Ja, ik praat veel.
Ik hoor het weleens van klanten.
Meestal aan het einde van een behandeling, wanneer ik vraag: “Vonden jullie het een beetje leerzaam?”
Dan krijg ik soms zo’n reactie waarbij ik al een beetje voel dat er iets aankomt.
“Ja, absoluut. We zijn super positief. En het klopt wel wat mensen over je zeggen.”
Dan denk ik natuurlijk: o jee, daar gaan we. Nu komt het.
En dan zeggen ze lachend: “Je praat veel.”
Gelukkig komt daar bijna altijd meteen achteraan: “Niet negatief hoor. Juist niet. Het was hartstikke leerzaam. We hebben veel gehoord en veel geleerd. Erg fijn.”
Nou, dan kan ik er zelf ook wel om lachen. Want eerlijk is eerlijk: het klopt. Ik praat veel tijdens mijn werk.
Maar ik praat niet zomaar.
Ik praat niet omdat ik de stilte niet aankan. Ik praat niet omdat ik mezelf zo graag hoor, al zullen sommige mensen daar misschien anders over denken. En ik praat ook niet omdat ik van een gebitsbehandeling een avondvullende theatervoorstelling wil maken. Al moet ik toegeven: sommige behandelingen hebben qua spanning, emotie en onverwachte wendingen best wat weg van een goede voorstelling.
Maar daar gaat het niet om.
Ik praat omdat het onderdeel is van mijn manier van werken.
Tijdens een gebitsbehandeling gebeurt er namelijk veel. Voor de eigenaar is het vaak interessant, soms spannend en soms ook best confronterend. Je ziet ineens wat er in de mond van je paard gebeurt. Je hoort uitleg over kiezen, haken, scherpe randen, kauwbeweging, balans, diastasen of slijtage. Dingen waar je misschien nooit zo bij stil hebt gestaan, omdat je paard aan de buitenkant “gewoon eet”.
Maar voor het paard gebeurt er nog veel meer. Er staat iemand dicht bij zijn hoofd. Er wordt in de mond gekeken. Er komt een mondspreider aan te pas. Er zijn geluiden, bewegingen, aanrakingen, druk, geur en soms spanning. Voor ons is het werk. Voor het paard is het iets wat hij moet toelaten.
En juist daarom vind ik rust zo belangrijk.
Die rust zit niet alleen in mijn handen. Die zit ook in mijn houding, mijn tempo, mijn ademhaling en mijn stem.
Mijn stem is soms net zo belangrijk als mijn vijl.
Dat klinkt misschien wat overdreven, maar in de praktijk voelt het wel zo. Ik gebruik mijn stem eigenlijk op meerdere manieren tegelijk. Aan de ene kant leg ik de eigenaar uit wat ik zie, voel en doe. Aan de andere kant ben ik met mijn stem ook voortdurend bezig met het paard.
Soms doe ik dat bewust. Maar heel vaak gebeurt het vanzelf.
Bij een gevoelig paard ga ik automatisch zachter praten. Bij een gespannen paard zakt mijn stem. Bij een paard dat snel reageert, wordt mijn tempo trager. Dat is niet iets waar ik van tevoren een groot plan voor maak. Ik sta niet ’s ochtends naast mijn bus te denken: vandaag ga ik eens drie octaven lager praten bij paard nummer vier. Zo werkt het natuurlijk niet.
Het gebeurt omdat ik me afstem op wat er voor mij staat.
Een paard luistert niet alleen naar woorden. Sterker nog, het paard heeft waarschijnlijk geen flauw idee dat ik net sta uit te leggen wat een haak op een kies doet. Maar een paard voelt wel energie. Een paard voelt spanning. Een paard merkt tempo. Een paard reageert op stemhoogte, ademhaling, beweging en intentie.
Een gehaaste, hoge of drukke stem kan onrust brengen. Een rustige, lage en gelijkmatige stem kan juist helpen om de spanning wat uit de situatie te halen. Niet altijd. Het is geen afstandsbediening. Was het maar zo makkelijk. Maar vaak merk je wel dat de sfeer verandert wanneer ik rustig blijf praten.
