiksdoel wordt het paard gekocht?
- Op welk niveau moet het paard presteren?
- Is er aanvullend onderzoek verricht?
- Heeft het paard een behandeling of operatie ondergaan?
- En hoe functioneert het paard daarna?
Een paard kan voor de ene koper en het ene gebruiksdoel prima geschikt zijn, terwijl dezelfde bevinding voor een andere koper zwaar weegt.
Een rustig recreatiepaard en een paard dat op topsportniveau maximale prestaties moet leveren, kun je nu eenmaal niet langs exact dezelfde meetlat leggen. Taxeren is daarom niet alleen een afwijking benoemen. Het is vooral begrijpen wat die afwijking in deze situatie, bij dit paard en voor deze toekomstige eigenaar betekent.
Verder kijken dan de kiezen
Waarom schrijf ik als paardentandarts over kornage?
Omdat een paardenhoofd niet bestaat uit een aantal losse vakjes.
De kiezen zitten niet op een eiland. Rondom de mond bevinden zich de tong, kaakgewrichten, speekselklieren, neusbijholten, luchtzakken, keel, zenuwen, oren en luchtwegen. Alles ligt dicht bij elkaar en veel structuren werken voortdurend samen.
Dat betekent niet dat alles tandheelkunde is. Kornage wordt onderzocht en behandeld door een dierenarts. Maar het betekent wel dat kennis van het hele gebied helpt om beter te kijken, beter te luisteren en verbanden eerder te herkennen.
Voor mij gaat paardentandheelkunde daarom over meer dan alleen een scherpe rand verwijderen. Het gaat over kiezen, kaken en kauwen — maar ook over begrijpen wat zich daaromheen afspeelt.
Soms vertelt een wang iets. Soms vertelt de manier van kauwen iets. En soms hoor je een paard al aankomen voordat je het überhaupt hebt gezien.
Je moet alleen weten waarnaar je luistert.