Afbeelding van WhatsApp op 2024 11 17 om 13.21.07 d773ce71

Wanneer ik besluit om te vertragen of te stoppen

In mijn vak wordt vooruitgang vaak gekoppeld aan handelen: doen, corrigeren, afronden.
Maar in de praktijk leveren juist de momenten waarop ik vertraag — of besluit te stoppen — vaak de beste resultaten op.

Niet elke stap vooruit vraagt om méér actie.

Tijdens een behandeling beoordeel ik continu:

  • ademhalingspatroon

  • spierspanning

  • kauwspier

  • houding van hoofd en hals

  • reactie op prikkels en instrumenten

Een paard kan aanvankelijk ontspannen lijken, maar gaandeweg spanning opbouwen. Soms subtiel:

De ademhaling wordt hoger.
De kauwspieren verharden.
De onderhals spant aan.
De kaakbeweging wordt beperkter.

Dat zijn geen details — dat zijn klinisch relevante signalen.

Op dat moment vertraag ik.

Ik neem druk weg.
Ik haal instrumenten uit de mond.
Ik geef het paard een korte reset.

Niet uit twijfel, maar omdat doorgaan onder toenemende spanning:

  • de kaakmobiliteit vermindert

  • de nauwkeurigheid van het werk beïnvloedt

  • de kans op defensieve reacties vergroot

  • de veiligheid verlaagt

Vertragen is dus geen onderbreking.
Het is een technische keuze.

Vaak zie je daarna een fysiologische ontspanningsreactie:

Een zucht.
Een lik- en kauwbeweging.
Spierontspanning rond kaak en hals.
Een zachtere blik.

Wanneer die ontspanning terugkeert, kan het werk zorgvuldig worden voortgezet.

Soms gebeurt dat niet.

De spanning blijft aanwezig.
De ademhaling blijft hoog.
Het lichaam blijft gefixeerd.
De reacties worden voorspelbaar defensief.

Dan stel ik mezelf een eenvoudige, professionele vraag:

Verbetert doorgaan nu de behandeling — of verslechtert het de situatie?

Wanneer doorgaan ten koste gaat van ontspanning, precisie of veiligheid, stop ik.

Stoppen is geen falen.
Stoppen is begrenzen vóór escalatie.

Een behandeling is voor mij geen checklist die “af” moet.
Het is een proces waarin het paard fysiek en mentaal werkbaar moet blijven.

Doorwerken voorbij de tolerantiegrens kan leiden tot:

  • verhoogde spierspanning

  • negatieve leerervaring

  • verminderde medewerking bij volgende behandelingen

  • groter risico op verzet of letsel

Opsplitsen van een behandeling is in zulke gevallen vaak de betere keuze.

Dat betekent:

  • kwaliteit boven snelheid

  • veiligheid boven planning

  • duurzaamheid boven afronding

Ik geloof niet dat een paard moet doorzetten.
Ik geloof dat een paard moet kunnen functioneren binnen zijn belastbare grens.

Het herkennen van die grens is onderdeel van vakmanschap.

Paarden die op deze manier worden behandeld, laten bij vervolgbehandelingen vaak sneller ontspanning en stabiliteit zien.
Niet omdat ze “berusten”, maar omdat eerdere ervaringen voorspelbaar en beheersbaar waren.

Dat maakt het werk:

  • technisch preciezer

  • veiliger

  • efficiënter op de lange termijn

Vertragen is dus geen stap terug.
Stoppen is geen mislukking.

Mijn doel blijft onveranderd:

Een gezonde mond en een behandeling die technisch correct, veilig en verantwoord verloopt.

Marnix Brandes
Paardentandarts