2e25c0fe 9154 4dde a94a 39a3363672d3

Waarom ‘even snel’ bij paarden bijna nooit werkt

“Het kan wel even snel toch?”

Die zin hoor ik vaker dan me lief is. Meestal gezegd met de beste bedoelingen, hoor. Vaak ook terwijl het volgende paard al klaarstaat, de koffie koud wordt en iemand nog snel roept: “Hij hoeft niet veel hoor, alleen even de achterste kiezen.” Dat zijn van die momenten waarop ik even diep ademhaal. Niet omdat ik het vervelend vind — maar omdat ik weet: hier zit al haast voordat we begonnen zijn.

Ik stond laatst op een stal waar alles strak gepland was. Acht uur het eerste paard. Kwart voor negen de volgende. Half tien nummer drie. Iedereen keurig op tijd, iedereen behulpzaam, iedereen met hetzelfde doel: vandaag lekker doorpakken. Het paard stond klaar. Braaf. Vast. Hoofd omhoog.

“Hij is zo gedaan hoor,” zei iemand. “Hij staat altijd goed.” Dat geloof ik meteen. Alleen… goed staan is niet hetzelfde als ontspannen staan. Ik zette mijn spullen neer en voelde het al. Niet aan het paard, maar aan het tempo. Alles stond nét een tandje te strak. Alsof iedereen onbewust dacht: kom op, we moeten verder. Ik keek naar het paard. Zijn ogen waren alert. Zijn ademhaling hoog. Zijn kaak strak, maar keurig binnen de lijntjes. Zo’n paard dat alles netjes toelaat — zolang het niet langer duurt dan hij aankan.

En daar zit precies het punt. Paarden hebben geen haast. Wij wel. Wat voor ons “even snel” is, voelt voor een paard vaak als: ik moet dit nú goed doen. En dat is geen fijne start. Niet voor hem, en uiteindelijk ook niet voor mij. Ik zei: “Geef me even een minuut.” Er viel een korte stilte. Niet lang. Maar lang genoeg om voelbaar te zijn. “Hij staat toch al?” zei iemand. “Ja,” zei ik. “Maar hij is er nog niet.” Op stallen waar alles goed geregeld is, hangt vaak ergens een planning. Zo’n mooi schema. Met tijden. Namen. Soms zelfs kleurtjes.

08:00 – Mira

08:45 – Storm

09:30 – Nog eentje die “maar even snel hoeft”

Iedereen heeft zich eraan gehouden. Paarden staan klaar. Halsters om. Soms zelfs al vast, “dan kan je meteen beginnen”. En ergens hoor je een stem zeggen.  “De volgende staat al hoor!” Dat is altijd goed bedoeld. Echt. Maar dat is ook precies het moment waarop een paard denkt: oh… we zijn vandaag efficiënt.

Ik zie het vaak gebeuren. Hoe strakker de planning, hoe hoger de spanning. Niet alleen bij mensen — vooral bij paarden. Want paarden lezen geen schema’s, maar ze voelen wel dat iedereen alvast een stap vooruit is. Dan krijg je dat typische beeld: een paard dat keurig stilstaat, maar eigenlijk al klaarstaat om iets te ondergaan. Niet ontspannen, maar voorbereid. Alsof hij denkt: ik ga dit netjes doen, maar maak het alsjeblieft niet te lang. En dan hoor je weer zo’n zin: “Hij kan dit hoor, hij heeft dit al vaker gedaan.” Ja. Dat klopt. En juist daarom weet ik dat ik nu moet vertragen.

Ik maak er dan vaak een grapje van. “Hoor ik iemand koffie roepen?” Of: “Het paard heeft mijn agenda nog niet gezien.” Dat werkt meestal beter dan uitleggen.

Want hoe sneller wij willen, hoe meer een paard gaat vasthouden. En hoe meer hij vasthoudt, hoe minder “even snel” er uiteindelijk gebeurt. Dat is de ironie van haast.

Ik heb stallen meegemaakt waar men dacht tijd te winnen door door te pakken… en waar we uiteindelijk juist pauzes moesten inlassen omdat het paard het tempo niet meer kon bijbenen.

En andersom: de dagen waarop we bewust rust nemen, lijken vaak vanzelf te lopen. Paarden ontspannen sneller. Behandelingen gaan soepeler. En aan het eind van de dag is iedereen verbaasd dat we tóch gewoon op schema zijn gebleven.

Alsof het paard dacht: oké, als jullie rustig zijn, dan doe ik ook mee. Aan het eind van zo’n dag kijk ik soms op de klok en denk: hé… we lopen eigenlijk gewoon op tijd. Dat is altijd een leuk moment. Vooral omdat niemand het verwacht. Niet de stalhouder. Niet de eigenaren. En zeker niet degene die ’s ochtends nog zei: “Als we een beetje doorpakken, redden we het misschien net.”

Het grappige is namelijk: hoe minder aandacht ik aan de klok besteed, hoe beter het vaak loopt.

Paarden hebben geen idee of het 08:47 of 09:12 is. Die voelen alleen of er rust is — of haast. En ja, ik snap het. Iedereen heeft een agenda. Iedereen heeft plannen. En ergens in elke stal hangt altijd wel een klok die nét iets te zichtbaar aanwezig is. Maar paarden laten zich niet behandelen in minuten.

Die werken in momenten. Het moment waarop de ademhaling zakt. Het moment waarop de kaak loslaat.

Het moment waarop een paard denkt: oké, dit is veilig. Dat moment laat zich niet plannen.

En eerlijk gezegd… dat hoeft ook niet.

Ik maak er aan het eind vaak nog een grapje over: “Volgende keer draai ik de klok gewoon om.” Er wordt gelachen. De spanning is weg. En het paard staat er rustig bij, alsof hij wil zeggen: zie je wel, het hoefde niet snel.

Misschien is dat wel de grootste misvatting rond “even snel”.

Dat snelheid iets toevoegt. Terwijl rust vaak alles versnelt.