blog 27

Waarom kauwt mijn paard anders na een gebitsbehandeling?

Soms krijg ik een dag na een behandeling een berichtje van een eigenaar: “Marnix, hij kauwt ineens anders.” Of: “Hij maakt opeens wat proppen.” En eerlijk gezegd snap ik heel goed dat iemand daar even van schrikt. Je laat tenslotte het gebit van je paard behandelen omdat je wilt dat hij daarna comfortabeler kan eten, en dan staat hij de volgende dag ineens wat onhandig met zijn hooi te hannesen. Dat voelt een beetje alsof je je auto naar de garage brengt omdat hij naar rechts trekt en hij daarna ineens naar links begint te sturen. Niet helemaal de bedoeling, zou je denken.

Toch hoeft anders kauwen na een gebitsbehandeling niet meteen te betekenen dat er iets fout is gegaan. Soms is er juist iets heel logisch aan de hand: het paard moet opnieuw ontdekken hoe zijn gebit nu functioneert.

Een paard is namelijk ongelooflijk goed in aanpassen. Wanneer er langere tijd ergens in het gebit iets niet prettig zit, stopt hij meestal niet direct met eten. Misschien is er een kies wat te hoog, zit er een scherpe rand, is één zijde gevoeliger of kan de onderkaak niet helemaal vrij bewegen. Het paard zoekt dan simpelweg een manier waarop het toch lukt. Hij gaat net iets anders malen, gebruikt de ene kant wat meer dan de andere of verandert ongemerkt de beweging van zijn kaak. Als zo’n patroon lang genoeg bestaat, wordt dat voor het paard gewoon zijn normale manier van eten.

Dat is het bijzondere: wat ooit begon als compensatie, kan na verloop van tijd zo vertrouwd worden dat het paard zelf helemaal niet meer “weet” dat hij om iets heen werkt. Zo doet hij het nu eenmaal.

Totdat ik langskom en daar iets aan verander.

Tijdens een behandeling probeer ik het gebit zo functioneel mogelijk in balans te brengen. Ik corrigeer alleen wat nodig is en probeer ervoor te zorgen dat de kiezen weer beter samenwerken en de onderkaak zo vrij mogelijk kan bewegen. Maar zodra je zo’n afwijking corrigeert, verandert er voor het paard natuurlijk wel iets. De plek waar hij misschien al maanden omheen werkte voelt anders, het contact tussen de kiezen verandert en de beweging die hij zichzelf heeft aangeleerd past ineens niet meer helemaal bij de nieuwe situatie.

Dat betekent niet dat een paard opnieuw moet leren eten, maar soms moet hij wel even ontdekken welke beweging nu weer prettig voelt.

Ik vergelijk het graag met iemand die lange tijd met een steentje in zijn schoen heeft gelopen. In het begin voel je dat steentje bij iedere stap, maar als je er lang genoeg mee doorloopt, ga je ongemerkt anders lopen. Je zet je voet iets schever neer, belast je andere been meer en past je hele beweging een beetje aan. Op het moment dat iemand dat steentje eindelijk uit je schoen haalt, is het probleem weg, maar je lichaam loopt niet automatisch vanaf de eerste stap weer precies zoals daarvoor. Je hebt jezelf ondertussen een patroon aangeleerd.

Bij een paardengebit kan dat net zo werken.

Ik zeg daarom na een behandeling weleens met een knipoog tegen een eigenaar: “Ik kan het niet beloven, maar het zou zomaar kunnen dat je paard vanaf nu ineens proppen gaat maken.”

Dan zie je soms meteen zo’n blik van: pardon?

Nee, niet omdat ik het gebit verkeerd heb behandeld. Juist omdat er iets veranderd is. Een paard dat langere tijd op een bepaalde manier heeft moeten malen, krijgt na de behandeling ineens een andere situatie in zijn mond. De kiezen raken elkaar anders, de kaak kan soms weer vrijer bewegen en het paard moet zijn oude patroon daarop aanpassen.

