Afbeelding van WhatsApp op 2024 11 17 om 13.21.07 d773ce71

Wanneer ik besluit om te vertragen of te stoppen

In mijn werk wordt vaak gedacht dat vooruitgang zit in handelen. In doen. In doorgaan. In het oplossen van wat zichtbaar is. Maar juist in de momenten waarop ik besluit te vertragen — of zelfs te stoppen — gebeurt vaak het meest. Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Zeker in een wereld waarin tempo en efficiëntie vaak worden gezien als kwaliteit. Maar werken met paarden heeft me iets anders geleerd: niet elke stap vooruit vraagt om actie. Soms vraagt een paard om tijd. Vertragen betekent voor mij niet dat iets niet lukt. Het betekent dat ik zie dat het paard iets anders nodig heeft dan doorgaan.

 

Tijdens een behandeling ben ik voortdurend aan het luisteren. Niet alleen met mijn handen, maar met mijn hele aandacht. Ik let op ademhaling, spierspanning, kleine veranderingen in houding en gedrag. Soms merk ik dat een paard dat eerder ontspannen was, langzaam weer spanning opbouwt. Niet groot, niet dramatisch — maar net genoeg om serieus te nemen.

 

Dat zijn de momenten waarop ik vertraag. Ik haal mijn handen weg. Ik neem een stap terug. 

Ik geef het paard even niets om op te reageren. Niet omdat ik twijfel aan wat ik doe, maar omdat ik zie dat doorgaan op dat moment meer zou kosten dan opleveren.

 

Vertragen is geen pauze uit onzekerheid. Het is een bewuste keuze om ruimte te laten ontstaan.

 

Soms zie je dan iets heel kleins gebeuren. Een zucht. Een likbeweging. Een lichte ontspanning in de hals of kaak. Dat zijn geen toevalligheden. Dat zijn signalen dat het paard weer ruimte vindt in zichzelf. En soms gebeurt dat niet. Dan merk ik dat de spanning blijft. Dat het lichaam strak blijft, dat de adem hoog blijft, dat het paard aanwezig is maar niet meer echt kan meebewegen. In zulke gevallen stel ik mezelf één vraag: helpt doorgaan dit paard, of vraagt het paard om iets anders? Als het antwoord het laatste is, dan stop ik.

 

Stoppen is misschien wel het moeilijkste onderdeel van mijn werk. Niet omdat ik het niet wil, maar omdat stoppen ingaat tegen wat veel mensen verwachten. Er is vaak een idee dat een behandeling “af” moet. Dat alles gedaan moet worden wat gepland was. Maar een behandeling is voor mij geen lijstje. Het is een proces. Wanneer ik besluit te stoppen, betekent dat niet dat het werk mislukt is. Integendeel. Het betekent dat ik heb gezien waar de grens ligt — en die respecteer. Een paard dat over zijn grens gaat, leert niets. Een paard dat binnen zijn grens mag blijven, kan vertrouwen opbouwen.

 

Ik heb geleerd dat je met forceren misschien iets technisch kunt bereiken, maar relationeel altijd iets verliest. En juist die relatie is de basis voor duurzame verbetering. Een paard dat zich gehoord voelt, zal een volgende keer vaak verder kunnen gaan dan de keer ervoor.

 

Dat is geen toeval. Dat is het gevolg van respect. Vertragen of stoppen vraagt ook iets van mij als mens. Het vraagt dat ik mijn eigen tempo loslaat. Dat ik mijn eigen verwachtingen parkeer. Dat ik niet werk vanuit “wat moet er gebeuren”, maar vanuit “wat is hier nu nodig”.

Soms betekent dat dat ik een behandeling opsplits. Soms betekent het dat ik voorstel om een volgende keer verder te gaan. En soms betekent het dat ik op dat moment helemaal niets meer doe. Dat laatste voelt voor buitenstaanders misschien als niets. Maar voor het paard is het vaak alles.

 

Het moment waarop een paard merkt dat er geluisterd wordt, dat er niet wordt doorgeduwd, dat het tempo wordt aangepast — dat zijn de momenten waarop vertrouwen ontstaat. En vertrouwen is niet iets wat je afdwingt. Het is iets wat je krijgt. Ik geloof niet in het idee dat een paard “moet doorzetten”. Ik geloof dat een paard moet kunnen aangeven waar zijn grens ligt.

En ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om die grens te herkennen en te respecteren.

Vertragen is dus geen stap terug. Het is een investering. In rust. In veiligheid. In samenwerking.

 

Ik zie vaak dat paarden die op deze manier worden behandeld, bij volgende behandelingen veel sneller ontspanning laten zien. Niet omdat ze zijn “gewend geraakt”, maar omdat ze weten wat ze kunnen verwachten. Ze weten dat hun signalen ertoe doen.

 

Dat maakt het werk uiteindelijk lichter. Voor het paard, maar ook voor mij. Stoppen is daarom geen falen. Het is vakmanschap. Het vraagt ervaring om te weten wanneer je door kunt en wanneer niet. Maar vooral vraagt het de bereidheid om te luisteren, ook als dat betekent dat je je oorspronkelijke plan loslaat.

 

Voor mij is dat geen concessie. Het is de kern van hoe ik werk. Want echte vooruitgang ontstaat niet door altijd door te gaan. Echte vooruitgang ontstaat wanneer je weet wanneer je moet vertragen — en wanneer je durft te stoppen.

Mijn missie is eenvoudig, maar essentieel: het bevorderen van een gezonde mond en een gelukkig paard, één glimlach per keer.

 

Marnix Brandes, Paardentandarts