De mond liegt niet
De stille taal van het eten
Er zijn van die dingen waar je als ruiter zó aan gewend raakt, dat je ze bijna niet meer ziet.
Een paard dat altijd wat knoeit met eten.
Een paard dat “gewoon” langzaam eet.
Een paard dat veel drinkt.
Een paard waarvan je denkt: ach ja… hij is nou eenmaal zo.
En dan kom ik op stal, ik kijk twee minuten mee bij de voerbak, ik hoor één verhaal over “proppen”, en ik denk:
Oké. Dit is niet alleen een gewoonte. Dit is informatie.
Want kauwen vertelt het verhaal.
De mond liegt niet—maar hij fluistert wel. En je moet nét leren luisteren.
1) Eetgedrag: klein detail, groot verhaal
Veel mensen denken bij gebitsproblemen meteen aan rijden: openen van de mond, bit vastpakken, scheef, onrust.
Klopt ook.
Maar vaak zie je het eerder… bij het eten.
Snel eten
Snel eten kan simpel zijn: honger, competitie, karakter.
Maar soms zie je iets anders:
hap—slikken—door
weinig echt maalwerk
sneller “naar binnen” dan “klein maken”
Een paard dat niet goed kan malen, gaat soms versnellen om er vanaf te zijn. Niet omdat hij dom is, maar omdat het ongemakkelijk is.
Traag eten
Traag eten is niet automatisch zielig. Sommige paarden zijn gewoon zen.
Maar als “traag” betekent:
lang stil staan met voer in de mond
tussendoor stoppen
voer laten vallen en opnieuw pakken
half kauwen en dan toch doorslikken
…dan wil ik weten waarom.
Morsen en knoeien
Knoeien is een klassieker.
En nee—niet ieder paard dat knoeit, heeft een probleem.
Maar als het structureel is, of ineens erger wordt, dan is het vaak een signaal van:
ongemak (pijnpunt)
beperkte bewegingsvrijheid van kaak/tong
moeite met “grijpen” of “vasthouden” van het voer
of simpel: het lukt niet lekker om het goed te verwerken
Je ziet het vooral bij:
hooi
lange stengels
of paarden die steeds “balletjes” maken en laten vallen
Proppen
Dit is er eentje waar ik altijd even stil van word.
Proppen zijn geen “grappige gewoonte”.
Dat is letterlijk: ik krijg dit niet goed gemalen, dus ik spuug het uit.
Proppen zijn vaak een duidelijke reden om de mond serieus te checken.
2) Veel drinken: soms normaal, soms een aanwijzingen
Sommige paarden drinken veel: warm weer, zout, training, voer.
Maar je ziet ook paarden die veel drinken omdat:
ze droger voer doorslikken zonder goed te malen
ze “spoelen” omdat het niet prettig voelt
ze proberen het makkelijker te maken voor de slokdarm
Let op: dit is geen harde diagnose. Maar het is wél een puzzelstukje.
En als ik meerdere puzzelstukjes tegelijk zie (knoeien + proppen + veel drinken), dan wordt het beeld snel duidelijker.
3) Mest, conditie en vacht: wat kauwen doet ná de mond
Hier wordt het interessant.
Want een paard kan een mondprobleem hebben, zonder dat je het in de mond “dramatisch” ziet.
Maar je ziet het wél in de gevolgen.
Mest
Slecht malen = grotere vezels = minder efficiënte vertering.
Je kunt dan zien:
grovere vezels in de mest
wisselende consistentie (niet altijd, maar vaak)
soms meer gasvorming/rommelige darmen
Niet elk mestprobleem is een gebitsprobleem—absoluut niet.
Maar kauwen is de start van het hele systeem. Als die start hapert, krijg je downstream gedoe.
Conditie en bespiering
Als een paard niet efficiënt maalt, haalt hij minder uit zijn voer.
Dat kan je terugzien in:
moeilijk op gewicht blijven
schrale bespiering (zeker toplijn)
“ik voer al zoveel maar het komt er niet aan”
En dan gaan mensen vaak nóg meer voeren.
Terwijl je soms eerst moet zorgen dat het paard het überhaupt goed kan verwerken.
Vacht
Een doffe vacht of “het glanst niet lekker” is geen gebitsdiagnose.
Maar het kan wél passen in het plaatje van:
minder opname
minder efficiënt verteren
meer stress in het systeem
Nogmaals: het is een signaal, geen vonnis.
4) Wanneer is het wél tand-gerelateerd?
Ik kijk vooral naar patronen en verandering.
Het is eerder tand-gerelateerd wanneer je bijvoorbeeld ziet:
proppen
voer laten vallen en opnieuw pakken
veel eenzijdig kauwen
knoeien dat toeneemt
plots trager eten (zonder andere duidelijke oorzaak)
duidelijk meer drinken tijdens of na eten
conditie zakt terwijl het voer niet veranderd is
grovere vezels in mest gecombineerd met bovenstaande signalen
En als dit samengaat met rijtechnische signalen (bit vastpakken, scheef, onrust in aanleuning), dan is het vaak geen toeval.
5) Wanneer is het níét tand-gerelateerd?
Eerlijk is eerlijk: er zijn veel dingen die op “mond” lijken, maar het niet zijn.
Het kan ook komen door:
voerwissel / kwaliteit hooi
maag/darm-issues
stress / rangorde
snelheid door “moeten” eten in een groep
slecht passende voerbak/hoogte (houding)
pijn elders (nek/kaakgewricht/spieren)
gewoontegedrag bij sommige paarden
Daarom ben ik ook niet de man van: “Dat is altijd het gebit.”
Ik ben juist van: kijken, combineren, pas dan iets zeggen.
6) Mini-checklist voor jou (de stille aanwijzingen)
Als je dit de komende week even observeert, heb je al goud in handen:
Hoe snel eet hij hooi? (rustig, normaal, gehaast, stopt tussendoor?)
Knoeit hij? (heel soms of dagelijks?)
Zie je proppen? (balletjes hooi op de grond?)
Drinkgedrag: drinkt hij opvallend vaak tijdens het eten?
Mest: zie je veel lange vezels of wisselende consistentie?
Conditie: blijft hij lastig op gewicht ondanks goed voer?
Rijden: is er tegelijk onrust in de aanleuning of scheefheid?
Als je op 3 of meer punten “ja” denkt: dan is het zinvol om verder te kijken.
Tot slot
Een paard hoeft niet te schreeuwen om iets duidelijk te maken.
Soms vertelt hij het gewoon… tussen twee happen door.
En het mooie is: je hoeft er geen specialist voor te zijn om het te zien.
Je hoeft alleen even te kijken alsof het voor het eerst is.
“Kauwen is geen detail. Het is de startknop van het hele paard.”