Daarom zie ik soms dat een paard na een behandeling de eerste tijd wat anders met zijn voer omgaat. Hij pakt zijn hooi misschien anders op, maalt wat voorzichtiger of laat af en toe een pluk weer uit zijn mond vallen. Soms lijkt het bijna alsof hij even aan het uitproberen is wat er met zijn kaak mogelijk is. Dat vind ik eerlijk gezegd vaak heel interessant om te zien, omdat je op zo’n moment letterlijk merkt hoeveel een paard zich vóór de behandeling al had aangepast.

Voor een eigenaar is dat natuurlijk minder interessant wanneer hij naast de voerbak staat en denkt: zo, dit had ik niet besteld.

Daarom vind ik uitleg daarover belangrijk. Niet om alles wat na een behandeling gebeurt weg te wuiven met “hij moet even wennen”, want zo simpel ligt het natuurlijk ook weer niet. Een paard dat even anders maalt of een korte periode moet zoeken naar een prettige beweging is iets anders dan een paard dat duidelijk pijn heeft, nauwelijks wil eten of langdurig proppen blijft maken. Wanneer een paard veel voer blijft verliezen, zichtbaar ongemak heeft of het eten echt niet goed gaat, wil ik dat weten. Dan kijk ik liever nog een keer dan dat we op afstand besluiten dat het vast wel overgaat.

Geruststellen vind ik prima. Wegwuiven niet.

Gelukkig zie je in de praktijk vaak dat de beweging na verloop van tijd vanzelf weer vloeiender wordt. Het paard krijgt vertrouwen in de nieuwe situatie, ontdekt dat hij niet meer om diezelfde plek heen hoeft te werken en gaat zijn kaak weer vrijer gebruiken. Soms merk je dan pas hoeveel moeite hij vóór de behandeling eigenlijk heeft gedaan om comfortabel te kunnen blijven eten.

Dat vind ik één van de fascinerende dingen aan paarden. Ze zijn ontzettend goed in het vinden van oplossingen zonder dat wij daar iets van merken. Wij zien een paard bij de voerbak staan en denken: hij eet toch gewoon? Het paard zelf heeft misschien al maanden zijn hele maalbeweging aangepast om één vervelende plek te ontzien.

Na een behandeling verandert die route ineens.

De omweg die hij zichzelf heeft aangeleerd is niet meer nodig, maar het duurt soms even voordat hij dat zelf ook ontdekt.

En precies daarom kijk ik tijdens een behandeling niet alleen naar wat ik technisch kan corrigeren. Ik wil niet zoveel mogelijk wegvijlen en ik hoef een gebit ook niet zo glad te maken dat het eruitziet alsof het in een showroom hoort. Mijn doel is dat de mond functioneert. Dat de kiezen hun werk kunnen doen en dat de onderkaak voldoende ruimte heeft om vrij te bewegen.

Daarom behandel ik wat nodig is en laat ik vooral met rust wat goed is.

Want uiteindelijk stopt een gebitsbehandeling niet helemaal op het moment dat mijn vijlen uit de mond gaan. Dan ben ík klaar met mijn deel, maar het paard moet daarna zelf nog ontdekken wat er veranderd is. Soms gaat dat onmiddellijk en eet hij na de behandeling alsof er nooit iets aan de hand is geweest. Soms heeft hij daar wat meer tijd voor nodig.

En als alles uiteindelijk weer klopt, gebeurt er eigenlijk iets heel onopvallends.

Het paard denkt er niet meer over na.

Hij hoeft niets meer te ontwijken, geen andere kant extra te gebruiken en geen slimme omweg meer te verzinnen om zijn voer klein te krijgen.

Hij gaat gewoon weer eten.

En misschien is dat wel het mooiste resultaat van een goede behandeling: dat het paard uiteindelijk niets bijzonders meer hoeft te doen.

;