635100940 1212424137665680 4310307356479693924 n

De mond liegt niet

De stille taal van het eten

Er zijn van die dingen waar je als ruiter zó aan gewend raakt, dat je ze bijna niet meer ziet.

Een paard dat altijd wat knoeit met eten.
Een paard dat “gewoon” langzaam eet.
Een paard dat veel drinkt.
Een paard waarvan je denkt: ach ja… hij is nou eenmaal zo.

En dan kom ik op stal, ik kijk twee minuten mee bij de voerbak, ik hoor één verhaal over “proppen”, en ik denk:

Oké. Dit is niet alleen een gewoonte. Dit is informatie.

Want kauwen vertelt het verhaal.
De mond liegt niet—maar hij fluistert wel. En je moet nét leren luisteren.


1) Eetgedrag: klein detail, groot verhaal

Veel mensen denken bij gebitsproblemen meteen aan rijden: openen van de mond, bit vastpakken, scheef, onrust.

Klopt ook.

Maar vaak zie je het eerder… bij het eten.

Snel eten

Snel eten kan simpel zijn: honger, competitie, karakter.
Maar soms zie je iets anders:

  • hap—slikken—door

  • weinig echt maalwerk

  • sneller “naar binnen” dan “klein maken”

Een paard dat niet goed kan malen, gaat soms versnellen om er vanaf te zijn. Niet omdat hij dom is, maar omdat het ongemakkelijk is.

Traag eten

Traag eten is niet automatisch zielig. Sommige paarden zijn gewoon zen.

Maar als “traag” betekent:

  • lang stil staan met voer in de mond

  • tussendoor stoppen

  • voer laten vallen en opnieuw pakken

  • half kauwen en dan toch doorslikken

…dan wil ik weten waarom.

Morsen en knoeien

Knoeien is een klassieker.
En nee—niet ieder paard dat knoeit, heeft een probleem.

Maar als het structureel is, of ineens erger wordt, dan is het vaak een signaal van:

  • ongemak (pijnpunt)

  • beperkte bewegingsvrijheid van kaak/tong

  • moeite met “grijpen” of “vasthouden” van het voer

  • of simpel: het lukt niet lekker om het goed te verwerken

Je ziet het vooral bij:

  • hooi

  • lange stengels

  • of paarden die steeds “balletjes” maken en laten vallen

Proppen 

Dit is er eentje waar ik altijd even stil van word.

Proppen zijn geen “grappige gewoonte”.
Dat is letterlijk: ik krijg dit niet goed gemalen, dus ik spuug het uit.

Proppen zijn vaak een duidelijke reden om de mond serieus te checken.


2) Veel drinken: soms normaal, soms een aanwijzingen

Sommige paarden drinken veel: warm weer, zout, training, voer.

Maar je ziet ook paarden die veel drinken omdat:

  • ze droger voer doorslikken zonder goed te malen

  • ze “spoelen” omdat het niet prettig voelt

  • ze proberen het makkelijker te maken voor de slokdarm

Let op: dit is geen harde diagnose. Maar het is wél een puzzelstukje.

En als ik meerdere puzzelstukjes tegelijk zie (knoeien + proppen + veel drinken), dan wordt het beeld snel duidelijker.


3) Mest, conditie en vacht: wat kauwen doet ná de mond

Hier wordt het interessant.

Want een paard kan een mondprobleem hebben, zonder dat je het in de mond “dramatisch” ziet.
Maar je ziet het wél in de gevolgen.

Mest

Slecht malen = grotere vezels = minder efficiënte vertering.

Je kunt dan zien:

  • grovere vezels in de mest

  • wisselende consistentie (niet altijd, maar vaak)

  • soms meer gasvorming/rommelige darmen

Niet elk mestprobleem is een gebitsprobleem—absoluut niet.
Maar kauwen is de start van het hele systeem. Als die start hapert, krijg je downstream gedoe.

Conditie en bespiering

Als een paard niet efficiënt maalt, haalt hij minder uit zijn voer.

Dat kan je terugzien in:

  • moeilijk op gewicht blijven

  • schrale bespiering (zeker toplijn)

  • “ik voer al zoveel maar het komt er niet aan”

En dan gaan mensen vaak nóg meer voeren.
Terwijl je soms eerst moet zorgen dat het paard het überhaupt goed kan verwerken.

Vacht

Een doffe vacht of “het glanst niet lekker” is geen gebitsdiagnose.

Maar het kan wél passen in het plaatje van:

  • minder opname

  • minder efficiënt verteren

  • meer stress in het systeem

Nogmaals: het is een signaal, geen vonnis.


4) Wanneer is het wél tand-gerelateerd?

Ik kijk vooral naar patronen en verandering.

Het is eerder tand-gerelateerd wanneer je bijvoorbeeld ziet:

  • proppen

  • voer laten vallen en opnieuw pakken

  • veel eenzijdig kauwen

  • knoeien dat toeneemt

  • plots trager eten (zonder andere duidelijke oorzaak)

  • duidelijk meer drinken tijdens of na eten

  • conditie zakt terwijl het voer niet veranderd is

  • grovere vezels in mest gecombineerd met bovenstaande signalen

En als dit samengaat met rijtechnische signalen (bit vastpakken, scheef, onrust in aanleuning), dan is het vaak geen toeval.


5) Wanneer is het níét tand-gerelateerd?

Eerlijk is eerlijk: er zijn veel dingen die op “mond” lijken, maar het niet zijn.

Het kan ook komen door:

  • voerwissel / kwaliteit hooi

  • maag/darm-issues

  • stress / rangorde

  • snelheid door “moeten” eten in een groep

  • slecht passende voerbak/hoogte (houding)

  • pijn elders (nek/kaakgewricht/spieren)

  • gewoontegedrag bij sommige paarden

Daarom ben ik ook niet de man van: “Dat is altijd het gebit.”
Ik ben juist van: kijken, combineren, pas dan iets zeggen.


6) Mini-checklist voor jou (de stille aanwijzingen)

Als je dit de komende week even observeert, heb je al goud in handen:

  1. Hoe snel eet hij hooi? (rustig, normaal, gehaast, stopt tussendoor?)

  2. Knoeit hij? (heel soms of dagelijks?)

  3. Zie je proppen? (balletjes hooi op de grond?)

  4. Drinkgedrag: drinkt hij opvallend vaak tijdens het eten?

  5. Mest: zie je veel lange vezels of wisselende consistentie?

  6. Conditie: blijft hij lastig op gewicht ondanks goed voer?

  7. Rijden: is er tegelijk onrust in de aanleuning of scheefheid?

Als je op 3 of meer punten “ja” denkt: dan is het zinvol om verder te kijken.

Tot slot

Een paard hoeft niet te schreeuwen om iets duidelijk te maken.
Soms vertelt hij het gewoon… tussen twee happen door.

En het mooie is: je hoeft er geen specialist voor te zijn om het te zien.
Je hoeft alleen even te kijken alsof het voor het eerst is.

“Kauwen is geen detail. Het is de startknop van het hele paard.”