De eigenaar wordt rustiger. Het paard voelt dat. Ik blijf zelf in mijn ritme. En de behandeling krijgt minder het gevoel van: nu moet er iets gebeuren. Het wordt meer: we doen dit stap voor stap.
Dat past bij hoe ik wil werken.
Ik wil niet over een paard heen werken. Ik wil met een paard werken. Dat betekent dat ik tijdens de behandeling continu kijk wat een paard aangeeft. Wordt hij strakker? Houdt hij zijn adem vast? Wil hij weg? Zakt het hoofd juist wat? Komt er ontspanning in het oog? Gaat een oor naar mij toe? Verandert de spanning in de kaak? Kan hij weer even zakken in zijn lijf?
Terwijl ik praat, ben ik dus niet minder aan het opletten.
Integendeel.
Terwijl ik uitleg geef aan de eigenaar, luister ik tegelijk naar het paard.
Dat is misschien wel de kern. Mijn praten is geen afleiding van het werk. Het is onderdeel van het werk.
Ik vertel vaak wat ik zie, omdat ik vind dat een eigenaar daar recht op heeft. Je vertrouwt je paard aan mij toe. Dan vind ik het normaal dat je begrijpt wat er gebeurt. Een paardenmond is voor veel mensen een soort onbekend gebied. Aan de buitenkant zie je een paard dat eet, drinkt, misschien wat proppen maakt of soms wat knoeit, maar wat er echt tussen die kiezen gebeurt, is lastig voor te stellen.
Als ik dan uitleg wat ik voel, wat ik zie en waarom iets belangrijk is, wordt een behandeling ineens veel begrijpelijker.
Dan is het niet alleen: de tandarts is geweest en de kiezen zijn gedaan.
Dan wordt het: nu begrijp ik waarom mijn paard anders kauwde. Nu snap ik waarom hij hooi liet vallen. Nu zie ik waarom die kaakbeweging belangrijk is. Nu begrijp ik waarom een scherpe rand, een haak of een pijnlijke plek zoveel invloed kan hebben.
Dat vind ik belangrijk.
Voor mij is een behandeling vaak ook een soort mini-masterclass. Niet omdat ik per se met een schoolbord onder mijn arm het erf op kom rijden, maar omdat de praktijk het mooiste moment is om dingen uit te leggen. Het paard staat erbij. De eigenaar ziet het gebeuren. Ik kan meteen aanwijzen, laten voelen, laten meekijken en vertalen wat het paard laat zien.
Veel mensen vinden dat juist fijn. Ik hoor regelmatig: “Ik wist niet dat er zoveel bij kwam kijken.” Of: “Ik heb nog nooit zo’n uitleg gehad.” Of: “Nu snap ik eindelijk waarom dit belangrijk is.”
Dat zijn voor mij mooie reacties. Want dan is er meer gebeurd dan alleen een behandeling. Dan heeft iemand iets geleerd waardoor hij of zij de volgende keer beter naar het eigen paard kijkt.
En dat is precies wat ik graag wil.
Ik wil mensen leren kijken.
Niet alleen naar de mond, maar naar het hele paard. Naar eetgedrag, lichaamstaal, spanning, kauwbeweging, houding, conditie en kleine veranderingen. Want paarden vertellen vaak heel veel, alleen niet met woorden.
Misschien praat ik daarom wel zoveel.
Omdat paarden zelf niet kunnen uitleggen waar het zit.
Een paard zegt niet: “Marnix, ik heb rechtsachter een gevoelig plekje en daarom kauw ik al drie maanden vooral links.” Dat zou handig zijn, maar helaas. Een paard zegt ook niet: “Er blijft voer tussen mijn kiezen zitten.” Of: “Ik eet mijn brok nog wel, maar dat hooi krijg ik eigenlijk niet meer goed weg.”
