33 jaar… en nog steeds belangrijk om goed te kunnen eten
“Hij wordt toch niet meer gereden…”
Dat hoor ik misschien wel het vaakst wanneer het over oudere paarden en gebitscontroles gaat.
En eerlijk?
Ik snap ergens wel waar die gedachte vandaan komt.
Een paard van 33 loopt geen Grand Prix meer, springt geen dikke parcoursen meer en hoeft ook niet meer strak in verbinding te lopen met een duur hoofdstel en een glimmend bitje.
Maar weet je wat hij nog wél doet?
Eten.
De hele dag.
Letterlijk zijn grootste hobby.
Deze oude heer op de foto is 33 jaar oud. Drieëndertig. Dat is een leeftijd waarop sommige paarden inmiddels meer winters hebben meegemaakt dan sommige ruiters verjaardagen. En toch blijft een goed functionerend gebit op die leeftijd ontzettend belangrijk.
Sterker nog… misschien juist dán.
Want oudere paarden krijgen vaak steeds meer uitdagingen in hun mond. Kiezen slijten anders af, sommige kiezen worden losser, er ontstaan diastemen waar voer tussen blijft zitten, scherpe punten ontwikkelen zich makkelijker en het kauwmechanisme verandert langzaam mee met de rest van het lichaam.
En paarden vertellen dat niet met woorden.
Die zeggen niet:
“Hoi baas, kies 209 linksboven zit vandaag niet helemaal lekker.”
Nee.
Die blijven meestal gewoon eten. Alleen nét wat trager.
Of ze knoeien wat meer.
Of maken proppen.
Of ze staan ineens langer bij hun voerbak zonder echt goed door te eten.
Sommigen vermageren langzaam terwijl de eigenaar zegt:
“Maar hij krijgt juist méér voer dan vroeger!”
En dat klopt vaak ook. Alleen als het gebit niet meer goed werkt, wordt eten een stuk moeilijker.
Wat ik zelf altijd jammer vind, is dat ouderdom soms automatisch gekoppeld wordt aan ongemak. Alsof het “erbij hoort” dat een ouder paard moeilijk eet, magerder wordt of wat minder vrolijk oogt.
Maar oud zijn en pijn hebben zijn twee totaal verschillende dingen.
Ook een paard op leeftijd verdient comfort.
Sterker nog: als een paard zijn hele leven voor ons klaar heeft gestaan, vind ik persoonlijk dat wij juist op oudere leeftijd iets terug mogen doen. Dan draait het niet meer om prestaties. Niet meer om sport. Niet meer om prijzen of wedstrijden.
Dan draait het om levenskwaliteit.
Gewoon pijnvrij een pluk hooi kunnen eten.
Rustig kunnen kauwen.
Geen irritatie in de mond.
Geen voer dat tussen ontstoken kiezen blijft hangen.
Geen constante druk of ongemak bij iedere kauwbeweging.
En vaak zie je na een behandeling echt verschil.
Sommige paarden gaan vrijwel direct anders eten. Meer rust. Meer ontspanning. Minder geknoei. Soms kijken eigenaren me een paar weken later verbaasd aan:
“Hij lijkt wel weer jaren jonger.”
Nee… ik heb geen tijdmachine.
Maar een mond zonder pijn maakt wél verschil.
En wat ik misschien nog wel het mooiste vind aan oudere paarden… is hun karakter.
Deze oude man stond hier rustig alsof hij dacht:
“Jongen, ik heb in mijn leven al zoveel meegemaakt… doe jij je ding maar even.”
Dat zachte vertrouwen van zo’n oud paard blijft bijzonder.
33 jaar levenservaring tegenover je.
Grijze haren, een wijze blik en soms een mond waar je een complete hooibaal tussen terugvindt.
Maar ook deze oude vriend, verdient het om comfortabel oud te worden.