Een paard laat signalen zien. Soms duidelijk, soms bijna verstopt. En mijn taak is om die signalen te vertalen.
Daarom praat ik.
Ik vertel wat het paard niet kan zeggen. Ik neem de eigenaar mee in wat ik zie. Ik probeer spanning uit de situatie te halen. Ik stel het paard gerust. Ik houd mijn eigen tempo rustig. En ik maak van een behandeling, als het even kan, ook een leermoment.
En heel eerlijk: soms praat ik ook gewoon omdat ik enthousiast ben over mijn vak.
Dat mag ook gezegd worden.
Ik vind paardengebitten interessant. Ik vind kauwbeweging interessant. Ik vind gedrag interessant. Ik vind het prachtig om te zien hoe een paard verandert wanneer spanning afneemt. Ik vind het mooi als een eigenaar ineens begrijpt wat er in de mond gebeurt. En ik vind het waardevol wanneer mensen na een behandeling niet alleen een paard hebben dat geholpen is, maar ook zelf met meer kennis achterblijven.
Dat enthousiasme hoor je waarschijnlijk terug.
Natuurlijk probeer ik ook aan te voelen wanneer het genoeg is. Niet iedereen zit te wachten op een complete lezing van drie kwartier terwijl ze eigenlijk alleen vroegen of hun paard weer aan het hooi mag. Soms moet het kort, rustig en praktisch. Maar vaak ontstaat het vanzelf. Iemand stelt een vraag. Ik leg iets uit. Het paard reageert. Ik vertel wat ik zie. En voor je het weet staan we samen te kijken, te leren en te begrijpen.
Dat vind ik één van de mooiste kanten van mijn werk.
Een behandeling is voor mij nooit alleen techniek. Het is contact. Met het paard én met de eigenaar.
Daarom werk ik graag rustig. Ik neem de tijd om te kijken voordat ik begin. Hoe staat het paard erbij? Hoe reageert hij op aanraking? Hoe draagt hij zijn hoofd? Waar zit spanning? Wat gebeurt er als ik dichterbij kom? Hoe reageert hij op mijn handen, mijn stem, mijn tempo?
Tijdens de behandeling blijf ik dat doen. Mijn stem helpt mij daarbij. Het houdt de sfeer zacht, voorspelbaar en duidelijk. Of beter gezegd: paardvriendelijk.
Want een paard voelt het verschil tussen haast en rust. Tussen moeten en mogen. Tussen druk en duidelijkheid. Tussen iemand die alleen een handeling uitvoert en iemand die werkelijk aanwezig is.
Mijn stem hoort daarbij.
Soms merk ik dat een paard rustiger wordt wanneer ik lager praat. Soms zie ik dat een eigenaar ontspant wanneer ik rustig uitleg wat er gebeurt. Soms voel je dat de hele situatie zachter wordt wanneer er geen haast is, maar gewoon aandacht.
Dat is niet zweverig. Dat is praktijk.
Rust is besmettelijk.
Spanning trouwens ook, maar die probeer ik liever niet mee te nemen in mijn gereedschapskist.
Dus ja, het klopt.
Ik praat veel.
Maar meestal met een reden.
Omdat ik wil dat de eigenaar begrijpt wat ik doe. Omdat ik wil dat het paard zich zo veilig mogelijk voelt. Omdat ik geloof dat uitleg zorgt voor betere zorg. Omdat ik liever samen kijk dan alleen behandel. En omdat mijn stem, net als mijn handen, onderdeel is van mijn manier van werken.
Een paardengebitsbehandeling gaat voor mij niet alleen over kiezen vijlen.
Het gaat over vertrouwen. Over rust. Over kijken. Over uitleg. Over begrijpen waarom een paard doet wat hij doet.
En als daar wat extra woorden voor nodig zijn, dan neem ik die graag voor lief.
Want soms begint rust niet met stilte.
Soms begint rust juist met een stem die zegt: rustig maar, ik zie je.